Gezinnen met kleine kinderen verlaten vaker de stad

Rond de crisis en in de jaren daarna, was het aantal gezinnen dat de stad verliet juist afgenomen.

Foto ter illustratie. ANP / Joyce van Belkom

Het aantal gezinnen met jonge kinderen dat de grote stad verruilt voor omliggende gemeenten, groeit rap. Toch neemt het aantal gezinnen met jonge kinderen in de vier grote steden toe. Dat meldt het CBS donderdag, dat onderzoek deed naar gezinnen met kinderen tot vier jaar in de vier grote steden.

Rond de crisis en in de jaren daarna, was het aantal gezinnen dat de stad verliet juist afgenomen. “Sinds 2014 zien we weer beweging,” zei Jan Latten van het CBS eerder tegen NRC. “Vooral gezinnen verhuizen, naar een passend huis met een tuin. Buiten de stad.”

Voornamelijk hoogopgeleide gezinnen vertrokken volgens het CBS naar andere gemeenten, meestal in de buurt. In Amsterdam was de groei het grootst: vorig jaar verhuisde ruim 10 procent van de Amsterdamse gezinnen met jonge kinderen naar een andere gemeente, in 2012 was dat nog geen 6 procent. In 2015 vertrokken vooral veel gezinnen naar Amstelveen en Haarlem. Ook het Gooi, Zaanstad en de gemeente Haarlemmermeer waren in trek.

Ook uit Rotterdam, Den Haag en Utrecht vertrokken vorig jaar meer gezinnen met jonge kinderen. Vier op de vijf gezinnen die Den Haag verlieten, bleven in dezelfde provincie. Voor Utrecht gold dat bij drie op de vijf verhuizende gezinnen.

Minder mobiel door basisschool

Het CBS meldt dat zodra een kind de basisschoolleeftijd bereikt, de ruimtelijke mobiliteit van een gezin sterk afneemt. Ook inkomen blijkt mee te spelen. Van de families met kleine kinderen uit de hoogste inkomensgroep, vertrok 12 procent uit de vier grote steden. Van de armste gezinnen slechts bijna 4 procent.

In tegenstelling tot het landelijke gemiddelde, stijgt het aantal gezinnen in de vier grote steden. Er worden relatief meer baby’s geboren door het grote aantal twintigers en dertigers in de stad.

    • Liza van Lonkhuyzen