Lianne La Havas staat „compleet naakt” op het podium, alleen met haar gitaar, voor tienduizenden mensen. Ze speelde mee op het laatste album van Prince, is een headliner op Pinkpop en het voorprogramma van Coldplay. Met roken en ‘binge drinken’ is ze gestopt. „Ik moet zelf zorgen dat ik niet gek word.”

Interview
Lianne La Havas

Lianne La Havas staat „helemaal naakt” op het podium, alleen met haar gitaar, voor tienduizenden mensen. Ze begon pas met gitaarspelen op haar zeventiende, binnen het jaar was ze ontdekt. Ze speelde mee op het laatste album van Prince, is een headliner op Pinkpop en het voorprogramma van Coldplay. Met roken en ‘binge drinken’ is ze gestopt. Ik moet zorgen dat ik niet gek word.

„Knock, knock”.

De deur kiert open, hoofd om het hoekje, heldere stem. „Hello-o? This is me-e!” Vergeten is het lange wachten op haar komst in een klein kamertje op het hoofdkantoor van platenmaatschappij Warner, in Londen. De deur zwaait open. Zilveren hotpants, gouden plateausandalen. Frèle, vrolijk, fris. Hier is Lianne La Havas, 26 jaar, singer-songwriter. Ster in wording.

Lianne La Havas staat in het voorprogramma van Coldplay, zo’n beetje de bekendste Britse band van het moment. Ze trad op in Argentinië, Peru, Chili. Deze maand toert ze, weer met Coldplay, door Europa. Twee avonden in de Arena. Vanavond is ze een van de hoofdacts op Pinkpop.

Ze viel in de smaak bij wereldster Prince. Zij zong nummers op zijn laatste album (Art Official Age) en hij gaf een miniconcert én een persconferentie in haar woonkamer. Dus hoezo ster ‘in wording’?

Haar albums – uit 2012 en 2015 – werden genomineerd voor grote prijzen als de Grammy, maar wonnen nèt niet. Haar nummer Unstoppable is een hit, maar een echte megahit heeft ze nog niet gescoord. Ze staat op alle grote podia, maar lang niet iedereen kent haar naam. Nog niet.

Wie haar wel kent, roemt haar muzikaliteit, haar gitaarspel haar zang: jazzy als Sade, gekweld als Billie Holiday, soulvol als Erykah Badu en soms, als je goed luistert en door je oogharen kijkt, herken je iets van Amy Winehouse. Die andere Britse ster, jong bezweken aan een combinatie van drank-, drugs- en eetproblemen en de plotselinge, overweldigende roem na haar eerste wereldhit Rehab.

Het lijkt alsof platenlabel Warner La Havas wil behoeden voor te veel roem ineens. Ja, ze gaven haar op haar twintigste een platencontract, maar lieten haar twee jaar ‘rijpen’ voor de eerste plaat verscheen. Heel gedoseerd wordt ze aan de wereld gepresenteerd. Drie marketingmanagers en haar eigen managers bekommeren zich om haar wel en wee. Vanochtend is ze bij haar thuis, in haar appartement in Camden, Oost-Londen, door een visagiste opgemaakt. Haar kleren zocht ze zelf uit. „Of eigenlijk, mijn vriendje.” Eén look, geen verkleedpartijen. Een taxi heeft haar thuis opgehaald en naar het centrum gereden. Onderweg nog wat te eten halen. Kwartier te laat, half uur, drie kwartier. Maar dan: „This is me!” Niks sterallures, maar een uitgelaten meisje.

Uit haar rode boodschappentas pakt ze een paar sokken. Gouden schoenen uit, sokken aan, en dan iets minder hoge rode plateauschoenen. Ze slaat een jas van blauwgroene velours om, het lijkt meer een peignoir. „Comfy,” zegt ze en slaat haar armen om zich heen om warm te worden. „I love to be comfy.”

Door Rinskje Koelewijn, foto’s Frank Ruiter, vorm/techniek Koen Smeets

In je eentje voor een zaal met 60.000 mensen is minder comfortabel.

„Op het podium ben ik compleet naakt. Geen band, geen achtergrondzangeressen. Alleen ik. Mijn gitaar en ik.”

