Leven de Belgische stakers in een leugen?

België Weer dreigen stakingen België te verlammen. De strijd voor het behoud van sociale rechten is ook een generatieconflict. „Niet meer van deze tijd.”

Demonstratie in Brussel tegen versoepeling van arbeidswetten, op 31 mei. In heel België staakten werknemers in de publieke sector, waaronder het openbaar vervoer. Foto Virginia Mayo/AP

‘Afrit campus: samen komen we er’ – de Facebook-pagina is een van de vele initiatieven om Belgische studenten voor te bereiden op de zoveelste spoorstaking die het land dreigt te verlammen. Maandag begint de examenperiode. Hoe komen pendelaars op de universiteit?

Al weken protesteren spoorbonden tegen verlies van ‘recuperatiedagen’. Overuren die worden gemaakt, zullen met minder uitrustdagen worden gecompenseerd, tot woede van het spoorwegpersoneel. Als er voor zondagavond geen sociaal akkoord is, leggen de bonden het spoor vanaf maandag mogelijk twee weken plat.

„Ik wil de stakingen niet afdoen als iets archaïsch, maar nu maken ze het wel erg bont”, zegt Tom Biesheuvel van de Leuvense studentenkoepel Loko. „Het gaat over slechts twéé recuperatiedagen. Wat is dat? Waarschijnlijk een sociaal recht waar wij in de toekomst nooit van zullen profiteren.” Aan de KU Leuven werkt Biesheuvel met andere studenten aan een noodplan voor gedupeerden die hun examens dreigen te missen. Op sociale media, via hashtags #kuleuvenhelpt en #boekeenstudent, adverteren studenten die op kamers wonen met gratis logeerplekken voor pendelaars. Burgers bieden een lift aan. En op de Leuvense campus worden leegstaande ruimtes ingericht als slaapzalen met honderden veldbedden.

„De spoorbonden maken zich schuldig aan groepsegoïsme”, zegt Rik Torfs, rector van de Leuvense universiteit. „Een kleine minderheid, vechtend voor zijn eigen kleine privileges, gijzelt het land.” Torfs is als oud-politicus en columnist een provocatieve stem in het Belgische debat over de toekomst van de sociale zekerheid.

Totale impasse

De kernvraag: waarom is het geld op? Omdat de oudere generaties met hun „riante” werkloosheids- en pensioenregelingen alles hebben opgemaakt? Of: omdat „de neoliberalen van nu” de vermogende rijken met belastingvoordelen uit de wind houden? De strijd tussen beide kampen heeft gezorgd voor een totale impasse in België.

„De vakbonden willen niet inzien dat de wereld is veranderd, het dure sociale stelsel is onhoudbaar”, zegt Torfs.

„België, maar eigenlijk heel Europa, speelt in het wereldconcert nu eenmaal tweede viool. Dat is de harde realiteit.”

Dat is „slechts een versie van de realiteit”, zegt Raoul Hedebouw, leider van de Partij van de Arbeid van België (PVDA), een ultralinkse partij die aan beide zijden van de taalgrens opereert. „De rijken in dit land worden rijker, de armen armer.”

Hedebouw, een boomlange, vlotte dertiger die in zijn vrije tijd optreedt als DJ Rayoul, spreekt de taal van de straat. En dat slaat aan in de door werkloosheid getroffen oude industriebekkens in Wallonië. Maar ook in Vlaanderen stijgt zijn populariteit.

In de centrum-rechtse regering zijn Vlaamse partijen dominant. Om de welvaartsstaat betaalbaar te houden zijn miljardenbezuinigingen nodig, luidde hun boodschap bij aantreden in 2014.

„Er is geen alternatief.”

Namens de Franstaligen regeert alleen de kleine liberale MR van premier Charles Michel mee. Door die onevenwichtigheid voelen de Walen, die overwegend op socialistische partijen stemmen, zich niet vertegenwoordigd. „Maar vergis je niet: tijdens betogingen lopen Walen en Vlamingen hand in hand”, zegt Hedebouw.

Vlamingen versus Walen?

Hij verzet zich tegen de wijze waarop conservatieve partijen in Vlaanderen het sociale conflict zien als strijd tussen ‘hardwerkend’ Vlaanderen en ‘subsidieslurpend’ Wallonië. Aan beide kanten van de taalgrens trekken de spoorbonden samen op. De snel groeiende Vlaamse burgerbeweging Hart boven Hard – fel tegen de bezuinigingen – werkt nauw samen met de Waalse zusterorganisatie Tout Autre Chose. Hedebouw:

„De groeiende onvrede is Europees. Het speelt hier, in Frankrijk, Spanje. Ook in Nederland. Maar jullie hebben niet dezelfde vakbondsdynamiek als wij.”

Prijs je gelukkig, zegt Rogier De Langhe, econoom-filosoof aan de Universiteit Gent. In een opiniestuk in De Morgen wreef hij de stakers hetzelfde „onverantwoordelijke” gedrag aan als bankiers die de financiële crisis veroorzaakten. „Beiden kunnen niet weerstaan aan de hebzucht.” Hij oogstte een storm van kritiek. De Langhe, desgevraagd:

„Het is een taboe, maar iemand moet het zeggen: jongeren lopen achter de verkeerde spandoeken aan van een oude vakbondselite die vecht voor het behoud van in het verleden verworven rechten die de jeugd nooit zal hebben. En die ouderen wéten dat.”

Er moeten miljarden worden gevonden om het land te moderniseren en om kapotte tunnels te repareren, zegt De Langhe. „Maar die oudere generatie stookt nog liever het laatste meubilair op, zolang ‘hun’ stelsel maar overeind blijft.” De Langhe heeft begrip voor jonge leraren die massaal betogen tegen bezuinigingen op het onderwijs. „Maar als het geld op is moet je op zoek naar andere oplossingen. Oudere, vastbenoemde, leraren zouden wat kunnen inleveren ten faveure van hun jonge collega’s. Interne herverdeling. Maar dat is kennelijk onbespreekbaar.”

De Langhe wantrouwt de motieven van de vakbonden. „Ze zeggen dat ze het ook doen voor de jeugd, zodat die later dezelfde rechten heeft. Maar door hun behoudzucht blijft er juist minder over. Hun acties zijn niet meer van deze tijd.” De Leuvense universiteitsrector Torfs voorspelt dat de vakbonden geschonden uit de strijd komen.

„De regering zal niet vallen, en ze heeft gelijk: er is gewoon geen alternatief.”

Hedebouw van de ultralinkse PVDA, waarvan de aanhang (ruim 13 procent) groeit ten koste van de traditionele socialistische partijen: „Wat moet ik met dat neoliberale no alternative-mantra? Toen banken omvielen had de regering plots miljarden beschikbaar om ze te redden. Maar nu arbeiders omvallen is er niks. Moet ik dat geloven?”

    • Tijn Sadée