Met de kennis en ervaring die hij opdeed bij Rem Koolhaas en aan Princeton lost architect Kunlé Adeyemi problemen op voor mensen in steden die moeten leven met water en overstroming. De drijvende school die hij bouwde in Lagos groeide uit tot ontmoetingsplek voor iedereen. Ik voel me nederig.

Kunlé Adeyemi zag in Makoko hoe duizenden bewoners van de stad op palen hun huis en spullen waren verloren. Het was 2011 en de Nigeriaanse nederzetting met 80.000 inwoners was net grotendeels verwoest door een overstroming. Sinds een paar jaar ontruimt de lokale overheid bij zware regenval delen van de stad. Zo ook in 2012: binnen 72 uur moesten drieduizend bewoners worden geëvacueerd.

Op de vlucht voor water – dat moet anders, dacht architect en stedenbouwkundige Adeyemi (40). Tien jaar werkte hij voor Rem Koolhaas en in 2011 was hij net in Amsterdam zijn eigen bureau begonnen. Tijd om iets terug te doen voor zijn geboorteland. Hij begon het African Water Cities Project. De belangrijkste vraag: hoe kan een stad water omarmen? Van de Verenigde Naties kreeg hij geld om een school te bouwen. Op de Architectuur Biënnale in Venetië afgelopen mei won hij de prestigieuze Silver Lion voor zijn ontwerp.

Door Carlijn Vis, foto’s Iwan Baan, portret Kunlé Lars van den Brink, vorm/techniek Miriam Vieveen en Koen Smeets.

Wie nu in een bootje door de drukke Nigeriaanse waterstad in de lagune van Lagos vaart, ziet aan de rand een piramidevormig object drijven: Makoko Floating School, een ontwerp van Adeyemi. Het gebouw met drie verdiepingen beweegt mee met de golven en het stijgende waterpeil tijdens het regenseizoen. En: de school kan worden verplaatst als dat nodig is.

De constructie is van hout, het plateau van 256 lege, gebruikte, plastic tonnen. De begane grond is speelruimte, op de verdieping erboven zijn de klaslokalen met plek voor honderd kinderen. De zonnepanelen op het dak zorgen voor de benodigde energie, er zijn composttoiletten en regenwater wordt opgevangen.

In zijn tekenprogramma op de computer schetste Adeyemi ook andere modellen, maar al snel was duidelijk dat de school een driehoekige vorm zou krijgen. „Een piramide is uiterst stabiel. Het zwaartepunt ligt laag en dat maakt het een geschikte vorm voor op het water.” Oorspronkelijk zou de school op palen komen te staan, net als alle huizen in de omgeving. Door spelende kinderen in het water – Adeyemi zag ze zitten op de grote blauwe plastic tonnen – ontstond het idee om dit afval te gebruiken en de school te laten drijven.

watercommunities

Het gebouw is gemaakt van lokale materialen, en belangrijker nog: door bewoners van Makoko. Dat hoorde bij Adeyemi’s plan: het ontwerp moest door lokalen worden gebouwd, zo deden zij tijdens het werk kennis op om hun eigen huizen weerbaarder te maken. En: zelf bouwen gaf „sense of ownership”, zegt hij. Vertrouwen in de toekomst. De consequenties nam hij voor lief; soms liep de constructie vertraging op, door slechte werkethiek van sommige bouwers of onbetrouwbaarheid van lokale leveranciers.

In maart 2013 is het project voltooid. CNN filmde Adeyemi in Makoko. In een smetteloos wit overhemd geeft hij een rondleiding. „Buiten schooltijd fungeert de begane grond als een ontmoetingspunt voor volwassenen.” We zien een visser – het merendeel van de bewoners hier leeft van de visserij – zijn bootje aanleggen en in de schaduw de netten uit de knoop halen. Kano’s met stereo’s, een soort mobiele muziekdozen, varen langs voor entertainment.

Amsterdam doet het goed, maar de relatie met water kan beter

Ook buiten Nigeria is er interesse in zijn visie: steden als Dar es Salaam (Tanzania), Kairo (Egypte) en Kaapstad (Zuid-Afrika) werken mee aan zijn onderzoek ‘Water and the City’, over de invloed van verstedelijking en klimaatverandering op watersteden, om te leren hoe hun stad water kan integreren. Omarmen. Ook Miami is geïnteresseerd in zijn ideeën, want de ‘Amerikaanse Rivièra’ verwacht in de toekomst wateroverlast als gevolg van klimaatverandering. CNN noemde zijn naam in de serie Ones to watch.

