Met M & M door de motregen in een raadselachtig Parijs

De beste quote in de tragikomedie rondom uitgeverij De Bezige Bij is van Erik Lindner, de dichter/romancier die vertrok naar Van Oorschot: ‘Van een uitgever waar in de hal auteurs oefenen voor hun toekomstige postzegels, naar een uitgever met manuscripten en boeken op de trap.’ Maar amper was Lindner de korf uitgezoemd of Tommy Wieringa – een man met een kop voor op een gouden dukaat – liet weten weg te gaan bij de uitgeverij, gelokt door het hoger honing van zijn oude baas Robbert Ammerlaan, wiens oorspronkelijk Nederlandstalig fonds in twee jaar nog amper opzien heeft gebaard. Nu ja, wat is weg? Voorlopig maakt Wieringa één boek bij Hollands Diep, al klinkt dat als het verhaal van twee geliefden die na veertien jaar besluiten ‘even’ apart te gaan wonen. Oprecht tijdelijk bedoeld, maar zie elkaar maar eens terug te vinden. (Wieringa heeft nog een contract met de Bij, maar tussen droom en daad wordt ook weleens iets afgekocht). Of zit Ammerlaan over een half jaar weer gewoon achter zijn oude bureau aan de Van Miereveldstraat als opvolger van zijn eigen opvolger Henk Pröpper? Intussen ligt het pamflet van Abou Jahjah, waar alles mee begon, nog op het bureau van de redacteur. (Jahjah is geen meesterstilist.)

De Bij mag voer voor bingewatchers zijn, het is ook de uitgeverij die mij de afgelopen voorvoetbalse zomeravonden naar een oude liefde lokte. Lees maar mee: ‘„Ze hebben zojuist een dood meisje gevonden, op de Place Vintimille,” zei hij. En toen, als iemand die een voorwendsel zoekt om niet naar bed te hoeven: ‘Gaan we eens kijken’.” Natuurlijk gaan we eens kijken, waarna we al snel de eerste puzzelstukjes toegeworpen krijgen in de zaak van het mooie dode meisje in de motregen. We eten uiensoep midden in de nacht en ondanks een doorwaakte nacht gaan we de volgende middag weer aan de witte wijn. En we verlustigen ons aan het oude Parijs, waarin een politieagent gewoon een oude heer met een pijp is, in plaats van een van de negentigduizend doorgetrainde uzidragers die het EK moeten bewaken.

Tussen mijn vijftiende en mijn achttiende las ik onophoudelijk Maigrets, tot ik niet meer wist of Simenon nu zijn plots recyclede of dat ik zelf aan het herlezen was. Toen ze detectives (spreek uit ‘de-tek-tif’) literaire thrillers gingen noemen, ben ik afgehaakt. Tot deze week: ik verorberde Maigret en het dode meisje alsof het een nieuw vertaalde Modiano was. Dat is ook een schrijver die je langdurig door een Parijs vol raadsels laat dwalen, maar dan zonder dat er ooit een dader wordt ingerekend. (Wie van de twee is eigenlijk troostrijker?) Afwisselend een Modiano en een Maigret lezen: met M & M overleven we de zomer. Tussendoor bedenken we hoe Simenon over zijn Nederlandse uitgeverij zou schrijven: Maigret en de steek onder water? Maigret en het lijk onder het bed violen? Maigret en het been op Bonita Avenue? De Somberman in Maigret?

    • Arjen Fortuin