Opinie

    • Jutta Chorus

Hans van Manen en de Turkse meisjes

Vlak voordat Hans van Manen de Jumbo binnenstapt om sigaretten te halen, denkt hij ineens aan de Turkse meisjes die er achter de kassa zitten. Die zeggen altijd zo aardig gedag. Wat nou als ze iets zeggen over de Turkse prijs die hij deze week weigerde? Dan zal hij antwoorden: „De president heeft misschien ook een krant verboden die jullie lazen. Of jullie televisiestation.”

En wat als ze zo beledigd zijn dat ze hem niet eens groeten? Dan zal hij naar ze toe lopen en zeggen: „Vraag me alsjeblieft iets. Ik kan het uitleggen.” Ach, die arme meiden, denkt hij.

Dan loopt hij de Jumbo binnen en de meisjes roepen hem vrolijk toe: „Hallo!”

Drie maanden geleden hoorde Hans van Manen dat hij in Istanbul het predicaat ‘Choreograaf van de eeuw’ zou ontvangen. Tegen het eerbetoon had hij aanvankelijk geen bezwaar, wel tegen het predicaat. „Ik hoorde mensen op straat al zeggen: ‘Kijk, daar heb je de choreograaf van de eeuw’.”

Maar toen werd de hoofdredacteur van een Turkse krant na een aanslag op hemzelf tot vijf jaar cel veroordeeld wegens het lekken van staatsgeheimen. En toen werd de Turkse premier op non-actief gesteld. En toen werd columnist Ebru Umar aangehouden. Ja, toen bedankte Van Manen voor de eer.

Eind jaren zestig had hij tijdens het kolonelsregime in Griekenland al een voorstelling teruggetrokken. In Portugal had hij begin jaren zeventig in de nadagen van de dictatuur hetzelfde gedaan. „Ik besloot: nu ga ik ook weg bij het Nederlands Dans Theater, dat me steeds in die positie brengt.”

Hij was nog jong toen, maar dat maakt volgens hem niet uit. Zijn werk is niet politiek geëngageerd, maar dat hoeft niets te zeggen over de houding van de maker. Die leest de krant, gaat naar de film en het Concertgebouw, verzamelt kunst. „Ik ben niet bepaald moedig”, zegt hij. „Ik doe het omdat ik het vind.”

Een zuiver kompas – zit dat in zijn hoofd, vraag ik hem. Hoe weet hij dat het goed staat afgesteld? „Ik ben zo opgevoed door mijn Duitse moeder met haar Joodse vrienden en haar hekel aan de nazi’s. Ze was op jonge leeftijd in de jaren twintig naar Amsterdam geëmigreerd.”

Later raakte hij bevriend met vormgever Benno Premsela en journalist Ischa Meijer. En hij vond zijn vriend Henk van Dijk „met zijn prachtige eigen mening”.

En dan staat hij buiten met die rechte balletrug van hem en zijn 64 kilo. „Als ik zo’n besluit genomen had, zeiden mijn vrienden: ‘Goed gedaan’. Dat zeggen ze nog. Misschien is het ook zo dat je dat wilt horen, instemming.”

    • Jutta Chorus