Wacht. Er kan nóg een verdrag komen

Iedereen kent TTIP

Chloorkippen, lagere arbeidsstandaarden, gebrekkig dierenwelzijn en een eng arbitragesysteem. Sinds cabaretier Arjen Lubach het in zijn satirische tv-show behandelde, weten veel Nederlanders ineens waar het Transatlantic Trade & Investment Partnership over gaat. TTIP, het vrijhandelsverdrag in wording tussen de VS en Europa, staat onder druk. Toenemende kritiek van (linkse) regeringen, morrende Europese parlementen die er nauwelijks inspraak op hebben en het opkomende protectionisme aan beide zijde van de Atlantische Oceaan. Met de Amerikaanse presidentsverkiezingen voor de deur lijkt het momentum weg te ebben.

Maar wat is CETA dan?

Intussen staat de deur open voor een vergelijkbaar en dus al even omstreden vrijhandelsverdrag: het Comprehensive Economic and Trade Agreement tussen de EU en Amerika’s buurland Canada, afgekort CETA. Over twee weken besluit de Europese Raad of dit reeds overeengekomen maar nog niet geratificeerde akkoord al voorlopig in werking treedt. Dinsdagavond kan de Tweede Kamer in een debat met minister Ploumen (Buitenlandse Handel, PvdA) daar lastig over doen.

Angst voor de achterdeur

Een groot deel van de Kamer doet dat graag. