90 kinderen in een les? Soms kan dat prima

Het Picasso Lyceum in zoetermeer Je moet per leerling kijken welke lesvorm het beste past, zegt een school die het onderwijs anders wil gaan inrichten.

Foto's Floren van Olden / NRC

Minder uren lesgeven voor leraren is geen doel op zich, vindt conrector Richard de Boef van het Picasso Lyceum in Zoetermeer. Net zomin als 1.000 lesuren voor leerlingen een harde norm zou moeten zijn. Het werkt anders: je moet per leerling bekijken welke onderwijsvorm het meest efficiënt is en de manier van lesgeven in de school daaraan aanpassen. Dan zal je zien, zegt De Boef, dat leraren minder uren intensief, klassikaal les hoeven geven, en het lesgeven meer een afwisseling wordt van begeleiding, kennisoverdracht, en coaching. „Het doel is niet 1.000 lesuren, het doel is het leerresultaat.”

Dinsdag heeft de Kamer een motie aangenomen die het aantal maximum lesuren van leraren per week wil terugbrengen naar twintig. Dat zou betekenen dat er miljarden bij moeten voor nieuwe leerkrachten.

Staatssecretaris Dekker is niet blij met de voorgestelde 20-urennorm. Het is ook niet nodig, volgens hem. De huidige regels zijn flexibel genoeg om scholen efficiënter onderwijs te laten geven, met meer ruimte voor leraren om niet alleen lessen voor te bereiden en na te kijken, maar ook om te werken aan bétere lessen. Het Picasso Lyceum is een van de middelbare scholen waar volgens het ministerie van OCW flexibel wordt omgegaan met lesuren en –vormen, binnen de bestaande wetgeving.

Conrector De Boef geeft een voorbeeld. Klassen tellen maximaal 30 leerlingen. Maar voor het type ‘instructieles’ waarbij de leraar vertelt en de klas luistert, is er geen reden om niet 60, of zelfs 90 leerlingen tegelijk naar één leraar te laten luisteren – een hoorcollege, dus. „Daar bespaar je twee lesuren mee”, zegt De Boef. Informaticadocent Antoon Fens van dezelfde school geeft een ander voorbeeld. Hij komt net uit een blokuur aan 5 VWO, drie uur achter elkaar informatica. Alleen het eerste half uur daarvan geeft Fens klassikaal instructie. De rest van de les besteden leerlingen aan hun praktijkopdracht. Hij geeft dan aan kleine groepjes extra uitleg. Leerlingen die voorlopen kunnen ervoor kiezen één van de drie uren aan een ander vak te besteden.

Klassikale lessen zijn niet erg efficiënt in leeropbrengst, zegt De Boef. „Maar wel goedkoop. Daarom is Nederland een middenmoter in onderwijsuitgaven, maar staat het bovenaan in aantal lesuren.”

De leerling doet het zelf

Het Picasso Lyceum streeft, in het samenwerkingsverband Zo.Leer.Ik! met 18 andere scholen naar zogeheten ‘gepersonaliseerd leren’. Dat is geïnspireerd op het succesvolle Zweedse onderwijssysteem Kunskapsskolan – kennisscholen.

Daarin wordt het lesprogramma op de leerling toegesneden. Althans, de leerling doet dat zelf. Bijvoorbeeld door per vak een klas te kiezen bij zijn eigen niveau.

De Boef: „Een klas valt normaal gesproken bij ieder vak uiteen in drie groepen: leerlingen voor wie de lesstof precies goed is, voor wie het iets te moeilijk is, en voor wie het te makkelijk is. Dat betekent dat een leraar enorm moet differentiëren en dat is niet efficiënt. Je kunt ook onderverdelen per niveau. Dan levert een les véél meer op, voor de leerlingen, maar ook voor de leraar.”

Dit zal nogal een logistieke nachtmerrie opleveren, maar zo zal het gaan, volgens De Boef. Leraren gaan minder lesuren geven als gevolg van verbeterd, efficiënter onderwijs. De tijd die vrijkomt wordt besteed aan het zelf plannen en uitvoeren van het schoolwerk. Met wekelijkse hulp, „want je kunt niet van leerlingen verwachten dat ze dat helemaal zelf kunnen.”

Is dit ook is weggelegd voor scholen die minder intensief bezig zijn met onderwijsvernieuwing?

De Boef kan niet voor andere scholen spreken, zegt hij. Maar hij hoopt dat ze de maatregel zien als een goede aanleiding om kritisch naar hun onderwijs te kijken.

    • Elsje Jorritsma