We wilden debat, debat kregen we

Henk Blanken juicht het toe dat activistische jonge moslims zeggen wat ze willen. „Dit is de multiculturele samenleving die we kregen, niet die we ons wensten. Wen er maar aan.”

Drie ‘activistische jonge moslims’ spiegelen zich aan Malcolm X om net als ‘witte Nederlanders’ te kunnen zeggen wat ze willen. Abou Hafs, een prediker, blogger Nourdeen Wildeman en cabaretier Salaheddine Benchikhi claimen gelijke rechten en doen dat in NRC intelligent, welbespraakt én onverzoenlijk. „Wij zijn er, wen er maar aan.”

Het is even slikken als Hafs zegt dat hij het debat ‘met een gestrekt been’ in gaat. De toon waarop deze drie de ‘hypocrisie’ te lijf gaan en Marokkaanse Nederlanders als Ahmed Aboutaleb of Tofik Dibi smalend wegzetten als ‘huismoslims’ – zoals Malcolm X over ‘huisnegers’ sprak – is onprettig, maar is een provocatie dat niet altijd? En zijn provocaties soms niet noodzakelijk?

Kom maar op, denk ik dan. Dit is toch wat we wilden? Debat. Je kunt de toon van de drie in NRC hardhandig vinden en hun methode polariserend, maar ik deel hun ideaal. „Mijn droom is dat we erbij gaan horen”, zegt Nourdeen Wildeman. Niks mis mee. Waarom voelt het dan toch ongemakkelijk?

Misschien is dit land niet klaar voor dit debat, net zo min als het klaar is voor de extreme regenval die we – klimaatverandering – pas in 2050 hadden verwacht. We hebben meer regentonnen nodig, grasvelden en uiterwaarden waar we tijdelijk het overvloedige hemelwater kunnen opslaan, riolen die de vloed wel aankunnen. We schoten tekort toen we ons een natte toekomst probeerden voor te stellen. Die toekomst haalt ons in.

De prediker, de blogger en de cabaretier kunnen ook niet wachten tot het 2050 is. Als het de ‘witte Nederlander’ wat te snel gaat, zeggen ze, krijgt-ie maar natte voeten. Kunnen we de toon en het ‘gestrekte been’ niet aan? De intelligentsia trekt het wel – voor NRC is het business as usual: ‘Het Grote Verhaal’ – maar we weten dat de provocatie niet gepikt wordt door pakweg de PVV-aanhang die inderdaad, zoals Salaheddine zegt, liever wil dat Nederland ‘een land zonder moslims blijft’. Of dan toch een land van ‘minder, minder, minder’ Marokkanen.

Misschien voelt het onprettig omdat ik me schaam voor wie ik ben, een kind van de jaren zestig en zeventig, opgegroeid en solidair met de emancipatie van vrouwen, homo’s en ‘zwarten’ – wat in mijn jeugd betekende: Indo’s, Antillianen en Surinamers. En met de arbeidersklasse waar ik uit voort kom, de kleine man, de havenarbeider die mijn grootvader was, de ambtenaar die mijn vader was.

Zijn provocaties niet altijd onprettig? En zijn ze soms niet noodzakelijk?

Ik kom van ‘Zuid’, uit een jarenzestignieuwbouwwijk met vierkante tuintjes en platte daken, pal naast Vreewijk, waar mijn moeder opgroeide. Mijn grootvader was een diepgelovige timmerman die net als die andere grootvader van de eilanden naar de stad was getrokken waar havens werden gegraven en werk was. Mijn ooms werden loodgieter of – oom Henk – uitvoerder in de bouw. Rotterdam na de oorlog: daar viel wel wat te bouwen.

Nu stemt Vreewijk in dezelfde mate PVV als de Limburgse heimat van Geert Wilders. En het stadsdeel waar mijn andere grootvader zijn laatste jaren in een bejaardenwoning sleet, schuin tegenover het metrostation Slinge, werd nog niet zo lang geleden beschreven als een zwart getto. Het zijn wijken waar de autochtone Nederlander inderdaad liever minder Marokkanen ziet, en trouwens ook minder ‘zwarten’.

Ik schaam mij voor het racistische sentiment, voor de intolerantie, voor het onverzoenlijke.

En toch ben ik even solidair met die mensen als met het ideaal van een multiculturele samenleving – die ik vanzelfsprekend vond, een kwestie van tijd, gewoon wachten op de tweede en derde generatie ‘gastarbeiderskinderen’, die zouden vernederlandsen en de kansen grijpen die er zeker kwamen.

Totdat rond de eeuwwisseling Paul Scheffer dat ideaal ontmaskerde als een ‘multicultureel drama’ en Pim Fortuyn de stille onvrede en steeds luidere xenofobie wist te mobiliseren. Ik kon mij voorstellen dat net als in andere Europese landen ook hier pakweg een op de zeven stemmers gevoelig was voor dat populisme – niet dat de politieke erfgenaam van Fortuyn vijftien jaar later de grootste partij zou zijn, en Wilders virtueel – zoals je ook virtueel de Giro kunt winnen – premier.

Als wij iets hebben verspeeld, mijn generatie en de jarenzestig-generatie voor mij, de babyboomers die de afgelopen vijftig jaar Nederland vorm gaven, dan is het dit: een samenleving die aan elkaar hangt van debat, van samenspraak, van democratie waaraan iedereen mee doet, gedreven door de emancipatie van nieuwe groepen en ingebed in de Hollandse tolerantie. Het zou soms schuren, maar we wilden geloven dat het kón.

Van die tolerantie is niet veel over. Waar Abou Hafs zegt dat de Marokkaanse Nederlanders hebben gedaan wat van ze mocht worden verwacht – de taal leren en werk vinden – klopt dat niet voor álle Marokkaanse Nederlanders, maar hij heeft wel gelijk als hij zegt dat de autochtone Nederlander zich nu ook aan hem moet aanpassen – niet uit beleefdheid maar uit eigenbelang. Dit is de multiculturele samenleving die we kregen, niet die we ons wensten. Hardvochtig. Onverzoenlijk. Het is 2050. Wen er maar aan.