Bryan Cranston in de huid van bulldozer LBJ

Hij was natuurlijk al bekend als de kaalgeschoren, crystal-meth fabricerende scheikundeleraar uit de tv-serie Breaking Bad. Maar in 2014 stond acteur Bryan Cranston ineens in keurig pak en met zwart achterover gekamd haar op Broadway in All the Way. Daar vertolkte hij in een toneelstuk van Robert Schenkkan de rol van Lyndon B. Johnson (LBJ), de luidruchtige, grove en goedlachse 36ste president van de Verenigde Staten. De reacties waren zeer positief, Cranston kreeg zelfs een Tony Award. Aanleiding voor HBO om Cranston, in een verfilming van het toneelstuk, de kans te geven zijn personage verder uit te diepen.

In samenwerking met filmregisseur Jay Roach (Meet the Parents, Austin Powers 4) herschreef Schenkkan het toneelstuk, maar de historische setting voor All the Way bleef hetzelfde: kort na de moord op JFK in november 1963 zien we hoe Johnson het Witte Huis betreedt en zich direct stort op zijn campagne voor de verkiezingen van 1964. Na de nodige onderhandelingen met Martin Luther King Jr. (Anthony Mackie), en via allerlei dealtjes, weet hij al snel de Civil Rights Act erdoorheen te krijgen. Een mijlpaal aangezien de wet de segregatie afschafte. Alleen: was Johnson écht begaan met het lot van de Afro-Amerikanen, of was het een slimme, politieke zet om de verkiezingen te kunnen winnen?

Gedurende de film wordt langzamerhand duidelijk dat die boomlange, bijna honderd kilo wegende president wel degelijk idealen nastreefde. Cranston maakt van LBJ een intimiderende man die, lijdend aan zelfhaat maar begiftigd met een flinke dosis humor, als een bulldozer op zijn doel afstevent. Politiek is wat hem drijft, alles moet wijken voor zijn ‘Great Society’. Ondertussen worden zeurderige secretaresses de laan uitgestuurd en vijanden op ondoorgrondelijke wijze gemanipuleerd.

Vooral die onpeilbare kant van Johnson geeft Cranston meesterlijk weer. Een goed voorbeeld is hoe hij, tijdens een ruzie, zijn mentor Richard Russell Jr. op zijn plek zet. Met een glimlach op het gezicht zegt hij: „Ik hou meer van je dan van mijn eigen vader. Maar als je me in de weg gaat lopen, dan vermorzel ik je.”

    • Rosan Hollak