Ze zitten klem in de opvang, ze zijn ziek en papierloos

Wie zegt Nederland écht te willen verlaten, zou volgens VVD en PvdA opvang krijgen. De praktijk blijkt anders. Het terugkeercentrum in Ter Apel weigert mensen onderdak te geven.

Ozuzo Emanuel Foto’s Bram Budel

Hij weet niet meer wat hij moet doen, zegt Anwar Ali Mohammed. Hij wil best weg uit Nederland, hij hopte van opvang naar opvang afgelopen jaren en dat vindt hij geen leven. Maar terug, waarnaar?

Ali Mohammed (41) komt uit Somalië en ging al eens naar de Somalische ambassade in Brussel om een paspoort of reisdocument te krijgen. Dat lukte niet. Hij heeft suikerziekte en twijfelt ook daarom of hij terug kan naar Somalië. „Het land is onveilig, maar insuline is er ook nog eens duur en slecht beschikbaar. Teruggaan zou gevaarlijk voor mijn gezondheid zijn.”

Hij wil wel naar een ander land, maar binnen Europa gaat dat niet. „Volgens de Dublin-regels sturen ze me dan terug naar Nederland”, zegt hij.

Hij kreeg op 14 april een brief van de gemeente Amsterdam, dat zijn opvang per 1 juli stopt. Wat hij gaat doen? „Ze gooien me terug de straat op. Wat moet ik? Ik heb geen paspoort, ik kan nergens heen.”

Ook negen anderen uit de Amsterdamse opvang kregen zo’n brief: ze moeten per 1 juli weg en kunnen zich „voor onderdak melden” bij de Dienst Terugkeer en Vertrek in Ter Apel. Deze hele groep is ‘medisch kwetsbaar’, zoals dat in jargon heet. Ze zitten met lichamelijke en vaak ook psychische problemen.

Het bed-bad-broodprobleem, de vraag of vreemdelingen zonder verblijfspapieren opvang moeten krijgen, léék opgelost. Het kabinet bedacht vorig jaar een compromis, na de uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten dat iedereen in Nederland recht heeft op primaire levensbehoeften, als bed, bad en brood. Elke vreemdeling die zegt „oprecht en aantoonbaar” te willen meewerken aan zijn vertrek krijgt opvang, besloten VVD en PvdA.

Twee van de hoogste bestuursrechters in Nederland keurden dat beleid goed, in november vorig jaar. Zo’n voorwaarde mag de staat inderdaad stellen, zeiden de bestuursrechters van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep, die vooral sociale rechten ‘doet’.

Allemaal geweigerd

Het klinkt simpel: aantoonbaar en oprecht zeggen dat je wilt meewerken aan je eigen vertrek en dan dus opvang krijgen. Maar dat blijkt anders te liggen. Dit voorjaar meldden 26 cliënten van Pim Fischer, advocaat voor sociaal-economische rechten, zich bij de DT&V in Ter Apel met de vraag om onderdak. Ze werden allemaal geweigerd. De Dienst Terugkeer en Vertrek gebruikt als criterium voor opvang dat er „in zijn algemeenheid zicht op terugkeer” moet zijn. En daar gaat het mis.

De argumenten voor de afwijzingen lijken op cirkelredeneringen. Bij Anwar Ali Mohammed bijvoorbeeld. Als voorwaarde voor toegang tot de opvang in Ter Apel moest hij aantonen dat hij heeft geprobeerd documenten te bemachtigen en zijn vertrek echt te regelen.

Een paspoort had hij niet, al had hij wel geprobeerd het te krijgen. Een brief was ook goed, met de naam en het telefoonnummer van zijn clanhoofd in Somalië erin. Dat had hij ook niet, Ali Mohammed is al tien jaar in Nederland. Hij zei ook tegen de DT&V dat hij best naar een ander land dan Somalië wil, weg uit Nederland. Maar dat kan alleen als hij toegang tot dat land heeft, met een paspoort of bestendig verblijf. In de brief van DT&V staat: „Hiervan bleek geen sprake.”

Ander voorbeeld is de zaak van Alex Mudakikwa, die zegt dat hij uit Burundi komt. Hij meldde zich in maart in Ter Apel voor onderdak, maar de DT&V weigerde hem dat te geven. Uit een eerdere taalanalyse bleek namelijk dat hij uit Rwanda zou komen. Er „blijft twijfel bestaan over zijn nationaliteit”, schrijft de DT&V.

