Bankiers zouden moeten getuigen in Vestia-zaak

De fraude met de derivaten bij woningbouwcorporatie Vestia was een nationaal schandaal. De bouwer en beheerder van sociale huurwoningen sloot een berg exotische contracten af met een keur van nationale en internationale zakenbanken. In naam probeerde de corporatie zich te beschermen tegen de risico’s van een rentestijging, in de praktijk ging zij op een roekeloze manier ongekende miljardenverplichtingen aan.

De parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties schatte de uiteindelijke schade op 2,7 miljard euro. Daar kunnen tegen de huidige huizenprijs 12.000 doorsnee woningen voor worden gebouwd. Dat is geen flauwe vergelijking: de corporatiesector voelde de pijn rechtstreeks. Zij betaalde via borgstelling 0,7 miljard van de schade bij Vestia. (En bewoners van Vestia kregen huurverhogingen.) Bij zo’n omvangrijke affaire ligt het voor de hand dat justitie zijn best doet alle verantwoordelijken te vervolgen. Dat gebeurt onder anderen met de toenmalig kasbeheerder van Vestia die samen met een tussenpersoon circa 20 miljoen aan heimelijke commissies opstreek. Maar wat gebeurt er met de banken die „racefietsen verkochten aan iemand in een rolstoel”, zoals een puinruimer bij Vestia kernachtig verwoordde?

De parlementaire enquêtecommissie wilde bankiers uit de City verhoren, het zakendistrict in Londen, maar kon ze daar niet toe verplichten. Die kwamen dus niet. De commissie sprak in haar conclusies van „immoreel en verwerpelijk” gedrag door de bankiers die de tijdbommen aan Vestia verkochten. Zulk gedrag is niet op voorhand strafbaar, en tot die conclusie komt het OM ook, zo bleek deze week bij een regiezitting in de strafzaak. Dat is misschien een onverkwikkelijke boodschap, maar kan juridisch gezien verdedigbaar zijn.

Maar dan mag wel worden verwacht dat het OM er alles aan doet om die bankiers zich wel te laten verantwoorden waar het kan. De verdachten in de Vestia-zaak uitten deze week de wens om zakenbankiers op zijn minst als getuige te horen, in de hoop daarmee aan te tonen dat zij onderdeel waren van een systeem.

Het OM vreest echter dat de behandeling van de zaak dan nog langer duurt, terwijl zij weinig toegevoegde waarde verwacht van die getuigenissen. De aanklager paste de tenlastelegging zo aan dat een deel van de aanklacht verviel en daarmee ook het nut om daarin bankiers uit Londen als getuige te horen. Zo’n processtrategie kan efficiënt en doelmatig zijn om met de beperkte middelen op het parket een strafzaak af te handelen. Maar dit is niet zomaar een strafzaak. Een trucje met een aanklacht past niet bij een schandaal dat het vertrouwen in de sector zo heeft geschokt.