Müller filmde zoals een kat op tafel springt

Zie hem als een songwriter, zegt tovenaarsleerling Hoyte van Hoytema, ooit trainee van cameraman Robby Müller. Niet zo erg zichtbaar, maar heel herkenbaar voor wie een goed oor heeft.

Van Hoytema is, net als Müller, een goede luisteraar, geen cameramacho die zich breed maakt op de filmset. En ook hij maakt bij zijn regisseurs warme gevoelens los: ik hoorde Spike Jonze na het maken van Her Van Hoytema „mijn knuffelbeer” noemen, net zoals Lars von Trier het in de prachtige expositie Master of Light bijna te kwaad krijgt als hij over Robby Müller praat: Wim Wenders’ „zielsverwant”, Jim Jarmusch’ „tweelingbroer”.

Müller is een ‘stijlloze’ cameraman. Elke film een eigen aanpak, geen vette handtekening, openstaan voor magische momenten, gelukkig toeval en de lyriek van het alledaagse. Zelden is hij betrapt op voor de hand liggende bravoureshots. Steve McQueen hoorde Müller zeggen: „Je moet filmen zoals een kat op tafel springt: met precies genoeg moeite.”

Dat zijn woorden. Paradoxaal genoeg zijn die, waar het over de bescheiden Müller gaat, heel groot en breed. De Vermeer van de film. Schilder met licht. Ik lees K. Schippers over het licht van Down by Law dat „kantelt als een voetstap, grijnst bij een open vuur”. Knap geformuleerd, maar woorden. Die zijn Müller zelf door zijn afasie ontglipt. Je hoopt, en vermoedt, dat hij de beelden nog steeds ziet.

Show, don’t tell is het motto van cinema, en ook van de expo Master of Light. Je kan je in het Eye twee uur onderdompelen in een sacrale schemerwereld, voor kolossale drieluiken met ‘geluiddouches’ die op je influisteren. Dan krijgen de woorden een gestalte en gaan de toelichtingen van Wim Wenders, Jim Jarmusch, Lars von Trier en Steve McQueen leven, vier filmmakers met wie Müller samenwerkte en op wie deze expositie zich concentreert. Door de drieluiken van megaschermen verlies je jezelf niet in het verhaal, is het idee, maar let je op de beeldtaal. Zo ervaar je Müllers esthetiek in het Eye ook in drie formaten. Groot: speelfilms. Medium: vakantievideo’s. Klein: polaroids. Want Müller hield nooit op met framen, belichten, focussen. Zonder bezetenheid geen genie.

Het werkt glorieus: na Master of Light besef je pas echt wat er zo uniek is aan Müllers improvisatie met licht en beweging. Hoe hij, vallend en opstaand, met Wenders de lichtinval en het diep verzadigde palet van Edward Hopper uitdokterde in Der amerikanische Freund. Hoe invloedrijk zijn desolate lyriek van neon op nat asfalt werd, zijn stroperige camerabewegingen bij Jim Jarmusch, zijn digitale gruizigheid in Breaking the Waves, de beste uitdrukking van de cinematografische kuisheidsgelofte Dogme ’95. Ga kijken. En dan praten.

    • Coen van Zwol