„Ik voel me nederig”, zegt Adeyemi terwijl hij een beller wegdrukt. Zijn agenda is „crazy” op het moment – gisteren was hij in Londen voor een bespreking, vandaag in Amsterdam, overmorgen vliegt hij naar Lagos. Daarna is de architectuurbiënnale in Venetië. „Makoko begon niet zo groots, ik wilde een klein, lokaal probleem oplossen. Gaandeweg werd duidelijk dat dit probleem ook op andere plekken tin de wereld geldt.”

Als kind bouwde hij al. Constructies van hout, plastic, papier en ander afval dat op straat hij vond, of in de achtertuin van zijn ouderlijk huis in Kaduna, ten noorden van de hoofdstad Abuja. Zijn vader was architect. Hij deed vooral projecten in het noorden van Nigeria: ziekenhuizen en hotels. Aan zijn eigen huis werd continu gesleuteld: na een paar weken kostschool was het voor Adeyemi altijd een verrassing hoe het huis eruit zou zien. „Mijn vader deed voortdurend aanpassingen: een aanbouw, een muurtje weg of een raam erbij, schaven of uitbreiden.”

Aan de universiteit van Lagos studeerde Adeyemi architectuur. Voor een studieproject kwam hij in contact met Rem Koolhaas, die met een groep Harvard-studenten naar Lagos was gekomen voor een onderzoek. Adeyemi bewaarde zijn visitekaartje en toen er een paar jaar later een vacature was bij Koolhaas’ wereldberoemde bedrijf OMA (Office for Metropolitan Architecture), solliciteerde hij. Adeyemi kreeg de baan en verhuisde naar Rotterdam. Cultuurschok? „Welnee”, zegt hij. „Ik vond het een fantastische tijd.”

Hij logeerde eerst een paar weken bij Nigeriaanse vrienden buiten de stad, daarna maanden in een hostel aan de rand van het centrum. Voor Koolhaas maakte hij lange dagen op kantoor. Hij vertelt het lachend. Werken bij Rem Koolhaas staat bekend om lange dagen, pushing limits, altijd bereikbaar zijn, investeren. Super voor je cv, maar abominabel voor je privéleven. De meesten houden het een paar jaar vol, Adeyemi bijna tien jaar. „Sommige mensen raken uitgeput van lange werkdagen. Ik genoot van de dingen die ik leerde, van het harde werken en de nieuwe mensen om me heen. Het leven was leuk. Je state-of-mind is essentieel: ik voelde me mentaal goed. Dit werk was een enorme kans, mijn prioriteit, de rest was bijzaak.”

Hij neemt een slok van zijn thee, „iets kalmerends” had hij tegen de ober gezegd, hij zit tegen de deadline van een project aan en heeft vannacht maar vier uur geslapen. Zijn lange zwarte jas heeft hij nog aan. „Het is wat kouder dan ik dacht.” Een van zijn twee iPhones gaat. „Deze moet ik even nemen, sorry.”

Mijn werk bij Rem Koolhaas was prioriteit, de rest bijzaak

Bij Koolhaas ontwierp en leidde hij de bouw van onder meer het Samsung Museum of Art in Zuid-Korea, de Rothschild Bank in Londen, de Shenzhen Stock Exchange Tower in China en de Nationale Bibliotheek van Qatar. Later volgde hij in New Jersey anderhalf jaar een postdoctorale opleiding aan de toonaangevende Princeton University, waar hij onderzoek deed naar snelle verstedelijking en de rol van markteconomieën in ontwikkelingslanden.

Beroemde architecten realiseren vaak pas laat in hun carrière projecten waarmee ze bekend worden; bijvoorbeeld Frank Gehry (het Guggenheim Museum in Bilbao, voltooid in 1991 toen hij 62 was), Norman Foster (de Millennium Bridge in Londen, voltooid in 2000 toen hij 64 was) en Daniel Libeskind (het One World Trade Centre in New York, voltooid in 2014 toen hij 68 was). Adeyemi staat rond zijn 40ste al in de belangstelling. „Hij heeft tijd zat”, zegt Rem Koolhaas aan de telefoon. „Ik vind het spannend om te zien wat hij in Afrika gaat betekenen. Maar met zijn talent kan hij natuurlijk ook in andere landen terecht.”

