‘Het leedvermaak begon me tegen te staan’

Guido den Aantrekker (50) schreef twintig jaar lang over het privéleven van de sterren, nu stopt hij en schreef zijn memoires. ‘Negentig procent van de verhalen komt van de sterren zelf.’

Lars van den Brink

‘W

aar heb je spijt van”, vroeg mijn uitgever: „Er moet toch ook een duistere kant aan zitten?” Maar ik heb nergens spijt van. Er zijn wel gevallen waarvan ik terugkijkend zeg: dat had ik niet moeten doen. Zoals die keer dat ik Marco Borsato de les las omdat hij te innig was met een collega van War Child. Of mijn primeur over het overspel van Xander de Buisonjé, waardoor zijn huwelijk met Wendy van Dijk niet doorging. Had ik daar wel met een gestrekt been in moeten gaan?”

Voor Story en Panorama schreef journalist Guido den Aantrekker (1966) twintig jaar lang over het privéleven van de sterren. Hij had spraakmakende primeurs en werd verguisd. Presentatrice Daphne Deckers drukte een gebroken champagneglas in zijn kin, waarmee Den Aantrekker zelf nieuws werd. In de opnamestudio van Goede Tijden, Slechte Tijden hing zijn foto met de tekst: ‘Nooit mee praten’. Nu heeft Den Aantrekker zijn memoires geschreven, Primeurjager, en neemt hij afscheid van de sensatiejournalistiek.

U hekelt in uw boek het satirische programma ‘Dit was het nieuws’, omdat die een grap maakte over uw doodgeboren kind. Maar dat doet u toch ook, schrijven over andermans familieleed?

„Ja, maar ik ga daar toch geen grappen over maken, om iemand terug te pakken? Als iemand bijvoorbeeld kanker heeft, dan ga ik dat niet zomaar opschrijven. Ik zou om te beginnen altijd proberen om diegene zelf te benaderen. Wij wisten al voor het bekend werd dat dwarsfluitiste Berdien Stenberg kanker had, maar zij wilde dat niet zeggen. Dan denk ik: als zij het niet wil zeggen, dan laat ik het toch lekker liggen. Misschien heeft ze wel een zoontje dat het nog niet weet. Kennelijk heb ik toch een soort van ethiek.

„Als de ster slim zou zijn, dan zou hij op me inspelen. Gewoon mij opbellen en gaan huilen. ‘Alsjeblieft, plaats dit niet, want mijn kinderen…’ Als iemand mij smeekt om het niet te doen, dan moet ik toch wel een enorme schoft zijn om het toch te doen. We zijn geen barbaren.”

Zat u op woensdag, als de Story uitkwam, altijd klaar bij de telefoon voor de boze reacties?

„Heel gek, ik schrijf willens en wetens zo’n verhaal, en toch wil ik er liever geen gezeik mee krijgen. Dus als ik dan Marco Borsato of John de Mol aan de lijn krijg, denk ik toch: o fuck, daar gaan we weer. Meestal beginnen ze met woedend schreeuwen en dan loopt het gesprek toch wel weer goed af. Sterren bellen nooit zomaar, ik denk dat ze onbewust toch iets kwijt willen.”

Hoe zat het juridisch? Moest u vaak naar de rechter?

„Henk van der Meijden zei ooit: ‘Je moet precies weten hoe ver je te ver kunt gaan.’ Elk roddelblad moet minimaal één keer per jaar een proces aan zijn broek hebben. Anders ben je geen knip voor de neus waard. Op vrijdag kregen we altijd de brieven van de advocaten: ‘Tot mij wende zich cliënt X…’ Dat is allemaal handel, een spelletje. Iedere BN’er heeft bij de Hema een rechtsbijstandverzekering van 24,95 euro. Ze hopen er toch wijzer van te worden. Ik ken een presentatrice die iedere week met een markeerstift de roddelbladen doorneemt om te kijken wie ze nu weer een proces kan aandoen. En anders bellen advocaten zelf wel met de sterren, om ze op te stoken. Ook dat is handel. Ik kreeg ooit een eis tot schadevergoeding en rectificatie, nadat we hadden geschreven dat een ster op het punt stond om te scheiden. De advocaat zei toen: ‘Als u mijn naam drie keer in de rectificatie noemt, wil ik wel de helft van de schadevergoeding eraf doen.”

Ook als een ster niets met u te maken wil hebben valt u hem lastig.

„Iedereen heeft recht op privacy, maar de rechter zegt ook: bekende mensen moeten zich meer laten welgevallen dan niet-bekende mensen. Zij willen aandacht, dus dan moeten ze niet zeuren. De uitgever van het Duitse boulevardblad Bild zei ooit: ‘Als je met ons in de lift omhoog gaat, ga je ook mee met de lift naar beneden.’ Zo werkt dat in ons vak: we zijn op je bruiloft, maar ook op je begrafenis. Als je bekend wordt, dan weet je: het hoort er gewoon bij. Dus werk je er gewoon een beetje aan mee.”