Doodeng.

„Ik wil mijn optreden zo intiem mogelijk maken. Juist als de zaal zo groot is, zoek ik de menselijke maat. Het maakt niet uit hoe groot de zaal is, het zijn allemaal mensen die er staan. Met hen verbind ik me.”

Wel overweldigend.

„Nou ja, ik voel de adrenaline wel en natuurlijk is het heel, heel opwindend. Het is een soort natural high.”

Heeft iemand je van tevoren verteld hoe het zou zijn, zingen voor zoveel mensen?

Schorre lach: „Wie zou me op zoiets moeten voorbereiden? De jongens van Coldplay vertrouwen me, zij geloven dat ik dit kan.”

Maar hoe bereid je je dan voor?

„Haha. Ik ben gestopt met roken. Cold turkey. Dat is één. Niet dat ik zo veel rookte, eigenlijk alleen als ik uitging. Maar als ik mijn stem wil sparen, kan ik het beter helemaal laten. En drinken doe ik ook niet meer.” Weer een schaterlach. „Of liever, ik ben gestopt met binge drinken. Begrijp me goed, ik hou van feestjes, van dansen, drinken, praten, heel hard praten in mijn geval. Vroeger bedwong ik mijn zenuwen met een paar borrels. Maar nu, als ik weet dat ik de volgende dag een show heb, drink ik niet. Ik moet me focussen. Goed voor mezelf zorgen. Zelf zorgen dat ik niet gek word.”

Vanaf eind mei staat Lianne La Havas in Barcelona, Berlijn, Amsterdam. In september gaat ze naar de Verenigde Staten: Los Angeles, Dallas, Miami. Tussendoor geeft ze vier concerten in de stad waar ze geboren is en nog woont: Londen.

Komen je ouders kijken?

„Yeah. Zeker.”

Samen?

Ze knikt van ja. Lianne Barnes, zo heet ze echt, is het enige kind van een Jamaicaanse postbode (haar moeder) en een Griekse buschauffeur (haar vader). Ze scheidden toen ze twee was. Lianne ontleent haar artiestennaam aan haar vaders achternaam Vlahavas.

Hadden je ouders dit ooit achter je gezocht?

„Als kind was ik verlegen. Dus nee, ze verwachtten het niet. Maar muziek was er altijd. Mijn vader speelt heel veel instrumenten, hij heeft me alles op de piano geleerd. Op mijn middelbare school zong ik in een koor. Ik krijg nog steeds zangles van mijn lerares van school. Pas op mijn zeventiende, ik zat in de zesde klas, mijn eindexamenjaar, heb ik mezelf gitaar leren spelen. Gewoon, met tutorials op internet. En ik had een oom, de man van een tante, die me alles op de gitaar leerde wat hij wist. Toen pas kwamen zang en muziek samen. Ik had mijn stem gevonden.”

Binnen het jaar werd die stem dus ontdekt. Ze postte haar zelfgeschreven songs op Myspace en die vielen op. „Platenbazen kijken naar hoeveel views en likes je krijgt en hoeveel volgers.” Warner gaf haar een „deal to develop”. Mensen ontmoeten, songschrijvers, producers. Veel oefenen en zelf schrijven. „Net zolang tot ik me comfortabel voelde met mijn muziek, mijn geluid.”

Op haar vingers telt ze hoeveel nummers uit die periode uiteindelijk op haar eerste plaat Is your love big enough? terechtkwamen. „Vier? Vijf misschien. Niet helemaal in mijn oorspronkelijke versie… Maar toch.”

Aan de teksten merk je hoe jong ze was toen ze die schreef. In Lost and Found zingt ze over haar gebroken hart, haar eerste. In Grow gaat het over een vriendje met wie ze het uitmaakte, maar dat ze terugwil. En in Age bezingt ze de liefde voor een oudere man. Hij is in de dertig, zij nog maar net achttien. Heel anders zijn de onderwerpen op Blood, haar tweede album. Daarop gaat het over afkomst, familie, identiteit.

Ze is volwassener geworden, zegt ze. Kort voor ze die tweede plaat opnam, was ze op Jamaica. Met haar moeder. „Sinds die reis ben ik heel close met haar.”

