Gelijke kansen liggen in de fontein

Geen gelijke kansen geven, staat gelijk aan het weggooien van talent, schrijft Lamyae Aharouay.

„Wie geen gelijke kansen krijgt, moet zich zeker maar invechten. Maar een geluksmuntje in een fontein werpen, geeft meer kans op succes.” Foto Istock

Wijlen Roberto Cercelletta wist dertig jaar lang rijk te worden van andermans hoop op een klein beetje geluk. Hij plunderde de muntjes die mensen in de fonteinen van Rome gooiden om hun liefste wens in vervulling te laten gaan.

U kent het ritueel wellicht: met de rechterhand over de linkerschouder een muntje de fontein in mikken, en dan meteen een schietgebedje doen. Het leverde hem naar het schijnt zo’n duizend dollar per dag.

Het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic zocht uit wat er gebeurt met de duizenden muntjes die jaarlijks in fonteinen belanden. De uitkomst is redelijk ironisch. In Kansas City, dat zichzelf The City of Fountains noemt, wordt door autoriteiten niet eens de moeite genomen om ze te verzamelen. Nog voordat de muntjes de bodem van zo’n fontein raken, zijn ze weggegrist door een dakloze om er zijn eigen geluk van te bekostigen. In andere steden worden de munten ingezameld voor het goede doel, of om de fonteinen zelf mee te onderhouden.

Hoogleraar arbeidsrelaties Paul de Beer overhandigde afgelopen maandag een rapport aan minister Bussemaker van Onderwijs over de kansenongelijkheid in ons land. Meritocratie: op weg naar een nieuwe klassensamenleving? Het korte antwoord: ja. Wie voor een dubbeltje is geboren, wordt maar lastig een kwartje.

Begin vorig jaar concludeerde het Centraal Bureau voor de Statistiek iets soortgelijks. Uit onderzoek naar mensen uit 1983, bleek dat wie opgroeide in een gezin dat rond moest komen van een uitkering, dertig jaar later zelf bovengemiddeld vaak gebruik maakte van dezelfde sociale voorziening. Ook het opleidingsniveau lag bij deze groep lager dan bij hun leeftijdsgenoten. Geen causaal verband, benadrukte het CBS. Maar wel een correlatie die meerdere oorzaken kan hebben, zoals erfelijke aanleg en opvoeding. Factoren die ook door De Beer genoemd worden.

Meer recent concludeerde de Inspectie van het Onderwijs in De Staat van het Onderwijs 2014/2015 dat kinderen met dezelfde talenten op school niet dezelfde kansen krijgen. De verschillen tussen kinderen met hoogopgeleide en laagopgeleide ouders nemen toe. Dat vertaalt zich ook door in de basisschooladviezen.

Drie onderzoeken, met een eenduidige, zorgelijke conclusie: wie gelooft in gelijke kansen, gelooft in een illusie. Dat die gelijke kansen niet vanzelfsprekend zijn, betekent niet dat vooruitgang per definitie onmogelijk is. Mijn ouders kwamen allebei niet verder dan de basisschool in Marokko, toch wisten ze vier van de vijf kinderen af te leveren op de universiteit. Ik ben de hbo-uitzondering thuis. Ambitie werd bij ons met de paplepel ingegoten, niets is onmogelijk, als je je best maar doet. Mijn moeder is voor ons het levend bewijs, op late leeftijd besloot zij, ondanks haar toen nog zeer gebrekkige taalschat, toch een mbo-opleiding af te ronden. Dat niet ieder kind dat meekrijgt, zou geen rol moeten spelen in zijn of haar toekomstkansen. Geen gelijke kansen geven staat gelijk aan het weggooien van talent. Terwijl we juist dat talent nodig houden voor onze kenniseconomie. In het laatste regeerakkoord Bruggen slaan beloofden regeringspartijen VVD en PvdA ‘een betrouwbare overheid die kansen biedt en grenzen stelt […]’ Wie eerdergenoemde onderzoeken erbij pakt, ziet dat er vooral grenzen aan kansen worden gesteld. Een kwalijke zaak.

Ik durf op basis van zijn eerdere uitspraken wel te beweren dat het advies van onze minister-president luidt dat wie geen gelijke kansen krijgt, zich maar moet invechten. Je hebt nog meer kans op succes door een geluksmuntje een fontein in te werpen.

    • Lamyae Aharouay