Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Kritisch op anderen zijn – en zelf falen

De vaardige politicus brengt de burger oprechtheid. Je kunt slim, deskundig en mooi zijn – maar het gaat om zuiverheid. Zuiverheid sells. Het gebogen hoofd en de bonkige zinnen van Bernie Sanders ogen volmaakt ongeveinsd. Feilloos zet hij het type van de linkse krijger neer die door zijn oprechtheid onverwacht grote hoogten bereikt.

Dat ook in hem een pragmaticus huist, valt dan minder op. Maar veelzeggend is dat hij met campagnestrateeg Tad Devine werkt. Devine stond vele Democratische presidentskandidaten bij maar verkocht zich óók aan dubieuze klanten. Een van hen was Viktor Janoekovitsj, de laatste pro-Russische president van Oekraïne en vertrouweling van Poetin. Het was erger: Devine deed dit klusje samen met Paul Manafort, nu een brein achter Donald Trump. Dus de idealist Sanders zocht in zijn voornaamste medewerkers nou niet de zuiverheid waarmee hij zichzelf presenteert.

In Den Haag hadden we gisteren een nieuw debat over de Teevendeal, met hoofdrollen voor Rutte, Van der Steur en de Tweede Kamer, en tijdens het kijken dacht ik: hoe oprecht komen deze politici over, en hoe goed zijn ze?

Rutte was meesterlijk. Hij was sommige zaken helemaal vergeten, en andere helemaal niet. Kamerleden probeerden die kennelijke onoprechtheid te onderstrepen, en wat volgde was een premier met dansende herinneringen. Ongrijpbaar in taal, snelheid en beweeglijkheid: flarden helderheid in een totaalbeeld van nonchalance.

Dan Van der Steur. Hij was betrapt op meeschrijven, als Kamerlid, aan een Kamerbrief van zijn voorganger. Achteraf niet goed, zei hij zelf, in de pose van iemand die zijn teksten nog steeds moet oefenen. Niet onoprecht – eerder onhandig, onzeker. Minister met aanhoudend beginnersongemak: beschikbaar als boksbal van de Kamer zolang het kabinet zit.

Minder zichtbaar, niet minder pijnlijk, was dat de Kamer vooral zelf tekortschoot. Het debat concentreerde zich op Van der Steurs tekstsuggesties inzake één Kamerbrief (3 juni 2014), maar fijnproevers weten dat het tweede rapport-Oosting, verstopt op pagina 149, nóg een geval meldt waarin Kamerlid Van der Steur zulke suggesties leverde: aan stukken die 10 maart 2015 naar de Kamer gingen. In het rapport staat dit niet, maar ik begrijp dat het om maar liefst 23 tekstsuggesties gaat.

En niemand die ernaar vroeg. Dus oprechtheid is mooi. Maar kwaliteit beter: wat dat betreft viel voor kenners woensdag vooral de Kamer door de mand.

    • Tom-Jan Meeus