Hoe Harnoncourt de schellen van de ogen vielen

De Oostenrijkse dirigent Nikolaus Harnoncourt in 2012, tijdens een repetitie met het Koninklijk Concertgebouworkest. Foto Andreas Terlaak

Zelfs Nikolaus Harnoncourt vond de Missa solemnis van Beethoven ooit een draak van een stuk. Het was in de periode dat hij als cellist Beethovens mastodontische mis onder diverse dirigenten moest spelen, en telkens meende muziek vol lege pathos te horen: een alsmaar doorgaande uitputtingsslag van tachtig minuten.

Nu ligt er ‘the last recording’ van Harnoncourt in de winkels: precies, Beethovens Missa solemnis. Vlak voor zijn overlijden in maart had de dirigent bedongen dat juist dit werk zijn laatste cd-release zou vormen.

Het was in de jaren tachtig dat Harnoncourt de Missa met het Residentie Orkest repeteerde en hem de schellen van de ogen vielen. De dirigent had al furore gemaakt met een historisch geïnformeerde speelstijl: nauwelijks vibrato, het fel aanzetten en daarna lichter maken van noten, en waar mogelijk het inzetten van authentiek instrumentarium.

Het deed wonderen voor de mis, vond Harnoncourt: door veel zachter en transparanter te spelen, werd het werk beter behapbaar en extreem rijk aan details. De mis werd een leidmotief in zijn carrière. Harnoncourts debuut in de Salzburger Festspiele in 1992 met Beethovens Missa solemnis bleek een triomf, naar aanleiding waarvan sommigen Harnoncourt omdoopten tot ‘de nieuwe Karajan’ en zelfs ‘de nieuwe anti-Karajan’.

Zijn overlijden is alleen al tragisch omdat Harnoncourt zijn hoge standaard en revolutionaire elan tot het allerlaatst wist vol te houden. Leg zijn Missa naast de iets eerder verschenen versie van Bernard Haitink en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. Meteen valt op hoe Harnoncourt de langzame noten van het Kyrie laat ademen: de muziek is zoekend, de maatstrepen week, bij contrasten haalt Harnoncourt vaak even de teugels aan. De vertrouwde musici van Concentus Musicus Wien en het Arnold Schoenberg Chor volgen nauwgezet.

Haitink leidt een veel duidelijker stromende mis, trefzeker maar daardoor ook wat nuchter en soms gewoon een tikje saai. De orkest- en koorklank mag dan weelderig zijn, Harnoncourt plaatst daar een knetterend authentieke band tegenover die constant gonst en prikkelt. En hoe stralend Haitinks solistenkwartet ook is, Harnoncourt overtreft wederom met vier zangers die de liturgische devotie boven het solistisch theatrale stellen.

De omstreden reputatie van de mis ten spijt, bevatten het Sanctus en Agnus Dei onnavolgbaar mooie passages, zo kenmerkend voor de late Beethoven. De krankzinnige akkoordenreeksen laat Harnoncourt vibratoloos gloeien, en rekent voor eeuwig af met de misvatting dat ‘geen vibrato’ gelijkstaat aan emotieloos. De daaropvolgende vioolsolo stijgt juist met rijk vibrato ten hemel, voor eeuwig bevestigend dat ook de pragmatische Harnoncourt uiteindelijk koos voor wat nu eenmaal het allermooist klinkt.

    • Floris Don