Bijna tijd voor een comité ‘Afscheidscadeau Aboutaleb’?

Als Aboutaleb in Rotterdam wil blijven, moet hij dat snel duidelijk maken, vindt Peter van Heemst.

Hij was alles behalve een fan van burgemeester Peper. Maar Manuel Kneepkens van de Rotterdamse Stadspartij wist in de jaren negentig zijn ongenoegen vaak vindingrijk vorm te geven. Rond de herbenoeming van de PvdA bestuurder deelde Kneepkens gratis badges uit met de tekst „Comité Afscheidscadeau Peper.” Zijn grap had succes. Veel Rotterdammers dachten echt dat de burgemeester zijn vertrek had aangekondigd.

Deze anekdote schoot me onlangs te binnen bij het diner voor oudgemeenteraadsleden. In het toespraakje van burgemeester Aboutaleb ging het onvermijdelijk over zijn mogelijke PvdA-lijsttrekkerschap. Niet dat hij die positie openlijk ambieerde. Hij formuleerde het behendiger: „Kranten schrijven de laatste tijd vaak over een overstap naar de landelijke politiek. Dat zorgt iedere keer voor een stroom e-mails. Van Rotterdammers die zeggen: Doe het alsjeblieft niet. En van niet- Rotterdammers die me laten weten: Doe het alsjeblieft wél.” Hoe de burgemeester keek, kon ik door de tafelopstelling niet zien. Mijn tafelgenoten die wel goed uitzicht hadden, leken wat geïrriteerd over zo veel parmantigheid.

Dezelfde ergernis die nu bij de landelijke PvdA top merkbaar is, zou ook in Rotterdam kunnen ontstaan. Zo ver is het niet. Nog niet. Want nergens is de grens tussen „Hosanna” en „Kruisig hem” zo dun als in de politiek. Rotterdammers houden niet van omtrekkende bewegingen. En ze zijn helemaal bunzig van politici die de strijd niet durven aangaan. Aboutaleb kent het dna van de stad na acht jaar harde leerschool beter dan wie ook. Locoburgemeester Jantine Kriens bracht het bij haar aantreden in 2009 pakkend onder woorden: „Burgemeester van Rotterdam ben je niet, burgemeester van Rotterdam wordt je.” Door te vechten en stug vol te houden.

Ik zou Aboutaleb een overstap naar de landelijke politiek afraden. Alle grote steden-burgemeesters die hem de afgelopen 35 jaar voorgingen, gingen in Den Haag kopje onder. De Amsterdammers Van Thijn en Cohen sneuvelden er. Ook de Rotterdammers Van der Louw, Peper en Opstelten bliezen voortijdig de aftocht. De redenen waren uiteenlopend, maar het patroon is onmiskenbaar. Lokaal gezag, bestuurlijk prestige, een rijke ervaring: het zegt niets op het Binnenhof. Daar gelden andere wetten dan in het lokaal bestuur.

Of er voor Aboutaleb nog een weg terug is na zijn opzichtige flirt de landelijke politiek? Of hij nog met goed fatsoen „nee” kan zeggen tegen de strijd om het PvdA lijsttrekkerschap? Zo langzamerhand waag ik het te betwijfelen. Bij Rotterdammers heeft hij heel veel krediet opgebouwd. Maar van een bange burgemeester houden Rotterdammers niet. En al helemaal niet van een burgemeester die de indruk wekt dat in Rotterdam blijven een troostprijs is. Wellicht liggen in enkele fractiekamers op het stadhuis de badges al klaar.