Opinie

    • Luuk van Middelaar

De kosten van een politieke amputatie

Gisteren kwam het Centraal Planbureau met een rapport over de economische kosten van een Brits vertrek uit de EU. De rekenmeesters komen voor Nederland uit op een welvaartsverlies van twee procent (duizend euro per persoon) tot aan 2030. De schade zou beperkter zijn als de 27 blijvende EU-landen een vrijhandelsakkoord met de vertrekkende Britten sluiten. Het CPB wijst erop dat Nederland, net als Duitsland of België, hierbij meer wint dan landen in oostelijk of zuidelijk Europa. Hoe dan ook moeten we ons niet op de cijfers blindstaren. Een Brexit heeft eerst en vooral politieke kosten. Niet alleen voor het Verenigd Koninkrijk zelf – dat zijn mondiale macht ziet afnemen en zelf kan uiteenvallen na een Schots vertrek – maar ook voor de rest van de EU.

Van het interne machtsevenwicht Parijs–Berlijn–Londen blijft na een Brits exit en met aanhoudende Franse depressie alleen Duitse macht over: geen goed vooruitzicht. Gezamenlijk beleid, dat ook een optelsom van ieders inbreng aan tafel is, zal zonder deze speler economisch minder liberaal zijn; de buitenlandse politiek zal minder wegen. En de acute zorg: werkt een Brexit aanstekelijk op andere electoraten, volgen ‘Frexit’, ‘Tsjexit’ of ‘Nexit’? Politico meldt dat de Franse regering, kijkend naar Le Pen en Wilders, wil zorgen dat de keuze voor Brexit „snel en zwaar” gevoeld zal worden.

Tot en met 23 juni zijn we druk met Groot-Brittannië, met hopen en bidden dat ze blijven. Na een uitslag leave is dat meteen voorbij. Op 24 juni gaat het dan louter over de Unie, dus over onszelf. Een Brits vertrek is niet zomaar een vertrek. Het is een amputatie, afscheid van een land dat sinds eeuwen voor velen op het vasteland een politiek, economisch of cultureel baken is – van Shakespeare tot Westminster tot bolhoed tot Beatles – en Europa maakt tot wat het is. Wij, de rest, zullen ons dus in de steek gelaten voelen. Zoals de Britse toetreding in 1973 het zelfvertrouwen van de club een zwiep gaf, zo geeft een vertrek een knauw. Daarom zullen de leiders van de 27 willen tonen dat hun Unie leeft en toekomst heeft. Momenteel circuleren tussen Parijs, Berlijn en Brussel vage ideeën om ‘iets’ aan te kondigen voor ‘erna’, wellicht over veiligheid en grensbewaking. Als signaal belangrijk. Toch zal zelfs van zulke relatief bescheiden plannen weinig terechtkomen tot na de Franse en Duitse verkiezingen van 2017. Laat staan dat Europa, verlost van de Britse ‘saboteurs’, klaar is voor de sprong naar een federatie, zoals Guy Verhofstadt hoopt; aan zoiets zouden van de 27 regeringen er maar vier of vijf meedoen, en van de 27 bevolkingen nog minder. De prioriteit is een gesloten front te houden jegens de vertrekker. Niet uit rancune of frustratie, maar uit welbegrepen eigenbelang. Een Unie die uiteenvalt doet meer pijn dan de Brexit, ook voor Nederland.

In 1963 zou Groot-Brittannië, bij de oprichting afzijdig gebleven, alsnog tot de Europese Gemeenschap toetreden, toen president De Gaulle de deur plompverloren dichtsmeet. De andere vijf leden, Duitsland, Italië en de Benelux, waren razend op de Fransman. Eén illusoire avond lang huilden ze uit met de Britten, in het kantoor van de Belg Spaak. Zullen we, zo fantaseerde onze minister Luns, een nieuwe club beginnen en Parijs inruilen voor Londen? Er kwam niets van terecht. Waarom niet? Niet omdat het van De Gaulle niet mocht. Maar omdat voor alle vijf grote belangen op het spel stonden bij het overleven van de Gemeenschap, groter dan de sympathie voor hun Britse vrienden.

    • Luuk van Middelaar