Drones democratiseren het helikoptershot in film, televisie en video

Elk jaar in zijn vakantie mag Jeroen Pauw van de NOS een ver land bezoeken, dat een tijdje geleden in het nieuws was. Samen met vertegenwoordigers van NGO’s neemt hij de stand van zaken op in hulpverlening en wederopbouw na een ramp.

Pauw in Nepal, een adequate grabbelton van impressies over een land dat de aardbeving van 2015 nog lang niet te boven is, intrigeerde me echter om een minder inhoudelijke reden. Het openingsshot van de presentator op een hangbrug en later ook dat van een tentenkamp op een afgelegen plateau waren opgenomen met een drone, zoals je dat sinds enige tijd steeds vaker ziet. Het effect is verbluffend en kan door praktisch iedere amateur nagedaan worden.

In het deze zomer herhaalde Nederland van Boven (VPRO, 2011) lieten we ons nog epateren door al die opnamen vanuit de lucht. Je kon die draaien uit een luchtballon, een straaljager of desnoods een ruimtesonde, maar meestal werd er een helikopter voor ingezet.

Helikoptershots in een speelfilm of documentaire, meestal aan begin of eind, betekenden traditioneel vooral dat de producent over een stevig budget kon beschikken. Met andere woorden: een helikoptershot was ook altijd een statussymbool, zoals in klassiek Hollywood het craneshot, gedraaid vanaf een langzaam rijzende dan wel dalende kraan.

Bij popconcerten, zoals gisteren dat van dj David Guetta in Parijs, zwaaien en zwieren we ook met hoge snelheid over de hoofden van de toeschouwers, maar daar worden doorgaans aan lange armen bevestigde robotcamera's voor gebruikt: ook niet goedkoop.

Maar nu kan iedereen voor een paar tientjes een slechte of voor wat meer geld een fatsoenlijke drone kopen, die niet na drie keer al ter aarde stort. Je ziet het resultaat overal opduiken.

In Floortje naar het Einde van de Wereld zagen we de hoofdpersoon van bovenaf een vulkaankrater binnenlopen, de chauffeurs van De Gevaarlijkste Wegen van de Wereld konden we ook van bovenaf volgen.

Maar de vlogs van Arjen Lubach zijn ook volgestopt met beelden van zijn drone. Toen een volger eens vroeg hoe hij dat toch deed, antwoordde hij: „Ik heb gewoon New York nagebouwd in mijn kamer en ga daar dan met de telefoon overheen."

Er bestaat zelfs al een New York City Drone Film Festival. Google maar eens op #NYCDFF2016 voor een montage op YouTube van de ongelooflijkste scènes.

Voor een deel zijn het gelikte kalenderplaatjes. Maar deze revolutie wordt niet gedefinieerd door het vermogen te kunnen filmen alsof je een vogel was, maar doordat die vrijheid ineens voor iedereen is weggelegd.

Vergelijk de betekenis maar met die van de democratisering van het publieke debat door internet. Iedereen kan meedoen, ook wie vroeger alleen maar in de kroeg schold.

    • Hans Beerekamp