Seasick Steve loog tegen me. Hoe naïef kon ik zijn?

Bluesheld Seasick Steve loog over zijn levensverhaal en zijn leeftijd. Ook popjournalist Jan Vollaard trapte in de leugens. Maar die mogen van hem de muziek niet in de weg staan.

Foto Andreas Terlaak

Er zeurde iets in mijn achterhoofd, toen ik op een regenachtige middag in april 2013 het Roemerhotel in Amsterdam verliet na een goed gesprek met de toen 72-jarige Seasick Steve. Wat een vitale man! En wat een fascinerend verhaal had hij nog steeds te vertellen, zes jaar nadat hij overnight was doorgebroken tijdens een ruig en spraakmakend optreden in Jools Hollands eindejaarsshow.

Die middag in Amsterdam sprak hij levendig over zijn vriendschap met Jack White, over de twee vintage John Deere-tractors die hij van zijn welverdiende royalties had kunnen kopen en de blues die voor hem gewoon Amerikaanse plattelandsmuziek was. Maar 72 jaar oud? Laat ik het zo zeggen: ik ken zestigjarigen die er minder florissant bij lopen.

Achteraf gesproken had ik misschien wat moeten doen met het gevoel dat er iets niet klopte aan de feiten rond Seasick Steve. Maar wie was ik om als eerste te twijfelen aan zijn roemruchte levensverhaal, van een in 1941 geboren oorlogsbaby uit Oakland, Californië die op zijn veertiende van huis wegliep om te zoeken naar vrijheid? Zijn eerste gitaarlessen kreeg hij thuis in de garage van K.C. Douglas, de componist van de beroemde Mercury Blues. Waar of niet waar? Even checken: nou inderdaad, Douglas kwam uit Oakland.

Zijn dakloze leven lang joeg Steven Gene Wold, want zo heette Seasick volgens zijn zorgvuldig gecultiveerde wikipagina, de bluesdroom na van helden als Robert Johnson en Lightnin’ Hopkins. Hij verbleef jaren in Mississippi en nam later een BBC-documentaireploeg mee om te filmen hoe hij daar, uitgehongerd maar gelukkig, zijn inspiratie had gevonden. Allemaal gelogen, blijkt nu.

Tien jaar jonger

Hoe naïef kunnen wij journalisten zijn? Steve is in werkelijkheid tien jaar jonger dan hij beweerde. In de pas verschenen biografie Ramblin’ Man legt de Britse schrijver Matthew Wright de feiten bloot van een muzikantenleven dat wat prozaïscher is dan Seasick Steve het voorstelde, na zijn reïncarnatie als zelf gecreëerde bluesveteraan in 2002.

Steven Gene Wold had zijn achternaam van de vrouw waar hij in 1982 mee trouwde: de Noorse Elizabeth Wold. In de persbiografie van Seasick Steve werd het zijn „geboortenaam”. Steve Leach, heette hij toen hij in 1971 deelnam aan het plaatproject Shanti van een club hippiemuzikanten in San Francisco. In 1976 speelde hij in de groep Crystal Grass die het plaatje You Can Be What You Dream uitbracht. Op YouTube zie je Steve (zelfde neus, zelfde oogopslag) als discozanger, met een jarenzeventigsnor en een wit kostuum.


Deze man heeft al andere dingetjes geprobeerd in de muziekwereld. Of draaf ik nu te ver door bij het ontmaskeren van een nobele broodmuzikant? Feiten als deze zijn nauwelijks te checken als je niet naar de VS kunt om daar ooggetuigen, tijdgenoten en oude geliefden van de muzikant in kwestie aan de tand te voelen. In mijn kleine en hopelijk best betrouwbare journalistenpraktijk is het ondoenlijk bij elke nieuwe artiest die zich aandient, te verifiëren of alle informatie die door platenmaatschappij en management wordt aangereikt wel juist is. Sterker, het zou de aandacht maar afleiden van de muziek bij de gemiddeld dertig nieuwe albums die wekelijks op mijn bureau belanden.

Mystiek

Van Bob Dylan is al vijftig jaar bekend dat hij in werkelijkheid Robert Allen Zimmerman heet en dat zijn ouders niet, zoals hij aanvankelijk beweerde, bij een ongeluk om het leven zijn gekomen. Moeten wij popjournalisten daarom in elk stuk over Bob Dylan schrijven dat zijn ware naam anders luidt, en dat hij een personage verzon om al die geweldige muziek mogelijk te maken? Nee, want het zou de mystiek rond zijn kunstenaarschap wegnemen.

Popmuziek is een serieuze zaak maar het moet wel leuk blijven. Als een zekere Steve Leach a.k.a. Steven Wold in 2002 heeft bedacht dat hij zijn liefde voor authentieke bluesmuziek in dienst wilde stellen van een nieuw personage dat die muziek met grote overtuigingskracht naar de festivalpodia kon brengen, dan heeft hij mijn zegen. Lang leve Seasick Steve, die op het album Hubcap Blues (2013) inderdaad veel jeugdiger klinkt dan de verweerde bluesman die hij moest zijn, maar die er avond aan avond in slaagt zijn primitieve vuilnisbakkenmuziek naar een groot en enthousiast publiek te brengen.

In het ideale geval schuilt in Seasick Steve een artiest van het kaliber Tom Waits, die muzikale trends overleefde en altijd zijn eigen ding bleef doen binnen het ruime kader van de americana. Bij de theatrale aspecten van de betere popmuziek hoort altijd een element van zinsbegoocheling, mythologie en pure bluf. To live outside the law you must be honest, zong Dylan in de popklassieker Absolutely Sweet Marie. Blijf ons bedotten, Seasick Steve, dan blijf ik er gloedvolle verhalen over schrijven die ontstijgen aan de twijfel van die iets te goedgelovige popjournalist op een regenachtige vrijdagmiddag.

    • Jan Vollaard