Zweten om te weten of epo werkt

Nooit is goed onderzocht of wielrenners winnen door epo. 48 vrijwilligers doen een test.

Fietst hij met of zonder epo-doping? Oskar de Graaff weet het niet. Op de zesde verdieping van het medicijnonderzoek-instituut CHDR in Leiden trapt hij drie kwartier zo hard mogelijk. Hij heeft de afgelopen acht weken wekelijks injecties gehad met epo, of met nep-epo (placebo). De mensen om hem heen, die tijdens zijn tijdrit een paar keer bloed afnemen, die kijken of alle meetapparatuur nog werkt, weten niet wat hij ingespoten kreeg. De Graaff doet in Leiden mee aan het grootste, best opgezette onderzoek naar prestatiebevordering door epo.

Wielrenners en andere duursporters raakten er in de jaren negentig van overtuigd dat epo hun prestaties verbetert. De dopingcontroleurs gaven miljoenen uit aan het ontwikkelen van betere tests en controles. Epo-zondaars kregen en krijgen schorsingen van jaren opgelegd. Het traditionele stilzwijgen rond dopinggebruik is pas de laatste jaren doorbroken.

En nu onderzoekt het Centre for Human Drug Research (CHDR) of epo eigenlijk wel werkt bij topsporters. Waarom?

„Het staat helemaal niet vast dat epo de prestaties van topatleten verbetert”, zegt CHDR-directeur Adam Cohen op zijn werkkamer terwijl Oskar de Graaff een paar verdiepingen hoger onderzoeken ondergaat en zich klaar maakt voor wat een ‘submaximale inspanningstest’ heet. Cohen is ook hoogleraar klinische farmacologie aan het Leidse academisch ziekenhuis LUMC. „Het idee voor dit onderzoek ontstond acht jaar geleden al, nadat Endemol langs kwam met het idee een documentaire maken over wielrenners die epo zouden nemen. Of we daar aan mee wilden doen. Dat wilden we niet, maar we gingen wel serieus naar epo kijken.”

Het resultaat was een vernietigend overzichtsartikel van 15 pagina’s, in 2012 in het British Journal of Clinical Pharmacology. Er is geen bewijs dat epo werkt bij topfietsers. Het onderzoek dat eerder is gedaan naar epo en sportprestaties is van schrikbarend slechte kwaliteit, schreef eerste auteur Jules Heuberger die nu het epo-onderzoek leidt.

Meestal met te weinig proefpersonen, vaak met heel gewone, recreatieve weekendfietsers. En wat er werd gemeten was vaak geen goede maat voor prestaties van topsporters, zoals de maximale zuurstofopname (VO2 max). De proefpersonen deden dikwijls maximale inspanningstests. Dan fietst iemand in korte tijd tegen steeds toenemende weerstand in, totdat hij uitgeput is en niet verder kan. Dat is niet wat profwielrenners doen.

„Ik denk dat ik placebo krijg”, zegt Oskar de Graaff vijf minuten nadat hij drie kwartier zijn longen uit zijn lijf heeft gefietst. „Maar ja, dat denken de anderen ook.” De anderen, dat zijn 47 collega-proefpersonen die acht weken aan het epo-experiment meedoen.

Van hen kregen er 24 wekelijks een epo-injectie. De andere 24 krijgen nep-epo. „Of epo werkt bij topsporters is een goede medische en wetenschappelijke vraag”, zegt Cohen. „De vraag is of je bij mensen die door talent en selectie al heel goed zijn iets kunt verbeteren door één ding te veranderen. Het is nog nooit aangetoond dat dat kan.” Het ‘ene ding’ van epo is dat het de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert, waardoor sporters meer zuurstof kunnen verwerken.

De Graaff (42) heeft een submaximale inspanningstest gedaan, wat in ieder geval een betere benadering van de werkelijkheid is dan zo’n korte maximale inspanningstest.

Het submaximale aan de opdracht is dat De Graaff bij de start tegen een weerstand in moet trappen van 80 procent van wat hij in de toegangstest tot het experiment maximaal presteerde. De deelnemers zijn geen profs. „Nee”, zegt Cohen, „Dumoulins krijg je niet voor dit onderzoek, maar sommige van onze deelnemers benaderen het topniveau.”

De Graaff begint op 320 watt. Tijdens het fietsen kan hij door duim opsteken aangeven dat hij meer weerstand kan trappen. Minutenlang trapt De Graaff 350 watt. De fotograaf wachtte de eerste 20 minuten op zweet. Dat vloeit uiteindelijk rijkelijk. Ook slijm en snot druipen onder het masker uit waarmee wordt gemeten hoeveel lucht hij in- en uitademt. Op 320 watt gaat De Graaff zijn laatste minuut in. Nog een laatste bloedafname uit de katheter in zijn arm. Dan gaat het masker af. Famous first words blijven nog even uit. Tenslotte: „Oh, dit doet pijn.” De Graaff kan niets submaximaals meer aan deze test ontdekken.

Het is een van de laatste tests die De Graaff ondergaat. Zondag 19 juni rijden de 48 proefpersonen een toertocht van 120 km rond de Mont Ventoux, om daarna de berg te beklimmen. Daarna gaan de onderzoekers de gegevens analyseren. Waren de epo-gebruikers eerder boven op de Ventoux? Leverden ze meer vermogen op de inspanningstests? Het experiment is ontworpen om een door epo veroorzaakt verschil van ongeveer 40 seconden of meer op een tijdrit van 40 kilometer te meten. Maar hoe het resultaat ook uitvalt, is het de vraag of de magie van epo ooit verdwijnt.

    • Wim Köhler