Dus u zegt tegen bekende Nederlanders: gewoon meewerken?

„Je moet als ster een verhaal paraat hebben. De meesten begrijpen dat. Negentig procent van de verhalen die wij plaatsen komt van de sterren zelf. Zo blijven ze in de publiciteit. Dus dan belt Patricia Paay weer op om te vertellen dat haar poes dood is. Op het eind van het gesprek zegt ze dan: ‘En, kun je er iets mee?’ De A-sterren zijn daar het beste in. Linda de Mol kun je nooit op een schandaaltje betrappen, en ze is altijd bereid om je te woord te staan – bij positief en negatief nieuws. Dus die heeft nooit last.

„Sterren willen graag gesponsord worden. Voor hun huwelijk, voor een bodyscan, of voor plastisch chirurgie. In ruil voor bloederige foto’s en een exclusief verhaal betalen wij daar graag aan mee. Als we een plastisch chirurg bellen omdat een ster nieuwe borsten wil, dan zegt hij ook: kom maar langs. Want dan krijgt hij een vermelding in ons blad; goede reclame. Het is allemaal handel.”

De roddeljournalistiek is braaf geworden, schrijft u.

„Ja, het moet gezellig blijven. Vroeger kon je alles schrijven. De vier roddelbladen vormden zo’n machtsblok, daar kon geen ster tegenop. Nu zijn de oplagecijfers ingestort: in vijftien jaar tijd zijn we tweederde van de lezers kwijtgeraakt.” De roddelbladen hebben samen nog ongeveer een betaalde oplage van een half miljoen over. „Sociale media hebben alles veranderd. Als ik iets schrijf en de bekende Nederlander is het er niet mee eens, kan hij het gelijk op Instagram, Facebook of Twitter zetten. Als jij met honderdduizend volgers gaat roepen dat het verhaal onzin is, dan koopt niemand dat blad meer.”

‘Ik ken mensen uit de showwereld die honderd keer slechter zijn dan ik’

De lezer bepaalt wat kan en niet kan?

„Wij vinden de lezer belangrijker dan de rechter. De Story-lezeres is conservatief, een gemiddelde Nederlandse vrouw van boven de vijftig uit Purmerend of Hoevelaken. Als er negatieve dingen over de Oranjes in het blad staan, of smerige seksgeheimen, dan koopt ze het niet, en merken we dat meteen omdat de verkoop met enkele duizenden keldert.”

Waarom stopt u?

„Ik ben er klaar mee. Het is zo’n klein wereldje, je komt elke week dezelfde mensen tegen. Je kunt niet elke week met de liefde van Willeke Alberti komen. Ik heb ook niets met al die nieuwe sterren. Sinds Big Brother zijn er veel bekende Nederlanders bijgekomen die niets kunnen. Je ziet per jaar het gemiddelde IQ dalen. Toen realityster Barbie een boek ging schrijven, vroeg een journalist: ‘Is het autobiografisch?’ Ze antwoordde ‘Nee, het gaat over mijn leven.’”

„Het is ook de leeftijd. Ik ben net vijftig geworden, die nieuwe sterren zijn twintig. En ik ben zelf ook veranderd. Vóór de vijftig lijkt het leven oneindig. Ik heb gefeest tot ik erbij neerviel, ik heb een fantastisch leven gehad. Maar nu, ik heb een gezin, ik ben menselijker geworden.”

U werd te gevoelig voor dit vak?

„Gevoelig? Nee, je wordt er juist gevoelloos en cynisch van. Wat ik bedoel met cynisch is: je komt erachter dat het een goor wereldje is. Ik werd rioolrat genoemd, gajes, de journalistieke onderwereld. Maar ik ken mensen uit de showwereld die honderd keer slechter zijn dan ik.”

U werkte daar toch zelf aan mee?

„Die mensen veroorzaken hun eigen leed. Wanneer invloed en ambitie samenkomen, gaan de broekjes snel uit. Dat is in iedere branche zo. Maar het leedvermaak begon me tegen te staan. Ik kwam een bekend tv-medium tegen en die zei: ‘Jij moet dit vak uit. Jij schrijft alleen maar over leed van andere mensen. Dat komt als een boemerang terug’.”

Karma?

„Ja. Het lijkt ook wel alsof er een vloek op dit vak rust; velen komen vroeg en akelig aan hun einde. Ik weet niet of het herstelbaar is, maar ik wil wel iets terugdoen. Voorlezen voor kinderen van allochtonen, bijvoorbeeld.”

    • Wilfred Takken