De Cora Kemperman-vrouw moet haar heil elders zoeken

Mode De Cora Kemperman-keten is failliet. De negen zaken hadden een trouwe clientèle. „De verkoopster weet precies wat ik in mijn kast heb.”

Een winkel van Cora Kemperman op Lijnmarkt 19 in Utrecht, eerder deze week. In totaal had de keten negen zaken in Nederland en België. Foto Ilvy Njiokiktjien

Je kunt haar zo uittekenen, de Cora Kemperman-vrouw. Ze is gekleed in laagjes, zoals een wijde rok, misschien wel twee, over een legging of een wikkelvestje over een jurk, allemaal in typerende Cora Kemperman-kleuren als rood, turquoise en olijfgroen. Ze is niet heel jong, en vaak een tikje alternatief.

Een vrouw die wars is van snelle modetrends en in de opvallende mode van Cora Kemperman haar eigen smaak, stijl en persoonlijkheid weerspiegeld ziet. De eerste tien jaar dat de keten bestond zag je haar vaak met het lilagrijze rugzakje waarin de kleren toen werden meegegeven, en die werden gedragen met een trots alsof het een dure designertassen waren.

De Cora Kemperman-vrouw moet haar heil elders zoeken. De keten is failliet, zegt oprichter Cora Kemperman. Volgens haar is er een curator benoemd en zijn leveranciers op de hoogte gesteld.

Kemperman begon Cora Kemperman in 1995, samen met Gloria Kok. Kemperman was het jaar ervoor ontslagen bij Mac & Maggie, in de jaren 70 en 80 een even succesvolle als modieuze keten die in de jaren 90 te maken kreeg met teruglopende inkomsten. De directie wilde het daarom jonger en goedkoper, en Kemperman, die vanaf 1976 de artistieke leiding had, moest het veld ruimen. Kok was een van de producenten met wie Kemperman veel had samengewerkt. Ze openden, met hun eigen geld, meteen drie winkels.

Trouwe clientèle

De vaak wijde kleding van Cora Kemperman was vriendelijk voor vrouwen die een wat grotere maat hebben. De collecties hadden altijd min of meer dezelfde stijl, zodat alles onderling gecombineerd kon worden, en de kleding werd verantwoord geproduceerd. De keten vond al snel een trouwe clientèle, die zo verslingerd was aan het merk dat negen eigen boetieks (zes in Nederland, drie in België) jarenlang toereikend waren: er kon genoeg productie worden gedraaid om de prijzen redelijk laag te houden.

„De klanten aanbidden de duurzaamheid en de unieke stijl van de kleren”, schreef Constantin-Felix von Maltzahn in 2013 in zijn proefschrift Dutch Identity in Fashion, waarvoor hij onder meer onderzoek had gedaan onder 150 klanten van Cora Kemperman. Velen van hen kochten zelden ergens anders kleding.

Een ander sterk punt van Cora Kemperman, ontdekte Von Maltzahn, waren de verkoopsters, die werden getraind om kledingstukken aan te bevelen die pasten bij lichaamsbouw en persoonlijkheid van de klanten, en een persoonlijke band met ze op te bouwen. „Het is alsof je tijd doorbrengt met vrienden”, citeerde Von Maltzahn een klant. „Ik word altijd geholpen door dezelfde verkoopster”, zei een ander. „Ze weet precies wat ik in mijn kast heb.”

De trouw van de klanten – van wie de grootste groep tussen de 40 en 60 jaar oud was – had ook een keerzijde. De Cora Kemperman-vrouw werd een archetype, het soort vrouw van middelbare leeftijd op wie veel andere vrouwen vooral niet wilden lijken, want gekleed in „vormeloze lappen” (columnist Elma Drayer in 2014 in dagblad Trouw) dan wel „paarse kaftans” (Volkskrant-columnist Sylvia Witteman, 2010). Het was iets dat Kemperman in hoge mate ergerde. „Ik wil niet dat het woord gewaden valt in dit interview”, zei ze in 2012 in de Volkskrant. „En ook niet het woord excentriek.”

Kemperman met pensioen

Gloria Kok stapte in 2010 uit het bedrijf, Kemperman ging in 2012 met pensioen. Moederbedrijf Lafalda („de rok” in het Spaans) werd verkocht aan Brigitte de Wilde en Kempermans nicht Saskia Kemperman. De laatste was verantwoordelijk voor het ontwerp. Beiden hadden al een paar jaar meegedraaid in de zaak. Ten tijde van het promotieonderzoek van Von Maltzahn leek er nog weinig aan de hand. Wanneer begonnen de problemen?

Volgens Cora Kemperman in maart 2015. Haar nicht kreeg een burn-out en stopte tijdelijk met werken. Haar vervanger had geen ervaring met de stijl van Cora Kemperman, maar wilde geen contact met de oprichter. „Ik zag laatst nepzakken op broeken, dat was in mijn tijd verboden”, zegt Kemperman.

Tegelijkertijd moest er worden bezuinigd. De financiële man werd ontslagen, maar de schulden stapelden zich op. Hoeveel omzet de winkels maken, is niet bekend. Volgens Cora Kemperman bedroeg de omzet ten tijde van de verkoop, in 2012, ongeveer 10 miljoen euro.

De winkel aan de Leidsestraat in Amsterdam ging eind mei al dicht. Het hoofdkantoor van moederbedrijf Lafalda was niet bereikbaar voor commentaar.

    • Milou van Rossum