Kinderen zitten hier zo lang in de klas

Onderwijs Onderzoek eens of leraren een vijfde minder lesuren kunnen geven, vroeg de Kamer dinsdag aan de regering. Nederland staat internationaal al bovenaan in het aantal lesuren.

Minder les maar beter les. Dat is de bedoeling van de indieners van de motie die het dinsdag in de Kamer heeft gehaald. Fulltime leraren zouden voortaan niet maximaal 25 uur maar 20 uur per week les moeten geven. Voor de basisschool zou een volle werkweek dan uit vier dagen les bestaan met voor de rest lessen voorbereiden, nakijken, de eigen aanpak verbeteren. De motie roept de regering op om voorstellen tot minder les per leraar uit te werken en te onderzoeken.

Paul van Meenen (D66) had deze motie voor het eerst in 2014 ingediend, tevergeefs, maar dit keer kreeg hij steun van Loes Ypma van de regeringspartij PvdA. Beide partijen willen bij de komende verkiezingen extra inzetten op onderwijs.

Leraren krijgen het minder zwaar en als ze meer tijd krijgen voor de voorbereiding van de les kunnen ze rekening houden met verschillen tussen leerlingen. Dat is een wens van de Oeso, de denkorganisatie voor de ontwikkelde landen, die het Nederlandse onderwijs aan de top zet maar de aanpak in de klas te eenzijdig vindt.

Waar haal je de docenten om de vacatures te vullen?

Staatssecretaris Dekker (OCW, VVD) ontraadde de motie. Als leraren een vijfde minder les zouden gaan geven, zou het 3,3 miljard per jaar extra gaan kosten om hen in die gemiste uren te laten vervangen, berekende hij. Maar volgens Van Meenen is volledige vervanging niet nodig. Nu zit de Nederlandse leerling misschien wel veel te lang in de klas.

Volgens vergelijkingen van de Oeso maken Nederlandse leerlingen relatief lange schooldagen. Langer dan in landen die net als Nederland goed scoren in landenvergelijkingen. In Zuid-Korea, Japan en Finland bijvoorbeeld doen ze het met veel minder les. „Ons onderwijs is deels kinderopvang”, zegt Van Meenen die zelf vroeger leraar wiskunde en schoolbestuurder was.

Maar moeten ouders voortaan eerder vertrekken van hun werk om hun kind van de basisschool op te halen? Dat hoeft niet, volgens Van Meenen. „Wij pleiten al langer voor een bredere school met sport, cultuur en huiswerkbegeleiding als onderdeel van de schooldag. In Finland is dat ook zo.” Dat kost wel extra geld uiteraard. De Nederlandse overheid besteedt relatief weinig aan kinderopvang.

In een brede school is de buitenschoolse opvang onderdeel van het aanbod. Maar niet elk schoolgebouw is daar geschikt voor. Dat bleek al bij eerdere pogingen om de brede school op grote schaal in te voeren. Dan moeten de leerlingen na school verhuizen naar een ander gebouw, niet altijd prettig, of scholen moeten in grotere gebouwen samengaan. De demografische krimp van het aantal leerlingen biedt wel kansen om een schoolgebouw deels in te richten voor andere activiteiten.

Achterstandsleerlingen

Door betere opvang en betere lessen hopen Van Meenen en Ypma achterstandsleerlingen te helpen. Volgens de Oeso is Nederland daar juist erg goed in. Maar niet goed genoeg, volgens Ypma „Leerkrachten moeten leerlingen in hun vrije tijd bijspijkeren. Is die werkdruk nog acceptabel? Krijgen kinderen voldoende aandacht?”

De Inspectie voor het Onderwijs zag in haar rapportage dit jaar een groeiende kloof tussen kinderen van laagopgeleide en kinderen van hoogopgeleide ouders. In een stelsel met minder lesuren zouden zwakke leerlingen meer en sterke leerlingen minder aandacht kunnen krijgen, volgens Ypma. En achterstandsleerlingen die daar nu niet aan toe komen, kunnen dan wel gaan sporten of muziekles krijgen in de buitenschoolse opvang.

Volgens het ministerie van Onderwijs biedt de nieuwe Onderwijswet al mogelijkheden om onderwijs flexibeler in te richten. In de laatste CAO krijgen leraren ook meer ruimte om lessen voor te bereiden. De Oeso registreert dat Nederlandse leraren alles bij elkaar minder dan de helft van hun werktijd les geven en dat is internationaal helemaal niet zo uitzonderlijk.

Toch voelt ook Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad, de werkgeversorganisatie voor het middelbaar onderwijs, voor vermindering van het aantal uren. „Goed dat de Kamer zich uitspreekt”, zegt hij. Zijn organisatie heeft al een plan voor gemiddeld 23 uur les per week, gedurende een schooljaar van 40 weken.

Beter imago vak leraar

Het leraarsberoep wordt er aantrekkelijker door, zodat misschien meer mensen het vak willen kiezen. „Het draagt bij tot verhoging van het imago van het vak van de leraar”, zegt Rosenmöller. „Dan moet wel de vervangingsvraag goed worden geregeld. Waar haal je een blik docenten vandaan om de vacatures te vervullen?”

Hij vindt niet dat de leerlingen perse minder les moeten krijgen. Dat hangt er maar van af. „In het nieuwe onderwijsprogramma moet je niet zo de uurtjes tellen”, zegt hij.

Liesbeth Verheggen, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond, is enthousiast over taakverlichting voor overbelaste leraren. Zij voorspelt dat onderwijs „een van de grootste verkiezingsthema’s wordt”. Met meer overheidsbijdragen voor opvang „kan er iets moois ontstaan”.

    • Maarten Huygen