Opinie

    • Jutta Chorus

Te lang in Marokko, dat mag dus niet

In de Haarlemse wijk Schalkwijk stonden vorige maand drie woningen onder de 500 euro per maand te huur. Ze zijn intussen alweer verhuurd en welgeteld één nieuwe is vrijgekomen. De wachttijd voor een 4-kamerflat in de stad bedraagt vijf tot tien jaar. Op zo’n overkokende woningmarkt, in de overvolle Randstad, mogen sociale huurwoningen geen dag leegstaan. Daarom leggen woningbouwcorporaties hier gepensioneerde gastarbeiders onder de loep. Die verblijven vaak een deel van het jaar in Marokko of Turkije. Hun huizen in Nederland staan dan leeg. Die huizen, vinden de corporaties, worden ten onrechte onttrokken aan de markt. Zij beschouwen dit als een vorm van woonfraude en daarop staat de straf die hennepkwekers ook ten deel valt: onmiddellijke uitzetting.

De afgelopen twee maanden heeft hun detectivewerk geleid tot drie gerechtelijke ontruimingszaken: één in Utrecht, aangespannen door Mitros, één in Amsterdam door Stadgenoot, één in Haarlem door Pré Wonen. De claim tegen de Marokkaanse Nederlanders luidde in alle gevallen: hun Nederlandse huis is niet langer het hoofdverblijf. De Utrechtse rechtbank stelde de corporatie in het gelijk, de Amsterdamse rechter niet.

Ik ga in Haarlem op bezoek bij de familie El Mesbahi. Sinds hij elf jaar geleden met pensioen ging, brengt het echtpaar de lange zomers niet door in Schalkwijk, maar in hun geboorteplaats Midar. „De geur van de grond”, zegt hij. „Ik moet die af en toe ruiken.” Op een plankje aan de muur staat een afbeelding van Mekka en een Delfts blauwe kop en schotel.

Hij woont al 51 jaar in Nederland en sprak ooit beter Nederlands. „Toen ik werkte.” Hij laat het wooncontract zien dat hij in 1986 sloot. Het is getypt, de corporatie heette nog Patrimonium. Het woord ‘hoofdverblijf’ bestond nog niet. Er staat alleen dat de huurder het huis „als een goed huisvader” moet beheren.

Toch kondigde de Haarlemse rechtbank dit voorjaar ontruiming aan wegens het „spoedeisende belang” van de woningnood in Haarlem. Het belang van Pré Wonen woog zwaarder, oordeelde de rechter, omdat de bewoners „ook in Marokko onderdak hebben en veel van hun kinderen in Nederland wonen”.

Die redenering vond de rechter in een tweede kort geding niet aannemelijk. Zij weersprak dat het hier om woonfraude ging, want in dertig jaar tijd had niemand het echtpaar gezegd dat zij een minimumaantal maanden per jaar in hun flat moesten zijn. Binnenkort dient het hoger beroep.

Wanneer is een huis eigenlijk een ‘hoofdverblijf’, vraag ik aan de woordvoerder van Aedes, de koepelorganisatie van woningbouwcorporaties. „Als het een aanzienlijk deel van het jaar wordt bewoond’’, zegt hij. Preciezer dan dat krijg ik het niet te horen.

    • Jutta Chorus