Opinie

    • Kees Moeliker

Nestkapers

Doorgaans gebeurt er weinig schokkends op een donkere winteravond in het Gelderse Laren, maar op 5 februari 2016 zag Robert Croll in het schijnsel van zijn koplampen iets wat zijn aandacht trok. Een doodgereden konijn (Oryctolagus cuniculus) was omringd door drie of vier soortgenoten.

Hij dacht dat het een ‘rouwplechtigheid’ was en stuurde voorzichtig om de knaagdieren heen. Op de terugweg was het tafereel nog steeds gaande, maar nu rook de immer alerte oud- president van een rechtbank onraad en filmde het gedrag van de konijnen. Het bewijsmateriaal dat ik onder ogen kreeg, toont een paring tussen ten minste één konijn en het verkeersslachtoffer. Onmiskenbaar konijnennecrofilie – het eerste gedocumenteerde geval voor die diersoort. De teller staat bij zoogdieren nu op zes soorten. Grondeekhoorn (1959), griend (1960), zeeleeuw (1973), bultrug (1996) en zeeotter (2000) gingen het konijn voor.

Op mijn verzoek om het dode konijn ook als bewijsmateriaal veilig te stellen, startte Croll een buurtonderzoek. Het bleek dat omwonenden het slachtoffer – een bekend verwilderd huiskonijn – begraven hadden. Hij groef het stoffelijk overschot op en schonk het aan het Natuurhistorisch Museum. Daar bleek de maag resten van de placenta te bevatten: het konijn had kort voor het voorval geworpen.

    • Kees Moeliker