‘Ik ga niet iedereen met een strafblad wegsturen’

Motorclubs worden geraakt door harde overheidsmaatregelen, geven de leiders van Satudarah toe. Maar stoppen zullen ze nooit. Desnoods gaan ze ondergronds.

Guus Pronk, Europees leider van motorclub Satudarah, heeft een beddenwinkel in Tilburg. Foto’s Merlin Daleman

Eerst denkt Guus Pronk nog dat hij het verkeerd heeft gezien. Undercoveragenten, hier, op een festival tijdens Koningsdag? Maar als twee mannen met zwarte werkschoenen hem blijven volgen, denkt de Europees leider van motorclub Satudarah het zeker te weten. „Zelfs op een Koningsdagfeest lopen de stillen achter me aan.”

Het is echt iets van de laatste jaren, verzucht Guus Pronk in zijn Tilburgse beddenwinkel. Er staan in plastic verpakte matrassen en bedbodems door elkaar heen. Naast Pronk zit Xanterra Manuhutu, een van de leiders van Satudarah wereldwijd. Voordat het gesprek begint, draait Pronk de deur van zijn beddenzaak op slot. Hij wil niet gestoord worden. „Klanten komen later wel terug.” Dan steekt hij een sigaret op.

De topmannen van Satudarah hebben ingestemd met een interview over de aanpak van motorclubs door de overheid. Sinds 2012 voeren justitie, politie, gemeenten en belastingdienst een zerotolerancebeleid tegen zogeheten outlaw bikers. Leden van clubs als Satudarah, Hells Angels en No Surrender worden bij elk vermoeden van een overtreding aangehouden en gecontroleerd op identiteit, geldstromen worden doorgelicht, manifestaties van de clubs worden tegengegaan en clubhuizen waar mogelijk gesloten. Justitie vindt dit nodig, omdat deze motorclubs „ondermijnend” gedrag vertonen door zich bezig te houden met „geweld, afpersing en intimidatie”.

Na incidenten, zoals een vechtpartij begin april in een Rotterdams hotel tussen de Hells Angels en de Mongols, klinkt de roep om een verbod op ‘criminele’ motorclubs. Vooralsnog is dat niet gelukt, omdat rechters niet bereid zijn gedrag van individuele leden toe te rekenen aan de motorclubs. Daarom past de overheid de laatste jaren een ‘bestuurlijke aanpak’ toe. Werkt dat?

Vraag het de leiders van Satudarah, een van de grootste motorclubs van Nederland, en ze halen hun schouders op. „De lastercampagne van de overheid heeft ons alleen maar groter gemaakt”, zegt Manuhutu. Satudarah is net als andere motorclubs fors gegroeid sinds de overheid in 2012 bestuurlijk ging tegenwerken. Aanhoudende publiciteit over flinke mannen in motorhesjes leidde tot honderden nieuwe aanmeldingen.

Na de groeispurt haakten ook weer leden af. Sinds vorig jaar groeit Satudarah minder snel, zegt Manuhutu. Dat geldt ook voor andere motorclubs, zegt Henk Jan Meijer, burgemeester van Zwolle en voorzitter van een burgemeestersoverleg dat zich richt op de aanpak van outlaw motorclubs. Hij baseert zich op informatie van de politie.

Huisbezoek van de politie

De leiders van Satudarah moeten toegeven dat het er allemaal niet leuker op is geworden. „We worden tegengewerkt, zo erg tegengewerkt, dat we niks meer kunnen organiseren”, zegt Pronk. Als Satudarah in 2014 een motortocht houdt, willen de bikers gaan eten in een Brabantse grillbar. Maar de gemeente steekt er een stokje voor en het etentje wordt afgeblazen. Ook werd Satudarah vorig jaar belemmerd in het vinden van een feestlocatie voor het 25-jarig jubileum.

Niet alleen worden manifestaties van motorclubs gefrustreerd; volgens de Satudarahleiders richt de aanpak zich ook op de outlawbikers zélf. Nieuwe leden krijgen tegenwoordig huisbezoek van de politie, vertelt Pronk. „Ik ken zo’n zes nieuwe jongens die allemaal een bezoekje hebben gehad van agenten. Dan vragen ze of je getrouwd bent en welk werk je doet. Ze willen nieuwe leden laten zien: je zit nu bij Satudarah, we gaan je nu de hele tijd in de gaten houden.”

Guus Pronk werkte tot voor kort als beveiliger, maar raakte zijn vergunning kwijt. Portiers kunnen sinds mei 2014 hun vergunning verliezen als zij ‘in criminele kringen’ verkeren, waartoe ook een lidmaatschap van een outlaw motorclub wordt gerekend. „Dat geldt voor meerdere leden”, zegt Manuhutu. „Alleen omdat ze lid zijn van een motorclub wordt hun pas niet verlengd.”

