Ik ben tegen innovatie. Er zitten alleen maar nadelen aan

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

Waar ik dus heel zenuwachtig van word, is al dat gepraat over innovatie de hele dag op kantoor.

japke0
Dat we „innovatiegericht” moeten zijn in de snel veranderende markt; dat we „innovatiedenken” een „kernelement” van onze organisatie moeten maken; dat we de „creatieve vertaalslag” moeten maken omdat we anders „zakelijk de boot missen”. Jongens, hou eens op. Alsof alles wat we tot nu toe gedaan hebben slechts gepruts was en nu ineens de hele handel op de schop moet.

Ik zeg het maar meteen: ik ben tegen innovatie. Er zitten alleen maar nadelen aan. Bijvoorbeeld dat je er altijd méér werk van krijgt, dat je er stomme dingen voor moet leren, dat er leuke mensen door ontslagen worden, en dat het altijd zo’n gedoe is. En kom nou niet met de wasmachine, het vliegtuig of de mobiele telefoon want daardoor staat de hele tijd mijn kelder blank, moet ik steeds heel ver op vakantie, lees ik amper meer een krant en zit ik de hele dag naar foto’s van quinoa-salades op Instagram te kijken, godbetert.

Innovaties zijn ook nooit de innovaties die ík wil – zoals een shirtless office voor knappe mannen, ik noem maar wat hoor – maar altijd innovaties waar niemand op zit te wachten zoals de paperless office: vet onhandig als je even een briefje met een hartje op zijn pc wil plakken, dat je zo weer terug bent van de luns.

En de echt goeie innovaties, die mogen nooit.

Zoals alle vergaderingen vervangen door mails, dat er geen incompetente managers meer mogen worden benoemd, dat het mailtje van de directie wordt afgeschaft en dat er geen rijstwafels meer gegeten mogen worden.

Maar het ergste zijn alle jeukwoorden die je gratis bij alle innovatie krijgt. Zoals de innovation officers, de innovatiewebinars en de bedrijven die er niet gewoon mee bezig zijn, maar ‘inzetten op innovatie’. Ik denk dat dat betekent dat ze gokken dat er vanzelf innovatie plaatsvindt als je maar hard genoeg tettert tegen anderen dat ze innovatief moeten zijn.

Aan de andere kant snap ik ze ook wel weer, die innovatiejongens. Het is gewoon superchill om met innovatie bezig te zijn. Niemand weet wat eruit komt en wanneer, dus je kan altijd zeggen dat je er heel hard aan staat te trekken en iedereen kan zich ermee bemoeien tot er zó veel nutteloze innovatie is bedacht, dat het op elkaar gestapeld op een ‘innovatieplatform’ moet. Zo’n platform kun je dan feestelijk „aftrappen” met een kick-off met beroepsbestuurders en VVD’ers. Daarna gebeurt er helemaal niks en na een paar jaar laat je het platform dan weer afzinken. Dat is goedkoper dan er iets mee te doen en dan zeg je gewoon dat andere aanjagers de innovatiekar moeten gaan trekken.

Weet je, het is mooi geweest. We stoppen met al die innovatieblabla. Waarom? Omdat de innovatie er beter van wordt. Je maakt mij niet wijs dat de uitvinder van, pak hem beet, het wiel, hem eerder had uitgevonden met een platform, een webinar of een boardmember die innovatie in zijn portefeuille heeft. Sterker nog.

Dat wiel was zó goed, dat we hem nog elke dag opnieuw uitvinden.

    • Japke-d. Bouma