Strategisch sterven voor het dorp

Spelletjes Met de zomer in aantocht test NRC bordspellen voor in de bungalow, Airbnb of tent. Vandaag: dorpen en steden.

Spellen: Mijn Dorp enMachi Koro. Foto’s Fotodienst NRC

De doos van Mijn Dorp gaat open en de keukentafel is te klein. Er verschijnen kerkkaarten, monnikkaarten, akkerkaarten, klantkaarten, reiskaarten, ambachtkaarten, raadszaalkaarten, vergaderruimtekaarten, houten markeerstenen, twaalf dobbelstenen en vier kartonnen dorpstableaus. Mooi, maar waar is nu nog plaats voor pizza?

In Mijn Dorp ben je een middeleeuws dorpshoofd dat het mooiste en productiefste dorpje wil bouwen. Gebouwen als kloosters leveren uiteindelijk prestigepunten op, degene met de meeste prestige wint.

Gebouwen schaf je aan met geld of grondstoffen. Dat hebben we eerder gezien, bij klassieker Catan bijvoorbeeld. Maar de grote vondst in dit spel is dat gebouwen bouwen hier óók tijd kost. Wie te veel tijd uitgeeft, treft Magere Hein en moet een dorpslid offeren. En zonder het juiste dorpslid mag je niet verder bouwen aan het gebouw dat hij vertegenwoordigt. Zonder abt geen klooster, zonder koopman geen markt.

Bij het eerste sterfgeval is de opwinding nog groot. De man met de zeis slaat toe! Maar al gauw raken we gewend aan de Dood. Het raadslid sterft? Ach, ik investeer toch niet in mijn raadshuis. Zo wordt sterven strategie.

De doos belooft dat één spelletje zestig tot negentig minuten duurt, maar wij treuzelaars zijn drie uur met een potje zoet. Het aanbod aan gebouwen is zó groot. Die keuze werkt verlammend.

Wie sneller gebouwen bij elkaar wil dobbelen, moet Machi Koro proberen. In dit frisse kaartspel van de Japanse spellenmaker Masao Suganuma bouw je aan een metropool. Thuis gniffelden wij over het type gebouwen waaruit je kunt kiezen. Welke moderne stad heeft nu een kaasfabriek nodig?

Machi Koro blinkt uit in eenvoud. Gebouwen leveren geld op als het juiste aantal ogen wordt gegooid en met dat geld koop je nieuwe gebouwen. Gevolg: wie veel kan bouwen, harkt meer geld binnen en sneeuwbalt zo naar de overwinning.

Fijn zijn de supergebouwen die de spelregels veranderen. Wie een treinstation bouwt mag ineens met twee dobbelstenen gooien. Dat zet alles op zijn kop. Een echt grote-stadsspel, vergeleken met het tragere Mijn Dorp, waarin zelfs de dood gewoontjes wordt.

    • Lucas Brouwers