De droevige staat van het Nederlands voetbal weerspiegeld in de ogen van een jonge Oranje-supporter.

Foto Peter de Jong/AP

Nederland, vernieuw uw voetbal

Een EK zonder Oranje. Wat moet er gebeuren om de zieke patiënt weer gezond te krijgen? Jelle Goes ging voor de KNVB op ontdekkingsreis. „We moeten niet loslaten wat ons nationale erfgoed is.”

Portugal, redelijk vergelijkingsmateriaal met bijna elf miljoen inwoners, heeft het goed voor elkaar op voetbalgebied: achtste op de FIFA-ranking, vijfde op de UEFA-ranglijst voor Europese clubs, ‘gewoon’ geplaatst voor het EK in Frankrijk dat vrijdagavond begint.

Wat Nederland van Portugal kan leren? „Mooi dat je dat vraagt”, zegt Jelle Goes (46), technisch manager van de KNVB, in zijn kantoor op het bondsbureau in Zeist. Hij klapt zijn laptop open en laat beelden zien van de halve finale op het EK onder zeventien tussen Nederland en Portugal van drie weken terug. „Ik wil niet dat je namen van spelers noemt.” Hij start de video en geeft commentaar.

Over een zestienjarige Nederlandse aanvaller, die half een duel ingaat: „Ik geloof in die jongen en zijn talent, maar als je dat vergelijkt met zijn Portugese leeftijdgenoten, hoe zij hun duel aangaan.”

Over een zeventienjarige middenvelder, die een aanval poogt te onderbreken: „Moet je eens kijken, geen contact met zijn tegenstander en hij laat hem lopen.”

Over het verdedigen van de Portugezen: „Die staan compact en sprinten terug, die spelen niet op zeventig procent.”

Nederland verliest met 2-0. Conclusie van Goes: Portugal is harder en feller, is sneller in de ‘omschakeling’, van balinterceptie naar aanval, en ‘denkt’ direct diep richting vijandelijk doel. Portugal speelt met „een hele andere opvatting”, zegt Goes. „Dat zit ook in de spelers, in hoe we opleiden.” Natuurlijk, het is ‘slechts’ een jeugdwedstrijd, maar het past binnen de grotere problematiek.

Twee weken terug presenteerde Goes het rapport Winnaars van morgen, met tal van aanbevelingen die het Nederlands voetbal uit de crisis moet trekken. Goes leidde als programmamanager het onderzoek, dat zo’n anderhalf jaar duurde. De uitkomsten worden gedragen door het „hele” Nederlandse voetbal. Tientallen deskundigen werden ondervraagd, Goes sprak in Londen urenlang met Arsenal-coach Arsène Wenger en vloog naar het hart van topsportland Australië.

Alles met als doel de zieke patiënt, voetballand Nederland, weer gezond te krijgen. Aan de vooravond van het Oranjeloze EK is de vraag wat de ontdekkingsreis van Goes opleverde. Waarin is Nederland achtergebleven en wat moet er gebeuren om weer op niveau te komen?

Behoudzucht en voorspelbaarheid

Nederland is voorbijgestreefd. Het in de jaren zestig onder Rinus Michels en Johan Cruijff ontwikkelde totaalvoetbal – dominant, aanvallend, veel pressie en sterk positiespel – is grofweg vanaf de eeuwwisseling onder druk komen te staan, stelt het rapport. ‘De dynamiek en eigenzinnigheid van weleer maken plaats voor behoudzucht en voorspelbaarheid.’

Het revolutionaire is verdwenen, analyseert de vermaarde Italiaanse oud-coach Arrigo Sacchi in het rapport. „Nederlandse spelers worden alleen opgeleid in aanvallen en opbouwen”, zegt Sacchi, bij AC Milan succesvol met Marco van Basten, Ruud Gullit en Frank Rijkaard. „Er wordt zwak verdedigd, er is weinig beweging zonder bal, de linies zijn niet kort en compact genoeg en de passie ontbreekt wel eens bij jullie spelers.”

Het is de rode draad in de kritiek van de experts. „Nederland is in zijn speelstijl en spelsysteem voorspelbaar geworden”, zegt Wenger, waarmee hij doelt op het geijkte 4-3-3-systeem met buitenspelers. „Er wordt te veel vastgehouden aan statische flankspelers.”

