Bestaat radicaal links nog? Zeker. Maar ’t doet er niet toe!

Hubert Smeets is Oost-Europadeskundige en verbindt om de week verleden met het heden.

Het 37ste partijcongres van de PCF, de Franse communistische partij, afgelopen weekeinde. Foto AFP/Dominique Faget

Dat het nationaal-populisme van Front National, Alternative für Deutschland en Wilders aan de winnende hand is, weten we langzamerhand wel. Dat de sociaal-democratie – ondanks regeringsmacht in Duitsland, Frankrijk, Italië en Nederland – een zieltogend bestaan leidt, is ook gemeengoed.

Maar hoe gaat het met radicaal links? Waar zijn de onversneden socialisten, die in deze tijd van massamigratie en mondiaal grootkapitaal nog onbeschroomd „Hun strijd, onze strijd, internationale solidariteit” durven te scanderen?

In Frankrijk bestaan ze nog.

In Aubervilliers, bij Parijs, congresseerde afgelopen weekeinde de communistische partij PCF. Voor de 37ste keer in haar 95-jarige bestaan alweer. Omdat de partij bij monde van toenmalig partijleider George Marchais de Sovjet-Unie tot het bittere eind globalement positief beoordeelde en zich na de val van de Berlijnse Muur in 1989 niet heeft omgedoopt, bestaat de PCF nog. Net als in Griekenland, waar de KKE evenmin is verdwenen.

Electoraal is de PCF echter een schim van het verleden. Het is zelfs onzeker of ze in 2017 bij de presidentsverkiezingen een eigen kandidaat levert. De communisten spelen liever met de term Volksfront, een los links verbond dat herinneringen oproept aan het Front Populaire, dat in 1936 aan de macht kwam – terwijl in de buurlanden Mussolini, Hitler en Franco de trom roerden. Ook de socialistische PS van president François Hollande fantaseert bij de talrijke herdenkingen van de 80ste verjaardag van dit Volksfront over een herhaling van dat kunststukje.

Datzelfde weekeinde stelde op Place de Stalingrad in Parijs de 64-jarige Jean-Luc Mélenchon, een oude trotskist die zich in 2008 afscheidde van de PS, zich juist wel kandidaat. Volgens peilingen zou Mélenchon zo’n 12 procent van de stemmen halen, slechts 2 procentpunt minder dan Hollande. Mélenchon denkt dat hij hem kan inhalen en de leider van links Frankrijk kan worden. Hij laat zich inspireren door Yanis Varoufakis, de frondeur in de Coalitie van Radicaal Links van de nu al weer anderhalf jaar regerende Griekse premier Alexis Tsipras.

Helaas. De analogie gaat historisch niet op. Toen het Volksfront won in Frankrijk, won in Griekenland generaal Metaxas. Grieks links werd daarna verder getekend door een burgeroorlog (1946-1949), die de krankzinnig geworden KKE roemloos verloor, en een kolonelsjunta (1967-1974), die de onverzoenlijke polarisatie nog verdiepte. Deze nederlagen koestert radicaal links in Griekenland nog steeds. Frans links heeft meer trots.

Ook sociologisch is er geen parallel. De arbeidersklasse, die Mélenchon alleen al ideologisch moet ophemelen als drijvende kracht, bestaat in Frankrijk niet meer. De werkers van weleer zijn opgestegen naar de middenklasse, zijn werkloos of bang dat te worden. Of ze knopen het ene flexibele precaire baantje met het andere aan elkaar. De eerste groepen zijn een wingewest voor nationaal-populisten. Het ‘precariaat’ is wel rijp, maar intussen zo multicultureel dat het zich eerder laat rekruteren door een imam dan door een trotskist. Griekenland daarentegen heeft nooit een serieuze arbeidersklasse gekend en mist dus ook een afgestorven arbeidersklasse die gefrustreerd is omdat ze is verzwolgen door de vloedgolven van de globalisering.

Is in atypisch Griekenland een linkse meerderheid bij een glas ouzo wellicht denkbaar, in klassieker Frankrijk is die tijd voorbij. De PCF, gepokt en gemazeld in het machiavellisme dat ze decennialang uit Moskou kreeg ingepeperd, is daarom sceptisch over Mélenchon. Of hij straks Hollande nu wel of niet achter zich laat, het resultaat zal zijn dat beiden in de eerste ronde een derde en vierde plaats halen. Waarna de rechtse republikein Alain Juppé of Nicolas Sarkozy en de nationaal-populist Marine Le Pen uitmaken wie er president wordt.

Een klassiek radicaal linkse nederlagenstrategie.

    • Hubert Smeets