Alleen de postbode is nog oranje

Sterrenwijk, Utrecht Sterrenwijk kleurt bij EK’s en WK’s oranje. Toernooien binden oud-Utrechters en mensen van buitenlandse komaf. Nu is het er doodstil.

„Kijk”, zegt Ton Wallenburg (52) en hij wijst naar de lantaarnpaal pal voor zijn huis: „Het zit er nog steeds op.” Bovenin die paal hangen drie stukken plakband, een herinnering aan het prachtige wereldkampioenschap voetbal van twee jaar geleden. Het Nederlands Elftal haalde de halve finales en werd uiteindelijk derde. Aan de achtergebleven stukken plakband kleefden destijds vrolijke oranje slingers. Wallenburg: „De sfeer was geweldig. Regenpijpen, bosjes, hekken, huizen; alles kleurde oranje.”

Dat is deze zonnige donderdagmiddag wel anders. Het is rustig op straat. Een beetje doods zelfs. In Sterrenwijk, 826 inwoners – twintig procent van niet-westerse komaf, de helft (sociale) huurwoningen - is een dag voor het Europees kampioenschap in Frankrijk geen snipper oranje te bekennen.

Foto’s van 2014 (WK) en nu (EK). Beweeg de slider heen en weer voor de vergelijking:

De verklaring daarvoor is simpel. Logisch ook. Voor het eerst in 32 jaar heeft het Nederlandse voetbalelftal zich niet geplaatst voor een Europees Kampioenschap. De oranje versieringen en prullaria zijn in de kast gebleven. Maar hoe gaat de Sterrenwijk om met een EK zonder Oranje? En: welk land krijgt nu support van de buurt?

Die eerste vraag is makkelijk te beantwoorden: niet. Natuurlijk zullen ze allemaal het EK volgen. Al dan niet zappend, met een biertje of een frisje op de bank, maar ze zullen er geen afspraken voor afzeggen.

Vaderlandsliefde op dieptepunt

De meeste Sterrenwijkers balen nog flink dat Nederland zich niet gekwalificeerd heeft. En een enkeling is „minder trots” om Nederlander te zijn. Genoteerd in buurthuis Sterrenzicht: „Mijn vaderlandsliefde zit op een dieptepunt.”

„Jammer? Jammer?” Pieter Wallenburg (vader van Ton Wallenburg) maakt een wegwerpgebaar vanuit zijn tuinstoel: „Ik kan wel janken.” Al vijftig jaar woont Wallenburg senior in de Saturnusstraat in één van de „gezelligste wijkjes” van Utrecht. Het aantal EK’s en WK’s dat hij heeft meegemaakt, zijn niet op twee handen te tellen.

De sfeer is dan „onbeschrijfelijk”, zegt hij. Gezellig. De voortuintjes vol met volk. „Mensen die normaal niets met elkaar te maken willen hebben”, zegt hij „komen ineens bijeen”. Ook de Marokkaanse en Turkse Nederlanders, die in het verleden nog wel eens werden verwelkomd met een steen door het raam? „Ja, ze zijn hier prima ingeburgerd. Iedereen doet mee.” Corrie van der Ven (66): „We hebben hier wel wat buitenlanders, heel aardige mensen, die feesten dan ook gewoon mee. Maar nu zie je ze niet veel.”

Ik kan wel janken

Pieter Wallenburg, wijkbewoner

Wie ook volop aanwezig zijn in de Sterrenwijk tijdens een groot voetbaltoernooi: de media. Het krioelt er dan van. Erg? Nee, hoor. Sterrenwijk gaat prat op die aandacht. Eindelijk positieve berichtgeving over de buurt die vooral als „asosjaaaal” te boek staat, maar dat „allang niet meer is”. Ton Wallenburg: „De straat stond hier vol met journalisten.” Corrie Jansen (76): „Die vent die altijd in Amerika is, is hier zelfs nog binnen geweest.” Wie? Ton Wallenburg: „Max Westerman.”

Rest de tweede vraag: wie moet Europees kampioen worden? Daarover zijn de Sterrenwijkers heel eensgezind: ons buurland. De Mannschaft? Duitsland dus; zij zijn toch al drie keer kampioen van Europa geworden… Corrie Jansen schudt afkeurend haar hoofd: „Die kunnen de pot op.” „Dat heb je als kind meegekregen, daar ben je niet voor”, zegt overbuurvrouw Van der Ven. Beide vrouwen doelen op dat andere buurland. Het land van de Vlaamse frieten en de Rode Duivels: België. Van der Ven: „Tja, dat is toch je naaste buur.”

Plotseling doemt een man in oranje T-shirt en oranje tas op in de wijk. Hij loopt rustig door de Saturnusstraat. Hij stopt geregeld. Is er dan toch een Nederlander die ondanks de mislukte kwalificatie de leeuwen een warm hart toedraagt? Een fan in hart en nieren, misschien? Nee, het is de postbode, bezig aan zijn tweewekelijkse rondje in de buurt.

    • Martin Kuiper