Of zoals Goes het verwoordt: „Tegenstanders weten al: ze spelen tegen een Nederlands team, dat gaat zo opbouwen, zo aanvallen, zo verdedigen.” Nederland is blijven stilstaan , waar andere landen moderniseerden. De Nederlandse speelstijl „is niet meer van deze tijd”, zegt Goes. „Het moet geen doel op zich zijn, het zit hem in de variatie en dat je meerdere spelsystemen beheerst.”

Het internationale topvoetbal is complex en snel, met veel agressie en druk op de bal waardoor ruimtes kleiner worden, stelt het rapport. In hoog tempo omschakelen is essentieel: van verdedigen naar aanvallen en andersom. Het is van belang dat een team compact ‘staat’, met de linies dicht op elkaar, zodat snel – daar is het woord weer – omgeschakeld kan worden.

De KNVB is daarin zelf te verwijten dat het in de cursussen te veel ‘vanuit de organisatie’ van het team doceert. Goes: „In onze trainerscursussen zetten we alles neer vanuit de ‘georganiseerde organisatie’, terwijl je in het voetbal vaak moet aanpassen aan de situatie.”

Het zijn de wetten van het moderne voetbal, waarin meer ‘situationeel’ spelinzicht centraal staat. Het is dit dynamische speltype waar Nederland – clubs en nationale teams – naar toe moet. „De statistieken bewijzen dat er veel meer gescoord wordt uit de omschakeling en veel minder uit de opbouw”, zegt Goes. „We moeten niet loslaten wat ons nationale erfgoed is, we willen nu eenmaal graag dat aanvallende, dominante, creatieve voetbal. Maar zorg dat je je ontwikkelt.”

Kijk naar de Duitsers, die het Gegenpressing – of counterpressing – hebben ontwikkeld, een tactiek waarbij de ploeg in balbezit vroeg onder druk wordt gezet. Doel van het jagende team: zo snel mogelijk bij de goal komen. Een innovatie die forse fysieke inspanningen vergt en die je amper in Nederland ziet.

Nog zoiets. Het Duitse voetbalelftal bracht in vijf jaar tijd de duur van balcontacten van een speler terug van gemiddeld 2,6 naar 1,1 seconden, zei bondscoach Joachim Löw na het WK van 2010. In 2014 werd Duitsland wereldkampioen, een bekroning voor een totale herziening van het vaderlands voetbal.

Niet achterover leunen

Goes sprak voor zijn onderzoek met Hans-Dieter Flick, acht jaar assistent van het Duitse nationale team en nu sportdirecteur van de bond. „Ik vertelde waar we mee bezig zijn, dat we in Australië zijn geweest. ‘Daar heb ik ook mijn mensen naar toe gestuurd’, zei hij. ‘Wij zijn continu bezig met het ophalen van kennis. Je denkt toch niet dat wij als Weltmeister gewoon even lekker achterover leunen?’.”

De eredivisie heeft als opleidingscompetitie zijn beperkingen. Tekenend is dat slechts twee buitenlandse eredivisiespelers zijn geselecteerd voor een EK-ploeg. Goes: „Ik sprak Memphis Depay, die vertelde dat hij in de eredivisie soms drie, vier seconden had om de bal aan te nemen. Als hij bij Manchester United een halve seconde heeft, is het veel. Dan zit er meteen iemand in zijn nek.”

Oplossingen? Genoeg, 32 aanbevelingen staan in het rapport. Zoals: meer aandacht voor een winning mindset in de jeugdopleidingen, hogere eisen stellen aan de fysieke ontwikkeling van talenten, bij de jeugd meer inzetten op verdedigen. Het programma wordt vanaf augustus uitgerold, er is met name winst te behalen bij het beter opleiden van coaches. Zo krijgen 41.000 jeugdtrainers uit het amateurvoetbal een opleiding van KNVB-coaches.

En mogelijk verandert de competitieopzet. Goes speelt met het idee om de regeling rond promotie en degradatie aan te passen. „In plaats van één club die rechtstreeks uit de eredivisie gaat, direct twee of drie. Dan weten we zeker dat er anders gevoetbald wordt. We kunnen tien keer een brandalarm oefenen, maar als het echt brand is, ga je pas echt harder rennen.”

    • Bart Hinke
    • Steven Verseput