Radeloze jongens

Die maatregel is er om te voorkomen dat de beveiligingsbranche verweven raakt met motorclubs. Volgens Manuhutu is die vrees onterecht. „Het werk van beveiligers heeft niks met hun lidmaatschap van een motorclub.”

Pronk: „Een bewaker van de gevangenis in Vught is ontslagen omdat zijn broer bij Satudarah zit. Hij vocht zijn ontslag aan, maar de rechter vond het prima. De boodschap is: ga niet bij een motorclub, want wij blijven je opjagen.”

Manuhutu: „Jongens komen radeloos naar me toe. ‘Wat moet ik doen? Ik moet kiezen tussen mijn werk en mijn brothers’, vragen ze. Ja, dat is lastig. Ik ken zo’n acht jongens die weg zijn gegaan omdat ze hun baan zouden verliezen.”

Dus de overheidsaanpak heeft effect?

Manuhutu: „Natuurlijk. Het is voor ons veel moeilijker dan een aantal jaar geleden. Iedereen is een beetje voorzichtig geworden. Gelukkig hebben we met sommige gemeenten een goede relatie. Die gemeenten laten ons clubavonden houden, wij zorgen dat we niet opvallen in de stad. Dat betekent dat we onze colors [motorhesjes met het clublogo, red.] niet openlijk dragen. En dat we niet met veertig man op een terras gaan zitten.”

Ondanks afspraken met sommige gemeenten ligt Satudarah onder vuur van justitie. Zo loopt al jaren een rechtszaak tegen een aantal Tilburgse leden. Een van hen werd begin dit jaar veroordeeld wegens levering van wapens.

Zetten jullie zo iemand uit de club?

Manuhutu: „Ligt eraan wat-ie gedaan heeft. Als iemand aan kinderen heeft gezeten, wil ik er niks meer mee te maken hebben. Maar iemand die een aantal jaar in de bak heeft gezeten voor drugshandel, behandel ik niet anders dan iemand die geen strafblad heeft.”

Jullie vinden zo’n veroordeling niet erg?

Manuhutu: „Wij zijn familie. Als jouw broer wordt veroordeeld, is hij dan opeens jouw broer niet meer? Je bent in mijn ogen geen slechter persoon als je een gevangenisstraf hebt gehad.”

Satudarah zou meer met rust worden gelaten als jullie iedereen met een strafblad de club uit zouden zetten.

„Ja. Maar ik ga toch niet iedereen met een strafblad wegsturen omdat de samenleving dat wil? Anders kan ik net zo goed jullie [wijst naar de interviewers] op mijn plek neerzetten.

„Trouwens, als iemand overlast geeft, grijpen we in. Zo’n twee jaar geleden hadden we een supportgroep [een sympathiserende motorclub, red.] in Tilburg. Die maakten telkens ruzie in het uitgaansleven. We hebben ze gewaarschuwd om rustiger te doen, maar niet veel later hoorde ik van de gemeente dat het er niet minder op werd. Toen heb ik gezegd: wegwezen met die gasten. Als je mij te kakken zet, zet je de hele club te kakken.”

Dus u bekommert zich wel om het imago van Satudarah?

„Als iemand onze belangen schaadt, zorgen we dat het ophoudt.”

Jullie normen van wat niet toelaatbaar is, verschillen met die...

„...van de gemiddelde krantenlezer. Ja, dat klopt. Maar omdat dat zo is concluderen veel mensen: al die gasten bij Satudarah zijn criminelen. En dat is niet zo.”

De topmannen van Satudarah erkennen wel dat er incidenten zijn met leden van motorclubs, zoals de recente confrontatie tussen de Mongols en Angels.

Daardoor wordt de roep op een verbod luider. Wat gaan jullie dan doen?

Manuhutu: „Dan gaan we ondergronds. Natuurlijk, wat denk je. Ze kunnen onze onderlinge band toch nooit verbieden?”

Pronk: „Denk je dat we dan zeggen: oké jongens het is mooi geweest, vanaf nu gaan we voetballen?”

Manuhutu: „Ze kunnen zeggen: die colors kunnen niet meer, dat clubhuis mag niet meer, dat logo moet weg. Maar wij blijven altijd bij elkaar komen. Het afpakken van mijn colors zal pijn doen, natuurlijk, je kleuren zijn je trots. Maar uiteindelijk is het maar uiterlijk vertoon. De echte band van Satudarah zit van binnen. Daar kunnen ze ons nooit raken.”

    • Andreas Kouwenhoven
    • Bram Endedijk