Hé, wél zoenen op het zebrapad

Kunst lijmt barsten. Nobody Home. Marlene Dumas. Elif. All You Can Art. Mathilde Santing.

Een jongen met zwarte krullen helt over van zijn scooter naar mijn fiets. Hij boort zijn blik in mijn zonnebril. Zegt: „Mozart of Beethoven?”

Ik ben te verbaasd om niet te antwoorden. „Eh… Mozart!”

„Goed!”, straalt hij. En scheurt weg, mij achterlatend met mijn vooroordelen.

’s Avonds zie ik Nobody Home, de baanbrekende voorstelling over vluchteling-zijn in Nederland, en vooral over kind van migranten zijn. Maakster Daria Bukvic en de drie acteurs alle vier van 1989, brachten hun jeugd door in azc’s, en dat heeft zo zijn consequenties. Ze maken in hun voorstelling stevige grappen over hoe Nederland hen maar moeilijk kan plaatsen. Als je uiterlijk naar het Midden-Oosten wijst, kan goed Nederlands spreken verwarring scheppen, bijvoorbeeld.

Vragen naar Mozart en Beethoven dus ook.

Nobody Home draait om de angst om je herinneringen te vergeten en daarbij jezelf kwijt te raken. Herinneringen zijn essentieel, je moet ze koesteren. En daar is de kunst goed in.

In een historische fabriekshal onder de Hembrug zit half Zaanstad op de tribune en geniet van Elif, een Bruynzeel-verhaal, een muzieksprookje over de eerste generatie Turkse gastarbeiders in Zaandam. Het gaat over een Turks meisje en een Nederlandse jongen (ze krijgen elkaar). Maar de hoofdrol is voor die twintig Nederturkse kerels die de fabrieksarbeiders spelen. In hen zie ik opdoemen hoe het was en hoe het is: vrezen de mannen voor hun identiteit, dan worden ze een dreigend stofjassenbataljon. Cultuur is een splijtzwam. Kunst lijmt de scherven weer aan elkaar. Er wordt een Turkse polonaise gedanst en als toegift zingen de mannen een uitbundige versie van Willeke Alberti’s ‘Niet zoenen op het zebrapad’. In het publiek wordt hier en daar een traan een zakdoekje in gesluisd.

Ik slik ook wat weg en denk aan de openingsmiddag van het Europa-festival Re: Creating Europe, met de sprankelspraak van Marlene Dumas. In 1976 kwam ze uit Zuid-Afrika naar Amsterdam: „Voor de kunst. Ik wist niet eens wat een uitkering was!”

Ze werd een van de belangrijkste schilders ter wereld. Nu stelt ze maar weer eens vast dat kunst niks begrijpt van grenzen, integendeel: „Art always slept around.” Met gezond resultaat, ga het maar bekijken in de Rotterdamse Kunsthal, op de expositie, of beter: de party All You Can Art. David Bade en Tirzo Martha geven op Curaçao en nu in Rotterdam aspirant-kunstenaars gelegenheid zich te ontwikkelen. En hier knalt het nu van de tekeningen, sculpturen en coole installaties.

Mathilde Santing, zangeres met een stem waarvan ik nauwelijks kan geloven dat hij uit een mens komt, toert met de songs van Joni Mitchell. Die songs zijn prachtig en ze zijn ook voltooid verleden tijd, bijgezet op cd’s. Maar Santing onttrekt ze aan het verleden. De wildbloeiende, duikelende noten van Mitchell herschept ze, ze haalt ze naar zich toe en laat ze vrij om op te stijgen. Ze leven.

Na afloop spreek ik haar even aan en zeg dat ze zo ongeveer de enige is die dat kan, Joni Mitchell zingen. Santing is te goed om bescheiden te doen. „Ja! Want Joni zelf kan het ook niet meer!”

    • Joyce Roodnat