Stilstaan in de tijd verkoopt

In de bouw gaat het beter, merken ook de baksteenfabrieken. Vogelensangh in Deest koestert zijn ouderwetse werkwijze. „Nederlanders houden van bakstenen.”

Peter Heijmans sjokt met zijn kolenkit over de schemerige zolder van de baksteenfabriek. Hier en daar trekt hij een putdeksel open en stort hij een lading vetnootjes in het gat. Dan vlamt het vuur in de oven eronder op.

Het is heet op zolder, 40 graden heet, maar daar drinkt Peter vier koppen koffie, één liter koude thee en twee pakken chocomel tegen. Hij wrijft over zijn buik: per dag, ja.

Peter Heijmans is géén acteur in een openluchtmuseum. Hij is stoker van Vogelensangh in Deest, in het land van Maas en Waal, waar ze al bijna honderd jaar van vette rivierklei bakstenen bakken. Hij beslist met zijn kolenkit hoe hevig het vuur moet branden en hoe snel het door de ovengangen trekt. Zo geeft hij de Vogelensangh-baksteen zijn authentieke, onvoorspelbare kleurschakering, waar zijn baas het dubbele voor kan vragen.

De ringoven van Vogelensangh, de enige kolengestookte baksteenfabriek in Nederland, staat weer voller nu de bouw aantrekt. Han Arts van der Zanden (51), samen met zijn broer Marcel directeur, is nog voorzichtig over het herstel. Eerst somt hij een lange lijst reserves op. De woningmarkt trekt in het westen wel aan, maar nog niet in de rest van Nederland. Ontwikkelaars bouwen nu vooral nog goedkope koopwoningen. En dat is niet de grootste markt voor zijn bakstenen. Utiliteitsbouw – ziekenhuizen, kantoren – schiet nog niet op. En aannemers werken steeds meer met (hij trekt er een moeilijk gezicht bij) van die prefabplaten met geplakte steentjes, niet zijn ding.

We zijn er nog niet, zegt Van der Zanden. Maar toch: het gaat echt beter. Van de zes (van vijfentwintig) man die hij diep in de crisis moest ontslaan, zijn er weer twee terug. Hij krijgt meer bestellingen, meer telefoontjes, meer bezoekjes aan zijn bedrijf. Jammer dat mensen Deest zo ver weg vinden, want zijn historische fabriek, zijn opa werkte er al, is zijn beste verkoopargument.

Na jaren crisis is de bouwsector officieel uit het dal. Werden in 2014 nog 44.000 nieuwe huizen gebouwd, in 2015 waren dat er al 47.000, voor 2016 staan er 53.000 ingetekend. De lijn gaat omhoog, omhoog, omhoog.

Economen van ING hebben becijferd dat de bouwproductie in 2016 met 4 procent zal stijgen, het derde jaar groei op rij. „Aannemers zijn (per saldo) ook voor het eerst sinds 2008 weer optimistisch gestemd”, schrijven ze. De economen van ABN Amro mikken zelfs op 4,5 procent groei.

Het herstel is ook af te lezen aan de jaarcijfers van de grote bouwers BAM, Heijmans, VolkerWessels en Strukton, die nu allemaal gepubliceerd zijn. In 2015 hadden ze alle vier meer omzet dan in het jaar ervoor. Leden ze in 2014, op VolkerWessels na, nog allemaal verlies, in 2015 deed alleen Heijmans dat nog. Maar ook minder dan in het jaar ervoor. Ballast Nedam, dat nu in handen is van het Turkse Renaissance, is met zijn sterk krimpende omzet en diepe verliezen de negatieve uitzondering.

Kleine eilandjes van groei

Maar het is niet alleen maar omhoog, omhoog, omhoog. De grote bouwbedrijven kampen nog steeds met projecten die in slechtere tijden voor slechtere prijzen en onder slechtere voorwaarden zijn aangenomen. Die drukken nog de winst en moeten bezworen worden met verbeteringsprogramma’s als ‘back in shape’ en ‘improve the core’.

Het herstel in de bouw is ook nog erg „eenzijdig”, schrijven de ABN Amro-economen. De bouw van kantoren, scholen en ziekenhuizen herstelt nog slecht. Van alle kantoren in Nederland staat het recordpercentage van 17 procent leeg. Van alle winkelpanden ruim 9 procent. Die percentages nemen nog steeds toe, mede doordat grote winkelketens en warenhuizen als V&D failliet zijn gegaan.

