Dijsselbloem leent gratis, met dank aan Mario Draghi

4,8 miljard euro haalde de Nederlandse staat op met een vijfjaarse lening tegen nul procent rente. De marktrente is al negatief.

Beleggers leggen geld toe op staatslening

Er wordt in Nederland veel geklaagd over het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank, maar er zitten zeker ook voordelen aan. Het werk van het Agentschap van de Generale Thesaurie in Den Haag wordt er in elk geval een stuk makkelijker door.

Dat agentschap, dat deel uitmaakt van het ministerie van Financiën, heeft tot taak geld op te halen voor de schatkist, met de uitgifte van staatsobligaties. Dinsdag gaf de thesaurie voor het eerst in de geschiedenis staatsleningen uit met een looptijd van vijf jaar, tegen een couponrente van nul procent. Die couponrente is de vaste rente die de staat aan de koper van de obligatie betaalt. De staat leent in dit geval dus gratis.

De rente op staatsleningen in de eurozone daalt al sinds de ECB begin 2015 begon met het massaal opkopen daarvan. Er is zo veel extra vraag naar de obligaties dat overheden steeds goedkoper kunnen lenen.

Er is ook een marktrente, de rente op een obligatie die wordt verhandeld door beleggers. En die fluctueert. De marktrente op de nieuwe staatslening bedroeg dinsdag minus 0,23 procent.

Het negatieve markttarief betekent in feite dat beleggers rente betalen in plaats van ontvangen. Dat doen ze niet door maandelijks rente over te maken naar Den Haag (de couponrente is immers nul). Ze betalen op een andere manier, namelijk via een hogere aankoopprijs van de obligatie. In die hogere prijs zit de negatieve rente verrekend.

En dat betekent kassa voor minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA). Hij haalde dinsdag een bedrag op van 4,8 miljard euro. De vraag was groter dan het aanbod: het orderboek bedroeg 11,7 miljard euro. Maar er komen nog nieuwe veilingen van dezelfde obligatie die in januari 2022 afloopt. In totaal wil de staat binnen een jaar 15 miljard euro ophalen.

Wie zijn de beleggers die deze obligaties kopen? Waarom willen ze best geld toeleggen?

Volgens het agentschap werd 40 procent van de 4,8 miljard euro gekocht door institutionele beleggers die de obligaties voor langere tijd willen aanhouden. Het ging om banken en vermogensbeheerders.

Financiële instellingen hebben dikwijls staatsleningen op hun balansen staan om te voldoen aan wettelijke vermogenseisen. Bij vermogensbeheerders eisen klanten vaak dat er staatsleningen in de beleggingsportefeuilles zitten als tegenwicht tegen risicovolle aandelen. Staatsleningen zijn voor deze langetermijnbeleggers een manier om een deel van hun geld veilig weg te zetten. Dat de obligaties zo duur zijn, nemen zij op de koop toe.

Doorverkopen aan ECB

60 procent van de emissie van dinsdag ging naar kopers die de obligaties willen doorverkopen. Hieronder waren banken en hedgefunds. Deze beleggers gokken erop dat de marktrentes op staatsobligaties nóg verder zakken en dat dus de aankoopprijs van de obligaties verder stijgt. Dan kunnen ze deze obligaties tegen een nog hogere prijs weer kwijt.

Aan de ECB bijvoorbeeld. De centrale bank mag geen staatsobligaties direct van de eurolanden kopen, want dan zou zij illegaal overheden financieren (‘monetaire financiering’).

De ECB bood dinsdag dus niet mee in Den Haag. Obligaties kopen van beleggers mag de ECB wel en dat doet zij onder leiding van Mario Draghi ook. Elke maand voor 80 miljard euro.

    • Mark Beunderman