Was de relatie met je moeder daarvoor slecht?

„De relatie was niet slecht, hij was er niet.”

Na de scheiding ging Lianne bij haar grootouders wonen, de ouders van haar moeder. „Eerst heette het logeren, maar het werd wonen. Mijn opa bracht me naar school, mijn oma bracht me naar bed. Ik zag mijn moeder wel, hoor. Ze woonde om de hoek. Ze had veel tijd nodig voor haar eigen leven. De laatste keer dat zij op Jamaica was, was kort voor mijn geboorte. Voor haar voelde het nu als thuiskomen. Gek genoeg voor mij ook. Ik was er nooit geweest, maar ik herkende alles. De mensen, het eten, de taal. Mijn hele jeugd heb ik, in onze flat in Croydon, in een soort klein-Jamaica geleefd. Ik verstond het Patois [Creools dialect] dat mijn grootouders spraken en praatte zelf mijn nette Queens’ English tegen ze terug. De muziek, de kleuren, de geuren, de smaken. De gekookte yams [een wortelknol] die mijn oma maakte, haar dumplings, de gefrituurde vis met Pasen.”

Waren je grootouders gelovig?

„Mijn oma was een diepreligieuze vrouw. Bijna iedereen op Jamaica is geloof ik Anglicaans, maar het wordt daar heel vrijzinnig beleefd. Mijn oma ging wel naar de kerk, maar ik hoefde nooit mee. De echte spiritualiteit, de beleving van het geloof, speelt zich thuis af. Ze was een geweldige vrouw. Gehandicapt, blind, een zwakke gezondheid. Maar ze kon alles zelf. Als ze naar buiten ging, had ze een stok. Of mijn grootvader.”

Kon?

„Ze is overleden toen ik 13 jaar was. Ze is 69 geworden.”

En toen had je geen moeder en geen oma meer.

„Haar dood is de ergste pijn die ik ooit gevoeld heb. Mijn overgrootmoeder, de moeder van mijn opa, woonde ook bij ons. Zij nam de zorg over. Ik denk dat ik door de dood van mijn oma jong zelfstandig ben geworden. Op mijn zeventiende ging ik uit huis. Ik mocht in het huis van mijn moeders vriend, als ik beloofde het netjes te houden.” Ze lacht hard. „Daar heb ik mijn opruimtic aan overgehouden.”

Over je grootmoeder heb je nooit een nummer geschreven.

„Nee. Misschien komt dat ooit nog.” Wel heeft ze haar gitaar vernoemd naar haar. De vintage gitaar [een Harmony Alden Stratotone uit 1964] waarmee ze altijd solo optreedt, heet Connie.

Ben jij gelovig?

„Eerder bijgelovig. Vooral voor optredens. Dan moest ik precies dat jurkje aan, drie keer ergens op kloppen, of een schietgebedje.”

Maar?

„Nu niet meer. Ik ben logischer gaan nadenken. Het heeft ook iets arrogants om te denken dat de wereld zich zal voegen naar hoe jij je kopje op tafel neerzet. Het is magisch denken. Zo wil ik niet meer denken.”

Hoe komt dat?

„Door mijn vorige vriendje. Hij was erg geïnteresseerd in wetenschap. Hij zei: er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat bijgeloof helpt. Hij had een telescoop thuis, samen observeerden we planeten. We luisterden naar wetenschappelijke debatten en podcasts. Alle afleveringen van Carl Sagans Cosmos.” Carl Sagan was een Amerikaans astronoom en astrofysicus. Zijn onderzoek naar buitenaards leven bracht hem wereldfaam.

What you don't do

Ze reikt naar haar boodschappentas. Een doosje sushi. Dat zet ze op tafel. Een plastic bekertje met edamame-boontjes. Ze vist er een uit en splijt hem open tussen haar voortanden. „Still hungry”, zegt ze.

Je bent veganist, toch?

