Terroristen klungelen nogal eens bij aanslag

In Frankrijk is de angst voor een terreuraanslag groot, nu het EK voetbal daar vandaag begint. Waarom lukt de ene aanslag en faalt de andere? Een verkenning.

Op een heldere dag, begin oktober vorig jaar, landden bijna tweehonderd vluchtelingen met bootjes op het Griekse eiland Leros. Vier van hen hadden andere bedoelingen dan zoeken naar vrede en veiligheid. Ze beschikten over valse paspoorten en waren op weg naar Parijs. Voor een zelfmoordactie. Twee journalisten van The Washington Post beschreven de loop van de gebeurtenissen onlangs, op basis van bronnen bij Amerikaanse en Europese veiligheidsdiensten.

Twee van de pseudovluchtelingen voegden zich in Parijs bij medestrijders. Op 13 november bliezen beiden zichzelf op bij het Stade de France in Saint-Denis – hetzelfde stadion waar deze vrijdag het Europees kampioenschap voetbal begint.

De twee anderen waren minder succesvol – althans, vanuit hun perspectief gezien. Ze werden in Griekenland opgepakt. De ene, een Pakistaan, claimde een Syrische vluchteling te zijn, maar sprak slecht Arabisch. De ander, een meereizende Algerijn, beweerde te zijn geboren in Aleppo, maar kon geen details van deze Syrische stad geven. Toen ze werden vrijgelaten, waren ze ver achterop geraakt bij hun kompanen die al in Parijs zaten. Later werden de Pakistaan en de Algerijn opnieuw opgepakt, in een azc in Oostenrijk. Hun gegevens waren gevonden na onderzoek van de lichamen van hun gestorven medestrijders in Parijs.

Faal- en slaagfactoren

De gebeurtenissen vestigen de aandacht op de veelheid van redenen waarom een aanslag kan lukken of mislukken. Zeker nu Frankrijk strak staat van de spanning over terreurdreiging bij het EK voetbal, is de vraag naar faal- en slaagfactoren bij aanslagen relevant.

Goede en consequent uitgevoerde controles, zeker aan de buitengrenzen van Europa, zijn onontbeerlijk, zo blijkt uit het genoemde voorbeeld. Hetzelfde geldt voor goed samenwerkende politiediensten, in dit geval tussen die in Frankrijk en Oostenrijk.

Volgens de Leidse terreurdeskundige Teun van Dongen, die in 2014 promoveerde op de effectiviteit van terrorismebestrijding, gaat het met die Europese politiesamenwerking langzaam maar zeker de goede kant op. „Daarbij speelt Europol een steeds belangrijkere rol” , zegt hij. „Waren begin vorig jaar nog 233 jihadreizigers ingevoerd in het Europol Information System, in mei waren dat er al enkele duizenden .”

Ook toevallige – vaak menselijke factoren – kunnen de afloop van een geplande aanslag bepalen. Als de Pakistaan beter zijn lessen Arabisch had gevolgd en als de Algerijn zich wat meer had verdiept in de ruimtelijke ordening van Aleppo, dan waren er op 13 november 2015 in Parijs aanzienlijk meer slachtoffers gevallen.

Zelfstartende terrorist komt op

Een ander recent voorbeeld van opmerkelijk menselijk handelen betreft een verijdeld complot in Düsseldorf, bleek vorige week. Een jihadist tipte daarover uit eigen beweging de Franse politie. „Ongebruikelijk, maar ook weer niet uniek”, zegt Van Dongen. „Het komt vaker voor dat een spijtoptant of iemand die het te heet onder de voeten wordt vrijwillig naar de politie gaat. Al was het maar om iets voor zichzelf te regelen.”

Eind vorig jaar publiceerde de Noorse terreurdeskundige Petter Nesser een boek over de geschiedenis van islamitisch terrorisme in Europa. De appendix bevat een rijk gevuld overzicht van al dan niet verijdelde en mislukte aanslagen sinds 1995, waarvan tientallen in Frankrijk. Bij veel factoren die het verschil maken, horen klassieke overheidsinterventies en -maatregelen (afluisteren, infiltreren, koppelen van bestanden, politieverhoren, financiële recherche). Maar de menselijke factor en toeval spelen eveneens een behoorlijke rol.

