Tuig van twee jaar

Ik ben de man achter het raam. Het geschreeuw in de naburige tuin is niet te harden, daarom zijn de ramen dicht en kijk ik haast stiekem neer op het gewoel schuin beneden mij. Het getetter van de kinderen stuit over de tegels, weerklinkt tussen de huizen van het gesloten woonblok, dringt door de kieren ondraaglijk mijn huis binnen.

Een kinderdagverblijf: mijn nieuwe buren.

„Hou verdomme je kop dicht!” In gedachten is het lekker tekeergaan tegen het wilde geluk. Ik tandenknars en laat mijn fantasie de vrije loop want ik zeg niks, kan niet, mag niet, kinderen moeten spelen. Nu mijn eigen kinderen al haast het huis uit zijn ga ik niet de getergde oude man uithangen.

Op warme dagen is mijn tuintje een no go area. Niet schelden, de moderne man in mij staat het niet toe. Ik ben ook jong geweest. Ik moet verdraagzaam zijn. Leve de dynamiek van de stad! Vanaf twee hoog spiek ik langs het gordijn, glimlach om peuters op de glijbaan, de jochies in hun karretjes. De schattebouten. De kolerelijers. Ik wou dat ze oprotten.

Zo af en toe bel ik aan en vraag vriendelijk of het zachter mag. Dat helpt. Soms. Even. Waarna de hemeltergende lol weer tussen de huizen kolkt. Logisch. Zo zijn kleine kinderen.

En ja, moeders moeten werken. Door het raam aan de voorkant zie ik jonge vrouwen haastig, dressed for succes, hun peuters afleveren. Weer snel op hun hakken de auto in. Dit moois heeft gevolgen zoals een automotor een uitlaat heeft. Het irritante gegil is de CO2 van een terechte maatschappelijke ontwikkeling. Helaas naast mijn achtertuin.

Volgens de laatste berichten zal de overheid de kinderdagverblijven nog meer gaan steunen dan reeds het geval is. Uiteraard zal wethouder Simone Kukenheim de peuteropvang maximaal faciliteren, want: „Amsterdam kijkt naar wat het beste is voor het kind”. En ik doe watjes in mijn oren.

Sinds het aantal crèches zo'n tien jaar geleden snel begon te groeien zijn de wachtlijsten verdwenen. Als klimop woekert de peuteropvang door de wijken, en niet zelden in gesloten woonblokken zoals dat van mij. Op al die plekken ketst het plezier langs de stenen omhoog. Veroorzaakt stil verdriet. Onuitgesproken woede.

Kinderdagverblijven hebben de toekomst. Volgens een recent rapport van het Amsterdamse bureau SOE zorgen de crèches voor meer economische groei; voor een aanzwellende werkgelegenheid voor kinderleidsters en betere schoolprestaties voor sociaal kwetsbare kinderen. The little prince, Telraam, Smallsteps, of hoe al die lawaaiige kindertempels ook mogen heten zijn inmiddels van Zweedse kwaliteit. Ik juich dat toe en kijk uit het raam om de pijn te verzachten. Spelende kinderen zijn leuk om te zien. Het kijken dempt de onmacht, verlicht mijn frustraties.

Ik grom en zwaai vrolijk naar de etters schuin beneden mij. Dag lieverds. Nog drie maanden, dan is het weer herfst en blijft het tuig van twee en drie jaar binnen. Waar het hoort.

    • Auke Kok