Recensie

Ali vocht nooit alleen voor zichzelf

In 1996 zag een film over Muhammad Ali het levenslicht, na een productie van twintig jaar. Dat was het waard.

Beeld uit de documentaire When We Were Kings over Muhammad Ali. Foto AFP

Muhammad – ‘I am the Greatest’ – Ali is ook de hoofdpersoon van een van de grootste sportdocumentaires die er zijn gemaakt: When We Were Kings van regisseur Leon Gast. Hij kreeg er in 1996 de Oscar voor beste documentaire voor. Centraal staat het legendarische gevecht dat Ali in 1974 uitgevocht met George Foreman in Zaïre (de ‘Rumble in the Jungle’). Dictator Mobutu had er 14 miljoen dollar voor over om het gevecht te mogen organiseren in de hoofdstad van zijn land, Kinshasa. Leon Gast was erbij met een grote filmploeg, schoot schitterend materiaal, maar was er vervolgens twee decennia mee bezig om het geld te vinden en de rechten te regelen, zodat hij zijn film kon voltooien.

Dat was het waard. When We Were Kings toont Ali in zijn volle glorie: als sportman, maar ook als de onbevreesde, provocerende woordvoerder van zwart Amerika. Het gevecht in Centraal-Afrika moest een viering zijn van zwarte cultuur en zwarte trots, en de banden herstellen tussen de afstammelingen van weggevoerde slaven uit de VS, en het Afrikaanse ‘moederland’. „Yes, I am African”, zegt Ali aan het begin van de film, als hij aan journalisten uitlegt waarom het gevecht om de wereldtitel zwaargewicht juist in Zaïre (nu weer Congo) plaatsvindt. „Damn America and what America thinks. I am going home to be with my brothers.”

Titelverdediger Foreman was favoriet voor het gevecht, maar in de publiciteit was de introverte, norse bokser kansloos tegenover de ook met taal vliegensvlugge Ali. De inwoners van Zaïre waren massaal op zijn hand. Veel van de beroemde verbale hoogstandjes waarmee Ali zijn tegenstanders imponeerde komen voorbij in de film (‘ I’m so mean I make medicine sick’). Maar de grens tussen vrolijke bravoure en onaangename belediging was erg dun. Tegen Foreman: „You’re too ugly to represent the African people.”

Van Amerikaanse kant lijkt er sprake van een zekere romantische idealisering van de Afrikaanse cultuur en minder van gedegen, specifieke kennis. Sommige Amerikaanse bezoekers slagen er niet eens in de naam van het land correct uit te spreken, Zaïre is al snel omgedoopt tot ‘Mobutuland’. De rol van de dictator en zijn persoonlijkheidscultus blijft onderbelicht, Zaïre is vooral exotisch decor. Maar When We Were Kings vangt als geen andere film de hoop en opwinding van het moment. De docu van Gast is niet alleen een imposante sportfilm, maar ook een belangrijke film over de jaren zeventig, over zowel het idealisme en de hoop als de gekte en de excessen van die tijd.

    • Peter de Bruijn