Qua overheidsoptreden was met name de bestrijding succesvol van verdachte financiële netwerken die omvangrijke aanslagen financierden. Daardoor kon lange tijd grootschalige terreur zoals die van 9/11 (geschatte voorbereidingskosten: 4 à 5 ton) worden voorkomen, schrijft Nesser.

Dit succes stimuleerde echter wel de opkomst van de „zelfstartende terrorist”, die met weinig middelen zijn werk doet. De 23-jarige Frans-Algerijnse Mohammed Merah doodde in maart 2012 bij Toulouse en Montauban drie soldaten en even later een leraar en drie kinderen van een Joodse school. Na zijn arrestatie klaagde Merah, een uitkeringstrekker die bijkluste als drugsmokkelaar, tegenover de politie over de hoge kosten van de fabricatie van bommateriaal. Reden voor hem om te kiezen voor de goedkopere kalasjnikov.

De ontmanteling van grote professionele netwerken leidde ook tot meer geklungel door jihadisten. Teun van Dongen wijst op een aantal mislukte aanslagen in en rond 2007 door technische storingen of stommiteiten. „Doordat er minder getraind kon worden, ging er ook meer mis”, aldus van Dongen.

Zo presteerde een groep jihadisten het in 2007 om zeer kort na elkaar twee aanslagen met bommen en gasflessen in Londen en Glasgow te laten mislukken. Een van de terroristen kwam wel om.

In april 2015 pakte de Franse politie een 25-jarige Franse-Algerijn op. Die had zichzelf tijdens de vermoedelijke voorbereiding van een aanslag in zijn been geschoten en een ambulance laten komen. Geen handige actie, bleek achteraf. De politie stond op scherp, drie maanden na de aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo en een Joodse supermarkt. Nadat de toegesnelde politie een bloedspoor naar zijn auto was gevolgd, vond men daar – en later ook in zijn appartement – wapens en een lijst met doelwitten, zoals een kerk in de buurt.

Wat kan het publiek doen?

Het slechte nieuws is dat er met de komst van het ‘kalifaat’ van Islamitische Staat (IS) en zijn geldschieters uit oliestaten als Qatar een nieuw professioneel netwerk is ontstaan. Op het slagveld in Syrië en Irak kan intensief getraind worden. IS is daardoor in staat om zeer professionele bommenmakers en schutters naar Europa te sturen, eventueel in de rol van asielzoeker.

Ook het aantal verdachte financiële transacties neemt weer toe. „Het is overheden nog niet gelukt om op deze nieuwe netwerken grip te krijgen, getuige de groei van het aantal grotere aanslagen”, aldus Van Dongen.

De menselijke factor geldt niet alleen voor de daders, maar ook voor omstanders. Er zijn de nodige voorbeelden van aanslagen die werden voorkomen door menselijke oplettendheid. De bekendste is het overmeesteren van shoebomber Richard Reid in 2001 op een vlucht van Parijs naar Miami. Vorig jaar augustus nog overmeesterden passagiers een jihadist met kalasjnikov in de trein van Amsterdam naar Parijs.

Een en ander levert een dilemma op voor de antiterreurdiensten. Moet het publiek meer instructies krijgen hoe te handelen bij aanslagen of voortekenen ervan, zoals in het Verenigd Koninkrijk na de aanslagen van 2005 is gebeurd? Daarmee zou de spanning verder worden opgevoerd.

Voor Frankrijk lijkt dit tijdens het EK geen thema. Instructies van overheid en/of politie aan het publiek hoe te reageren op een aanslag of aanwijzingen daartoe (réagir en cas d’attaque terroriste) zijn op internet op de vingers van een hand te tellen. Het Franse geloof in de almacht van de politie- en veiligheidsdiensten is, ook na alle geweld en aanslagen van 2015, ongebroken.

    • Kees Versteegh