‘Handelsarbitrage vormt risico voor soevereiniteit regeringen’

ISDS, het arbitragesysteem dat het bedrijven mogelijk maakt staten voor een speciaal tribunaal te dagen, roept weerstand op.

Gus van Harten, hoogleraar Internationale Investeringswetgeving aan de universiteit van Toronto, Canada, is eigenlijk nog steeds nog steeds verbaasd en verrast. Vrijwel niemand had van zijn obscure specialisatie gehoord. Maar opeens kennen veel mensen ISDS, Investor-State Dispute Settlement.

Dit arbitragesysteem voor bedrijven, die via ISDS staten kunnen aanklagen als ze zich benadeeld zien door wetgeving, was tot voor kort een standaardelement in veel bilaterale handelsverdragen. Nu is het berucht. Het geldt als de grootste steen des aanstoots in de twee grote nieuwe handelsverdragen die de EU wil sluiten. Linkse politieke partijen vrezen ondermijning van de soevereiniteit van staten als zij bij nieuwe wetgeving moeten vrezen voor claims van bedrijven.

Het ene verdrag, het CETA met Canada, is al uitonderhandeld, maar moet nog geratificeerd worden. Over TTIP, tussen de EU-landen en de VS, wordt al drie jaar gesproken. Recentelijk waarschuwden de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, en de Amerikaanse handelsdiplomaat Michael Froman dat het heel moeilijk wordt TTIP af te sluiten als dat niet lukt binnen de ambtstermijn van Obama. Die duurt nog een half jaar.

„Tot de vroege jaren negentig hoorde je nooit iemand over ISDS”, zegt Van Harten aan de telefoon. „Het bestond al sinds 1968, maar advocaten en bedrijven kenden het nauwelijks. Het was bedoeld om investeringen in risicolanden eenvoudiger te maken. Maar het is ontaard. Het aantal claims is sterk toegenomen en de toegewezen bedragen zijn omhoog gegaan. Dat vormt een risico voor het wetgevend vermogen van regeringen.”

ISDS zit in 2.600 bilaterale handelsverdragen. Dat was tot voor kort geen enkel probleem.

„Dat klopt. Maar doorgaans gaat het dan om handelsverdragen tussen gelijkwaardige spelers. Als de VS erin slagen om tegelijkertijd twee mega-verdragen af te sluiten, TTIP met Europa en het TPP met het elf landen rondom de Stille Oceaan, neemt de toegang tot ISDS sterk toe. Bovendien dienen Amerikaanse bedrijven de meeste claims in. Overigens zie je dat sommige landen verdragen laten verlopen of zelfs opzeggen om ISDS, zoals bijvoorbeeld Zuid-Afrika.”

Donderdag sprak Van Harten in Den Haag met de handelscommissie van de Tweede Kamer. Of liever, hij waarschuwde. Want hij vindt dat ISDS verworden is tot een instrument waarmee vooral de internationaal opererende mijn- en energiesector nationale en lokale milieuregels dwarsboomt of verijdelt.

„Canada”, zegt hij, „is het laboratorium voor wat een westers land kan overkomen door ISDS. Wij zijn sinds we in de jaren negentig het NAFTA-verdrag tekenden met de VS en Mexico 35 keer aangeklaagd. Eén keer door Mexico, alle andere keren door de VS. Volgens een studie uit 2015 heeft de Canadese regering bedrijven in totaal 172 miljoen Canadese dollar betaald, vooral na toegewezen claims wegens het nemen van milieumaatregelen. Bekende zaken zijn die van oliebedrijf Lone Pine Resources tegen de ban op fracking in Quebec, en die van de Amerikaanse mijnbouwer Clayton/Bilcon tegen het afwijzen van een project in Nova Scotia op milieugronden.”

De Europese Commissie erkent dat ISDS gevaarlijk kan zijn en kwam daarom met een alternatief. Een permanent hof, Investment Court System of ICS, zou onafhankelijker en transparanter zijn.

„Dat voorstel is een lichte verbetering. Maar aan de fundamentele problemen van ISDS is niets veranderd. Nog steeds kunnen claims maar van één partij komen – buitenlandse investeerders. Nog steeds staan er geen verplichtingen tegenover de hoge mate van bescherming die alleen bedrijven via ISDS claimen, en tegenover het publieke geld waarmee toegewezen claims betaald worden.”

Het Nederlandse parlement vraagt om een ‘carve-out’ in CETA voor wetten die landen aannemen om het klimaatakkoord van Parijs uit te voeren. Maar minister Ploumen zegt dat ICS voldoende bescherming biedt.

„De taal van CETA is veel sterker dan die van het klimaatakkoord. Dus ik zou zeker pleiten voor een carve-out.”

    • Maartje Somers