Jop Ubbens begint voor zichzelf

Jop Ubbens vertrekt na vijftien jaar als directeur bij Christie’s. Hij wordt ondernemer. „Ik wil niet mijn graf ingaan zonder mijn droom te hebben gevolgd.”

Veiling in veilinghuis Christies. Met veilingmeester en directeur van Christies Jop Ubbens. Foto Olivier Middendorp

Veilingmeester zijn, hij zal het zeker missen, zegt Jop Ubbens (57), de vertrekkend directeur van veilinghuis Christie’s. Het spelen met de zaal, de bijbehorende retorica – „Sir, are you still interested?” –, hameren in het rostrum bezorgt hem nog altijd een adrenalinestoot. „Ik kan er niks aandoen, maar een B.C. Koekkoek voor 1,4 miljoen euro verkopen, dat is echt kicken.”

Bijna dertig jaar nadat hij als stagiair in de Cornelis Schuytstraat in Amsterdam aan de slag ging, heeft Ubbens vandaag bekendgemaakt dat hij per 1 oktober vertrekt.

Ubbens heeft besloten voor zichzelf te beginnen. Een „emotionele stap”, zegt hij, waar jaren van twijfel aan voorafgingen. „Ik had tot mijn pensioen kunnen blijven. Maar ik wil niet mijn graf ingaan zonder mijn droom te hebben gevolgd. Als ik nog eens onafhankelijk ondernemer wil worden, moet ik dat nu echt doen.”

Recent zei u nog: ‘Als het aan mij lag, bleef ik hier tot in lengte van dagen.’ Is er iets veranderd?

Lachend: „De laatste die zolang bij dezelfde baas werkte was mijn vader: veertig jaar bij de NS. Ik wil weer dichter naar mijn vak, naar de kunst en de kunstgeschiedenis. Publiceren, adviseren en bemiddelen, desnoods. Mijn specialiteit en passie is de beeldende kunst van 1770 tot 1930. Wat ik precies ga doen, weet ik nog niet. Het mooie is dat ik bij Christie’s veel heb geleerd, op veel terreinen. Eén ding weet ik zeker: ik ga niet bij een vergelijkbare firma werken. Een eerste aanbieding ligt er al: om een boek te schrijven over 30 jaar Christie’s.”

Wat is het grootste verschil tussen Christie’s toen en nu?

„Dertig jaar geleden was het bedrijf minder gereguleerd. De Nederlandse vestiging moest min of meer uitgevonden worden. Een jaar nadat ik begon werd tegen mij gezegd: ga jij maar de negentiende eeuw doen. Ik wist niks van Koekkoek, Schelfhout en de Haagse School. Nijstad, de eerste directeur in Amsterdam, kon min of meer doen waar hij zin in had. Nu is alles veel strakker georganiseerd; Christie’s is een gewoon bedrijf geworden. Begrijpelijk: vorig jaar hadden we een omzet van 8 miljard dollar. Dat was in 1986 zeker niet zo.”

In Amsterdam veilde u vorig jaar voor 41 miljoen euro aan kunst. Dat is een halve Richter, of eenderde Picasso in New York. Waarom...

Ongeduldig: „Vanuit Amsterdam exporteren we ook nog voor zo’n 25 miljoen aan kunst naar andere filialen. Maar die omzetten kun je niet vergelijken. Christie’s heeft twee strategieën: de bovenkant van de markt, met de Richters en Picasso’s, en de middenmarkt, zeg maar tussen de 5.000 en 5 miljoen euro. Aan de bovenkant zijn de kosten vaak hoog en is de winstgevendheid niet vanzelfsprekend. De middenmarkt, onze core business, is zeer winstgevend. Christie’s Amsterdam is gezond, een zekerheidje binnen het concern.”

Toch heeft u in 2013 fors moeten saneren. De helft van het personeel verdween en sindsdien organiseert u veel minder veilingen.

„Dat was een aangrijpende periode. Mensen ontslaan is het laatste wat je wilt. Maar ik had begrip voor de reorganisatie. Onder de toenmalige nieuwe baas maakten we de strategische keuze ons meer op de bovenkant van de markt te richten. De mensen die hier weg gingen, waren hard nodig in New York, waar de prijzen voor naoorlogse beeldende kunst omhoog schoten. Inmiddels is duidelijk dat de internationale middenmarkt voor het bedrijf onontbeerlijk is.”

Wat heeft de versmalling van het veilingaanbod betekend voor de Nederlandse kunstmarkt?

„Dat moet je in een bredere context zien. Sotheby’s stopte in 2011 met veilen in Amsterdam. Andere veilinghuizen pikten de hiaten niet op. Daarbij kwam nog dat het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het Van Gogh Museum dicht waren in verband met verbouwingen. Voor ons culturele klimaat was dat niet goed. Ja, op sommige gebieden is een belangrijk deel van de omzet verdampt. Tegelijkertijd ben ik blij dat Christie’s is gebleven. Met alleen beeldende kunst hebben we de afgelopen jaren fantastische resultaten behaald.”

Wat is het hoogtepunt van uw periode bij Christie’s?

„Van 1994 tot 1999 stapte ik vijftien keer per jaar op het vliegtuig naar Singapore of Jakarta. Daar mocht ik een afdeling met Zuidoost-Aziatische schilderijen opzetten. Die internationale periode heeft me absoluut ruimdenkender gemaakt. Daarnaast waren er veel bijzondere veilingen, zoals de collecties Dreesmann, Philips en Sanders.”

En het dieptepunt?

„De dood van Maarten van Gijn (de perschef van Christie’s, die vier jaar geleden bij een fietstocht in de Alpen in een ravijn viel, red.). Er zijn in al die jaren wel meer collega’s overleden, maar Maarten was een soulmate op kantoor, een geestige, non-conformistische corpsbal. Zijn dood heeft me, by far, het meeste aangegrepen.”

    • Arjen Ribbens