Poetsvis gebruikt roofvis als beschermer

Weer verbaast de gewone poetslipvis, Labroides dimidiatus. Het kleine zeevisje is bekend van zijn servicestations waar allerlei vissen langskomen om vuil en parasieten te laten verwijderen uit hun bek en van hun kieuwen. Ook geven poetsvisjes massages met strelende vinnen. Bij stations met rijen wachtenden doet de poetser, vaak met partner werkend, minder aan klantenbinding. Dan neemt hij tijdens het poetsen soms hapjes slijmvlies of kieuw.

Generaties onderzoekers hebben geprobeerd aan te tonen of vissen pijn beleven, de poetsvis bewijst het in een handomdraai. Hij wordt soms door een klant met wraakgevoelens na een hapje achternagezeten. Zo’n malafide middenstander blijkt nu buitengewoon handig in vluchten – naar een wachtende roofvis. Zijn achtervolger durft daar niet te dicht bij te komen.

De poetsvis pakt zijn reddingsboei in met ijverig werk en extra weldadige massage. Het is niet de grootste vis die zij opzoeken: de reputatie als visseneter is belangrijker (Animal Cognition, juli). Wachtende toeschouwers kunnen, zo bleek eerder, conclusies trekken over de kwaliteit van geleverd werk. Maar als ze te ver moeten zwemmen voor een beter servicestation blijven ze komen. De poetsvis kan zo doorgaan – zich na een terugval in werkkwaliteit verschuilend achter zijn krachtigste klant.

    • Frans van der Helm