Het is volgens de overheid nu aan Mudakikwa om aan te tonen dat hij echt uit Burundi komt. „Hij kan daarvoor nog altijd geen documenten overleggen. De enkele stelling dat de heer Mudakikwa wil meewerken aan vertrek is onvoldoende om hem onderdak te verlenen”, staat in een brief van DT&V.

Fischer: „Als mijn cliënt uit wanhoop nu alsnog zou zeggen dat hij uit Rwanda kwam, zou dat niets uitmaken. Dat zou namelijk óók ongeloofwaardig zijn, omdat hij altijd heeft gezegd dat hij uit Burundi komt. Mensen kunnen nog zoveel willen verklaren, het is blijkbaar nooit geloofwaardig genoeg.”

Elke gemeente regelt iets anders

VVD en PvdA spraken vorig jaar af dat de vijf grootste gemeenten in Nederland vreemdelingen opvang zouden gaan bieden, als een soort voorportaal voor de terugkeer naar het land van herkomst vanuit het terugkeercentrum in Ter Apel. Waarom kondigt de gemeente Amsterdam dan nu aan te stoppen met de 24-uursopvang van dit groepje?

Het akkoord dat staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) met de gemeenten zou sluiten over de bed-bad-broodregeling blijft al langer dan een jaar uit. Dus dat voorportaal bestaat nog niet, elke gemeente regelt alles naar eigen inzicht.

Wat er wél ligt, zijn de uitspraken van de twee bestuursrechters uit november. Daarin staat expliciet dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verantwoordelijk is voor de opvang en niet de gemeente. „U heeft binnen de geldende wettelijke kaders geen recht op opvang vanuit de gemeente”, schrijft de gemeente Amsterdam daarom nu.

Amsterdam verwijst de vreemdelingen nu door naar de ‘gewone’ bed-bad-broodvoorziening in de stad. Daar kunnen ze van vier uur ’s middags tot negen uur in de ochtend terecht. De 24-uursopvang was voor één jaar beschikbaar, dat wisten de vreemdelingen van tevoren, zegt een woordvoerder van de gemeente: „In de praktijk blijkt dat mensen die gebruik maken van de 24-uursopvang of het leefgeld nauwelijks concrete resultaten hebben bereikt wat betreft hun perspectief.”

Als ze willen meewerken aan terugkeer, kunnen ze dus ook naar de vrijheidsbeperkende locatie in Ter Apel voor opvang, schrijft de gemeente verder. Alleen: daar kunnen de vreemdelingen dus in theorie wel terecht, maar in de praktijk tot nu toe niet. Daar kan de gemeente niets aan doen, schrijft de betrokken ambtenaar: „De gevraagde bereidheid om mee te werken aan vertrek doet niet af aan de beschikbaarheid van deze opvang.”

Heen en weer geschoven

Hoe gaat het verder in dit „bureaucratische proces van heen en weer schuiven”, zoals advocaat Fischer het noemt?

Er loopt nog een zaak bij de Raad van State, over de vraag of de gemeente Amsterdam bevoegd is om uitgeprocedeerden hulp te bieden. Dat was half april en de Raad van State stelde de uitspraak vorige week met zes weken uit. „Het lijkt erop of niemand meer durft te bewegen in dit vraagstuk”, zegt Fischer.

Om hoeveel mensen het gaat is niet te zeggen. Dertig gemeenten hebben nu nog een bed-bad-broodopvang voor vreemdelingen zonder papieren. Ze heten in de wandel ‘uitgeprocedeerd’, maar daar zitten geregeld mensen tussen die uiteindelijk tóch een verblijfsvergunning krijgen, omdat blijkt dat ze echt niet terug kunnen naar het land waar ze vandaan komen.

De 26 cliënten van Pim Fischer die in Ter Apel geweigerd werden, „zitten klem, zijn ziek en papierloos”. Ze hebben volgens Fischer niet genoeg aan alleen nachtopvang. „De dokter heeft bepaald dat deze mensen ook overdag ergens terecht moeten kunnen.”

Intussen buigen internationale rechters zich over de principiële vraag of de Nederlandse overheid wel voorwaarden mág stellen aan opvang voor vreemdelingen. Fischer heeft zaken lopen bij het VN-mensenrechtencomité en bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

De vreemdelingen die over ruim drie weken uit hun 24-uursopvang moeten, hebben daar weinig aan. Want ondanks de voorrang die het Hof in Straatsburg zijn zaak heeft gegeven – dat gebeurde op verzoek van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens – kan zo’n proces jaren duren.

    • Annemarie Kas