Recensie

Hallucinerende muziek en felle maatschappijkritiek in Wozzeck

De titelfiguur van Alban Bergs schandaalsucces Wozzeck (1925) is een arme soldaat, wiens vriendin Marie overspel pleegt met een gespierde tamboer. Wozzeck, die zich door de wereld gepiepeld voelt, vermoordt Marie in het bos, en wanneer hij in de vijver het bloed van zich afwast, verdrinkt hij.

De kracht van het libretto zit in de uitgebeende, elliptische scènes, waarmee Wozzecks werdegang als een mozaïek wordt opgebouwd. Via bijfiguren als de Hauptmann en de Doktor, met hun hooghartige gedrag, leverde Georg Büchner in zijn oorspronkelijke dramafragment felle maatschappijkritiek op de onmenselijke positie van ‘Wir arme Leut’, zoals Wozzeck het zelf noemt.

Maar het is de hallucinerende muziek van componist Berg die het verhaal optilt tot een aangrijpende psychologische studie. De scherp getekende personages zijn door en door tragisch, en hun noodlot van eigen makelij komt aan als een mokerslag.

Dirigent Markus Stenz had de beschikking over een topcast en liet zijn reusachtige, voortreffelijk spelende orkest (en koor!) zinderen tot in de haarvaten. Zo’n uitvoering heeft geen enscenering nodig.

    • Joep Stapel