Ze kijkt abrupt op, alsof ze wordt betrapt. „Ja. Ik was het al een tijdje af en aan, maar sinds zeven maanden helemaal. Meestal lachen mensen je uit als je zegt dat je veganist bent. Ze denken dat je getikt bent. Ik weet nog dat er een meisje bij me op de basisschool zat die niks van dieren at. Heel interessant vond ik dat. ‘Veganisten zijn heel ongezond’, zei mijn juf. ‘Veel te mager.’ Ik ben me erin gaan verdiepen toen een goede vriend van me vegan werd. Eerst was het vooral een dieet. Geen vlees, geen ei, geen melk, geen boter. Tot ik Earthlings zag, een documentaire over hoe mensen met dieren omgaan op de boerderij, in het asiel, thuis, in de bio-industrie. Nu spreekt vooral de ethische kant me aan. Misbruik niet de macht die je over een ander wezen hebt.”

Het is wel een lastig dieet.

„Je moet er een beetje handig in worden. Als ik thuis ben, kook ik vijf, zes keer per week zelf. Ik ben dol op kookboeken en kookprogramma’s. Ik kan met weinig iets lekkers maken.” Ze gaat rechtop zitten. „Ik heb gisteren heerlijke koekjes gemaakt. Banaan, amandel, dadels, pinda. Mijn vriend vond het ook zalig. Hij is nog niet volledig vegan, maar hij is er bijna. Mijn droom is om later een amazing vegan restaurant te beginnen. Daar heb je er niet veel van, zelfs niet in Londen. Vaak wordt er zo liefdeloos gekookt.”

En hoe eet je vegan als je op toernee bent?

„Dan moet de toermanager goed worden geïnstrueerd. En verder moet je als vegan altijd zorgen dat je zelf wat te eten bij je hebt. Zoals nu.” Ze grijnst haar tanden bloot en rist nog een boontje open.

Niet roken, niet drinken, geen drugs, geen dieren…

„Stuk voor stuk rationele besluiten. Ik wil succes, ik wil zingen, ik wil die carrière. Dus moet ik zorgen dat ik gezond blijf en inmiddels weet ik wat ik moet doen om me goed te voelen. Tegenwoordig word ik uit mezelf vroeg wakker en zie ik de dingen helder. Dat wil ik ook, want…

… anders word je gek, getikt, verslaafd?

Verbaasd: „Echt niet alle artiesten zijn zo, hoor. Ik heb een paar heel bekende mensen leren kennen die hard werken en super succesvol zijn en met wie niks geks aan de hand is.” Ze somt op: Chris Martin en de andere jongens van Coldplay, Adèle…

En Prince? [Op het moment van spreken is hij nog geen twee weken dood. Mogelijk overleed hij aan een overdosis.]

Kortaf: „Ja, ook Prince. Hij is de baas over zijn leven. Of hij was het in elk geval.”

Maar is de prijs voor succes niet veel te hoog?

Weer verbaasd: „Hoezo?”

Hoe bekender je wordt, hoe meer vrijheid je inlevert.

„Het voordeel van succesvolle artiesten is juist dat ze hun leven precies zo kunnen inrichten als ze zelf willen.” En in één adem door: „Juist door bekende mensen van zo dichtbij te leren kennen, is mijn perspectief op muziek en mijn carrière veranderd. Ineens zijn er beroemde mensen die mij kennen. Jill Scott! Ik ben met haar muziek opgegroeid, ik adoreerde haar. Nu krijg ik tweets van haar dat ze mijn muziek zo goed vindt. Nu meer dan ooit wil ik dat iedereen mij hoort. En als ik negentig ben, wil ik nog steeds doen wat ik nu doe. Optreden en albums maken.”

In augustus word je 27.

Gevaarlijke leeftijd voor een artiest.

Ze lacht. „In-te-res-ting.” En weer somt ze wat namen op. Nu die van wereldberoemde artiesten die op hun 27ste overleden. „Amy Winehouse, Jimi Hendrix, Kurt Cobain, Janis Joplin. Oei, het zijn er wel veel hè.”

Maar dat gaat jou niet gebeuren…

„Nee. Het moment van make or break is nu. Ik ben geen kind meer. Ja, alles overweldigt me nog en ja, ik vind het spannend wat me allemaal overkomt. Maar ik ga moedig door. Het allerergste wat me kan gebeuren is dat ik niet meer kan zingen. En daarna dat ik mijn handen verlies of dat ik doof word. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat ik hou wat ik heb. Ik weet wat me te doen staat.”