Ging hij te ver met zijn track changes?

Minister Van der Steur moet zich vandaag weer verantwoorden over de ‘Teevendeal’. Het gaat niet meer over deal of doofpot, maar over zijn bemoeienis destijds als Kamerlid. Daarin is hij niet uniek.

Ging hij te ver? Dat is het belangrijkste thema van het debat waarin minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) zich deze woensdag opnieuw moet verantwoorden over de bevindingen van de commissie-Oosting. Dat debat gaat al lang niet meer over de deal die Fred Teeven als officier van justitie in 2000 sloot met crimineel Cees H. Het gaat ook niet echt meer over het mogelijke bestaan van een doofpot om het bonnetje van die deal onvindbaar te houden – de kwestie die vorig jaar leidde tot de val van Teeven en Ivo Opstelten als VVD-bewindslieden.

Het debat zal grotendeels draaien om de verrichtingen van Van der Steur toen hij nog Kamerlid was. Maandag maakte de minister zelf een concept-Kamerbrief uit 2014 openbaar van zijn voorganger Opstelten. In die brief schreef de minister dat het bonnetje écht onvindbaar was. Op de vier kantjes had Kamerlid Van der Steur destijds maar liefst 18 zaken geschrapt, gewijzigd en becommentarieerd. Er staan opmerkingen als „is dit de hele onderbouwing?” en „misschien teveel van het goede”.

Van der Steurs redactionele bemoeienis met de post van het ministerie onderstreept weer eens het gebrek aan dualisme in de Nederlandse politiek. Dit systeem – het kabinet regeert, het parlement controleert – is in Nederland traditioneel niet zo scherp ontwikkeld. Kamerleden en bewindspersonen, met name in de regeringscoalitie, vinden het volstrekt normaal dat er onderling overlegd wordt over afspraken en toezeggingen.

Verbijstering over redigeren brief

De oppositie zegt verbijsterd te zijn over Van der Steurs interventie in de brief van Opstelten. ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers noemt het „staatsrechtelijk nogal ongepast”. Maar in de coalitie vinden ze de kritiek van de oppositie hypocriet. Zeker de voormalige gedoogpartners van Rutte II – D66, ChristenUnie en SGP – hebben de afgelopen periode zelf aan van alles meegeschreven, klinkt het. Senatoren van D66 kwamen bij staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) thuis om het Belastingplan aan te passen. En bestuurderspartij CDA heeft in het verleden zelf genoeg disfunctionerende bewindslieden gehad om beter te weten, zeggen VVD’ers en PvdA’ers. In de oppositie erkennen ze dat contacten tussen bewindslieden en Kamerleden van alle tijden zijn, maar nooit gingen zij zo ver als Van der Steur en zijn track changes.

Kamerleden uit de coalitie willen doorgaans weinig kwijt over hun contacten met bewindspersoon. „Er wordt overlegd”, zegt de één. „Natuurlijk wordt er eerst binnen de coalitie afgestemd voordat een brief naar de Kamer gaat”, zegt een ander. Oud-Kamerleden doen een stuk minder ingewikkeld. „Contact over brieven is bij alle partijen gebruikelijk”, zegt oud-Kamerlid Staf Depla (PvdA), tegenwoordig wethouder in Eindhoven. „Ieder Kamerlid dat hier ‘schande’ over roept, moet je uitlachen.” Depla herinnert zich hoe hij tijdens het kabinet-Balkenende IV voor oud-minister Eberhard van der Laan (PvdA) een brief over woningbouwcorporaties „bekeek en becommentarieerde”.

Net als anderen begint Depla over het ‘bewindspersonenoverleg’ dat de regeringspartijen iedere donderdag houden. Daar spreken hun kabinetsleden en fractietop de agenda van de ministerraad en andere gevoelige onderwerpen met elkaar door. Via het ‘BPO’ kan de fractie zich met het werk van de minister bemoeien, maar het is ook een gelegenheid voor de minister om steun in de fractie te regelen.

Controledrift

Waar komt die wederzijdse controledrift vandaan? Voor een groot deel door de gewoonte om zeer gedetailleerde regeerakkoorden te sluiten. Fracties willen er vervolgens nauwgezet op toezien dat alle afspraken worden nagekomen. Cruciaal in het wederzijdse verkeer zijn de politiek assistenten van bewindslieden. Deze ‘PA’s’, in dienst van de partij maar werkzaam op het ministerie, onderhouden niet alleen off the record contacten met journalisten, ze praten vooral namens de minister met de fractiewoordvoerders die er toe doen.

Ze komen langs met een concept- wetsvoorstel of Kamerbrief in de hand, met het verzoek die te lezen en becommentariëren. Of ze vragen voor een debat alvast de inbreng van de regeringfracties. „Dat gebeurt onder het mom van: dan kunnen we beter op jullie vragen antwoorden”, zegt Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie), die tijdens Balkenende IV deel uitmaakte van de coalitie. „Meestal gaf ik die inbreng dan wel. Zeker als het om onderwerpen ging die niet gevoelig lagen in de coalitie. Lag het wel gevoelig, dan bespraken we het op donderdag.”

Van der Steurs interventie past dus naadloos in een traditie. Wat wél opmerkelijk is, zeggen verschillende Kamerleden, is dat hij rechtstreeks en digitaal Opstelten corrigeerde. En dat er zo véél te corrigeren viel.

    • Thijs Niemantsverdriet
    • Emilie van Outeren