Banken gaan tegen Dijsselbloem in met afwijzen schikking

Derivatenaffaire Banken vinden schadevergoeding te hoog die zij zouden moeten betalen aan gedupeerde ondernemers.

Exterieur van het hoofdkantoor van ABN Amro op de Zuidas. Foto Victor Wollaert / ANP

De grote Nederlandse banken dreigen de oplossing af te wijzen van de bemiddelingscommissie in de affaire rond de omstreden rentederivaten die aan het midden- en kleinbedrijf zijn verkocht. Die commissie is begin maart door minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) ingesteld om het slepende conflict tussen de banken en duizenden ondernemers op te lossen. De banken hadden toegezegd die oplossing „ruimhartig” te zullen uitvoeren, hield Dijsselbloem de Tweede Kamer voor.

Achter de schermen hebben de banken afwijzend gereageerd op de oplossing die de commissie voorstelt: een collectieve schadevergoeding die in de miljarden zou gaan lopen. Dat zeggen verschillende bronnen die bij het dossier betrokken zijn tegen NRC.

De banken hebben naast de hoogte van deze afkoopsommen – naar verluidt bijna 2 miljard voor Rabobank, 800 miljoen voor ABN Amro en 300 miljoen euro voor ING – grote moeite met het collectieve karakter van de afwikkeling. De derivatencommissie stelt namelijk niet voor om alle dossiers van klanten opnieuw door te nemen en eventuele de schade per geval vast te stellen, maar om álle klanten die de zogeheten renteswaps van banken hebben gekocht compensatie te bieden. Dat zou de meest effectieve manier zijn om, zoals de minister wil, de kwestie snel af te wikkelen. Volgens de banken is de schikking die de commissie eind juni wil publiceren onredelijk, juridisch betwistbaar en vooral: te kostbaar. Als de commissie het voorstel – dat in concept is rondgestuurd – niet verandert, willen de banken het niet uitvoeren.

14.000 mkb’ers

Volgens toezichthouder AFM verkochten banken tussen 2005 en 2010 bijna 18.000 rentederivaten aan ruim 14.000 mkb’ers met een lening. Derivaten zijn een financieel product ter bescherming tegen een rentestijging. Toen de rente vanaf 2008 juist flink ging dalen moesten veel derivatenklanten ineens bijbetalen. Veel mkb-bedrijven die niet op dat risico waren gewezen, kwamen in problemen. In veel gevallen gaven banken geen adequate uitleg over de precieze werking van de renteswap. Ook verkochten zij derivaten die helemaal niet bij de lening aansloten. Met een deel van de verkochte derivaten is volgens de banken niets mis en is er dan ook geen schade geleden – vandaar hun bezwaar tegen collectieve compensatie.

De derivatenaffaire is een slepende kwestie. Aanvankelijk bagatelliseerden banken het probleem en kregen ze van toezichthouder AFM de ruimte om zelf met hun klanten te schikken. Bij het volgen van dat proces, erkende de AFM eind vorig jaar, maakte de toezichthouder zelf ook fouten.
Geïrriteerd nam minister Dijsselbloem hierop de regie over. Hij stelde begin maart een commissie van deskundigen aan met een derivatenexpert en twee juridische zwaargewichten: de ervaren curatoren Rutger Schimmelpenninck en Ben Knüppe. Zij waren onder meer betrokken bij de afwikkeling van het faillissement van DSB Bank.

Dijsselbloem zegde akkoord toe

Dijsselbloem liet de Tweede Kamer zeer stellig weten dat de zes betrokken banken niet alleen met de commissie zouden meewerken maar ook „volledig gecommitteerd” zouden zijn aan de uitkomst van het onderzoek. „De banken hebben allemaal gezegd: wij zullen ons daaraan houden.” De minister zei te verwachten dat zij het advies van de commissie „ruimhartig” zullen uitvoeren. Het ziet er nu naar uit dat de banken dat zullen weigeren.

Kamerlid Henk Nijboer (PvdA) heeft zijn partijgenoot Dijsselbloem om opheldering gevraagd over de opstelling van de banken. „Banken hebben niks te willen; ze moeten de commissie gewoon volgen.”

Voor ABN Amro ligt de zaak uitermate gevoelig. Deze bank is inmiddels weliswaar naar de beurs gebracht, maar het Rijk is met 75 procent van de aandelen nog altijd grootaandeelhouder. Bestuursvoorzitter Gerrit Zalm, een voorganger van Dijsselbloem, liet vorige maand bij de presentatie van kwartaalcijfers al weten het advies van de derivatencommissie als „niet bindend” te beschouwen. ABN Amro heeft aanzienlijk minder dan de genoemde 800 miljoen gereserveerd voor mogelijke derivatenschade: 120 miljoen euro.

Mocht Dijsselbloem de voorgestelde afkoopsom bij ABN Amro willen doordrukken, dan snijdt hij zich als aandeelhouder ook in de vingers. Vorig jaar keerde de bank ruim 760 miljoen aan dividend uit; bijna evenveel als het bedrag wordt genoemd als schadepost. Zo’n grote herstelbetaling zou ook de beurswaarde kunnen drukken en dus de waarde van het aandelenpakket dat de staat nog heeft en op termijn nog wil verkopen. De banken, de commissie en het ministerie van Financiën willen geen commentaar geven zo lang de commissie nog geen eindoordeel heeft gepubliceerd.

    • Philip de Witt Wijnen