Inhaalrace opkomende landen abrupt gestopt

Door tegenslagen doen opkomende economieën er veel langer over om het westerse niveau te halen.

‘Welvaartsgat’ is niet meer binnen een generatie te dichten

De stelling dat de ongelijkheid binnen landen weliswaar toeneemt, maar de ongelijkheid tussen landen wereldwijd afneemt, krijgt een gevoelige klap.

Door de recente terugslag in de economische groei in veel ontwikkelingslanden en opkomende landen gaat het veel langer duren voordat zij op gelijke hoogte komen met het Westen. Dit concludeert de Wereldbank in haar jongste overzicht voor de wereldeconomie, de zogenoemde Global Economic Prospects.

Lange tijd werd verwacht dat opkomende landen steeds minder tijd nodig zouden hebben om op het zelfde bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking terecht te komen als de Verenigde Staten.

In de periode vlak vóór de financiële crisis was de verwachte ‘inhaaltijd’ teruggelopen tot 42 jaar, hetgeen zou betekenen dat landen als Brazilië en Rusland gemiddeld ergens halverwege deze eeuw even welvarend zouden worden als het Westen.

Ook voor de zogenoemde ‘Frontierlanden’, zoals Kenia, Bulgarije en Vietnam, gold zo’n termijn. Frontierlanden zijn opkomende landen die kleiner of minder significant zijn voor de wereldeconomie.

De Wereldbank heeft becijferd dat het, op basis van de economische groei in de afgelopen jaren ‘decennia’ langer kan gaan duren. Voor de opkomende landen wordt een termijn van gemiddeld 68 jaar gehanteerd, voor de frontierlanden zelfs 110 jaar – een ruime verdubbeling van wat werd gedacht. Voor ontwikkelingslanden is de verwachting minder dramatisch. Maar de verwachte termijn was al zeer lang: 213 jaar. Die is nu 233 jaar.

Voor veel opkomende landen werd volgens de Wereldbank nog niet zo lang geleden verwacht dat het welvaartsgat binnen een generatie zou worden gedicht. Dit gaat nu veel langer duren. Het percentage opkomende landen en ontwikkelingslanden die bezig waren het welvaartsgat met de VS te dichten, liep de afgelopen vijftien jaar snel op, tot 89,5 procent in 2008. Maar dat is inmiddels gedaald tot slechts 47,4 procent, het laagste percentage sinds 2000.

Een van de belangrijkste oorzaken is het inzakken van de grondstoffenmarkten, waar veel landen last van hebben. Ook relatief hoge schulden, en de noodzaak die te verminderen, hinderen structureel de groeivooruitzichten.

De Wereldbank schroeft haar vooruitzichten voor de groei van de wereldeconomie in 2016 flink terug. In januari ging de organisatie nog uit van 2,9 procent. Dit is nu een half procentpunt verlaagd, tot 2,4 procent.

Met name de groei in de VS wordt fors lager ingeschaald, van 2,2 procent naar 1,7 procent. Voor de eurozone is de afboeking veel kleiner: van 1,7 procent groei naar 1,6 procent. Met name voor Latijns-Amerika zijn de prognoses slecht, met een krimp van 4 procent voor Brazilië dit jaar, en ruim 10 procent in Venezuela.

    • Maarten Schinkel