Er zijn wel kleine eilandjes van groei. Bouwers bouwen iets vaker kleinere kantoren (door meer thuiswerken) en grotere bedrijfshallen (voor onlinedetailhandelaren). Nog zo’n eilandje is kleine infrastructuur. Wie een nieuwe woonwijk bestelt, moet immers ook straten kopen en kabels en leidingen leggen. De infrastructuursector groeit dus vanzelfsprekend een beetje mee met de woningbouw. Maar niet veel. ABN verwacht een beperkte groei van 2 procent, ‘natte waterbouw’ meegerekend. Grote wegenbouw blijft beperkt. De overheid heeft al een tijd relatief weinig in asfalt geïnvesteerd. In 2002 kwam er nog meer dan 1.000 kilometer weg bij, schrijven de ING-economen, in 2014 was dat nog maar 400 kilometer.

Vanaf 2017 gaan de investeringen in groot asfalt wel omhoog. De komende twee jaar trekt de overheid 10 miljard extra uit voor snelwegen en sporen. Dat gaat wel weer ten koste van andere investeringen in het spoor en in het hoofdvaarwegennet. En 10 miljard is ook lang niet genoeg, schreven 24 organisaties twee weken geleden in een brandbrief. Ze willen dat er nog meer geld gaat naar bruggen, sluizen, wegen en fietspaden. Het is onduidelijk of dat er ook komt.

Duitse Westerwaldersklei

Snelwegen en kanalen maak je niet van bakstenen. Maar dat de groei in de bouwsector vooral zal bestaan uit woningbouw, is alleen gunstig voor Vogelensangh. Want in Nederland geldt: hoe meer huizen, hoe meer steentjes. Van der Zanden: „Nederland is echt een baksteenland. Nederlanders houden van bakstenen.”

Nu gaat hij laten zien waarom ze van zíjn bakstenen moeten houden. Met z’n telefoon permanent aan zijn oor loodst Van der Zanden zijn bezoek langs het ‘kleidepot’, een berg zware Maasklei en Duits Westerwaldersklei. Naar de fabriek, een Play-Dohspeelset voor grote mensen. Daar duiken we een labyrint in van ratelende transportbandjes, stapelaars en mengmachines. Overal druipt klei. In deze hal wordt de klei gemengd met zaagsel en water en in vierkante bakjes geprakt. Voordat de brokken natte klei worden gebakken, drogen ze vijf dagen in een ruimte vol restwarmte uit de oven.

Vogelensangh is een kleine fabriek, vergeleken met concurrenten als Wienerberger. Van alle 800 miljoen bakstenen die Nederland per jaar maakt, bakt Vogelensangh er maar 9 miljoen. De fabriek moet het hebben van architecten, projectontwikkelaars en huizenbezitters die de charme van zijn baksteen inzien. Kost een bulksteen zo’n 30 tot 40 cent per stuk, een Vogelensangh-steen wel 70 tot 80 cent. Maar dat scheelt nauwelijks op de totale kosten, rekent Van der Zanden voor. „In een grote twee-onder-één-kap gaan 10.000 steentjes. Dan betaal je voor de steen dus 7.000 euro, in plaats van 3.000. Maar stenen zijn een duidelijke besparing voor ontwikkelaars.”

We gaan de oven in, de grond brandt door de zolen. Normaal bak je bakstenen door ze op een wagon door een gasgestookte oven te trekken: een volcontinu, gelijkmatig proces. Bij Vogelensangh is de oven een lange tunnel die ‘rondloopt’. Je parkeert ergens in de gang met een heftruck een stapel bakstenen en de stoker laat vanaf boven het vuur met kooltjes ‘door de gangen trekken’.

Efficiënt is het niet, nee, het kost allemaal veel mankracht en stokers. Maar dit is nou eenmaal wat Vogelensangh doet. En Van den Zanden gelooft erin. Hij heeft net de oude ringoven gerenoveerd en een gloednieuw kantoor naast de fabriek laten bouwen. Maar het bakken blijft zoals het is. Han Arts van der Zanden: „We staan bewust stil.”

De bouw trekt aan en daar profiteren producenten van bouwmaterialen van. Zoals deze baksteenfabriek in Deest.

    • Carola Houtekamer