Als architect voelt Adeyemi zich verantwoordelijk om met oplossingen te komen, zegt hij. Hij kan het leven van mensen positief beïnvloeden. Neem het plan voor de 4th Mainland Bridge in Lagos. Dankzij die dubbeldekkerbrug – boven auto’s en vrachtwagens, onder voetgangers en fietsers – kan iedereen in de regio sneller naar werk en school, goederen leveren aan de andere kant van de stad, familie en vrienden bezoeken. De huidige brug kan het verkeer van de ruim 12 miljoen inwoners niet aan.

Zo denkt hij over zijn vak: als hij een probleem ziet, wil hij het oplossen. Als hij als kind iets bouwde, keek hij naar de omgeving – waar had het dier behoefte aan? – of luisterde hij naar de wensen van de mensen. „In mijn jeugd was ik omringd door gebouwen, land, boerderijen en dieren. Mijn leefomgeving veranderde en groeide voortdurend. Daar komt mijn drang om bestaande bouw te verbeteren vandaan.”

In 2011, bij het bezoek aan Lagos, overheerste dat gevoel weer: „In Lagos begrijp ik de omgeving, de ruimte en welke grondstoffen er lokaal zijn.” Zijn bedrijf Nlé Works focust op de relatie tussen water en steden en is vooral actief in snelgroeiende metropolen in ontwikkelingslanden. Een van de projecten waar hij nu aan werkt, is Chicoco Radio Station, een drijvend mediacentrum in de Nigeriaanse stad Port Harcourt. Daar wonen bijna een half miljoen mensen in nederzettingen op het water. De overheid wil een deel van de wijken slopen omdat ze het te gevaarlijk vinden. „Chicoco Radio geeft de lokalen een stem en verbindt ze met elkaar.”

Lagos Water Communities
Lagos Water Communities
Lagos Water Communities
Lagos Water Communities

Zijn huis in Amsterdam – aan het water – is ook zijn kantoor. Aan het strakke witte bureau werken vier architecten, twee met een koptelefoon op, twee voeren een conference call met een opdrachtgever in Italië. Tussen de keuken en het bureau heeft de assistent nog een klein rond tafeltje bijgeschoven. „Kunlé betekent full house”, lacht hij. Zijn team vraagt hij nooit om tot laat te blijven, hij wil dat mensen rust nemen, de balans moet goed zijn. Van Koolhaas nam hij wel het motto over: als je denkt dat je je best hebt gedaan, kan je altijd nog een stukje beter. „Mijn vader had die discipline ook. Hij trainde me al om steeds te perfectioneren en bij Rem is die gedachte verder ontwikkeld, uitvergroot.”

Als ik een probleem zie, wil ik het oplossen

Veertien jaar woont hij nu in Nederland. Amsterdam blijft hem inspireren; de manier waarop de stad het water binnenlaat en buitensluit. Soms gaat hij wandelen en observeert hij het water in de grachten: het heeft een eigen cyclus, zegt hij, soms staat het hoger, soms is de kleur anders. Amsterdam doet het goed, maar er is zeker een manier om de relatie met het water te verbeteren. „Het zou mooi zijn als de grachten in de toekomst zo schoon en uitnodigend zijn dat je je voeten in het water wilt hangen. Dat de kanalen worden gebruikt voor recreatie.”

Bij hem thuis staat de boekenplank vol met de KLM-huisjes die business classreizigers krijgen. „I move around a lot.” Tussen Lagos, Amsterdam en New York, waar hij lesgeeft aan Cornell University. In Nederland voelt hij zich net zo thuis als in Nigeria, zegt hij. „Ik voel me overal thuis. Mijn bedrijf heet niet voor niks Nlé, dat betekent at home.” Al is in Lagos zijn moeder, die nog altijd voor hem zorgt „zoals alleen moeders dat kunnen. „Als ik langskom, is haar eerste vraag: ‘schat, wat wil je eten?’”