Hoge Raad ziet geen problemen met vermogensheffing

De hoogste rechter gaat daarmee in tegen het advies van de advocaat-generaal, zijn belangrijkste adviseur.

Foto Lex van Lieshout / ANP

De regering hoeft niets te veranderen aan de manier waarop op dit moment belasting wordt geheven op vermogen. Die uitspraak deed de Hoge Raad vrijdag in een zaak die al vijf jaar loopt. De hoogste rechter gaat daarmee in tegen het advies van de advocaat-generaal, zijn belangrijkste adviseur.

Bij het bepalen van de inkomstenbelasting in box 3 gaat de fiscus ervan uit dat vermogen elk jaar gemiddeld 4 procent groter wordt. Tegenstanders vinden dat percentage te hoog, omdat vermogen met de huidige lage rente veel minder snel groeit. Bovendien behaalt niet iedereen hetzelfde rendement op zijn vermogen.

‘In strijd met Europese wet’

Die argumenten vormden ook de kern van het advies dat advocaat-generaal René Niessen in februari aan de Hoge Raad gaf. Volgens Niessen is de huidige heffing op vermogen in strijd met het recht van eigendom in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Hij schreef daar toen over:

“Mensen die zeer verschillende resultaten behalen op hun vermogen, betalen hetzelfde percentage belasting. Wanneer dit vaste percentage belasting niet kan worden betaald uit de opbrengst van het vermogen is er sprake van een oneigenlijke ontneming.”

Volgens de hoogste rechter op het gebied van belastingrecht deed de regering in 2001 - toen de huidige regels werden opgesteld - niets mis door een vast rendement van 4 procent te rekenen. Dat percentage kon destijds “met gemak worden gehaald”, aldus de Hoge Raad. En in 2011 was dat volgens de raadsheer niet anders.

‘Houd rendement goed in de gaten’

Wel moet de regering goed blijven kijken of een rendement van 4 procent “over een langere periode” haalbaar blijft. Als dat niet het geval is, moet de wet voor vermogensheffing alsnog worden aangepast, aldus de Hoge Raad.

    • Joost Pijpker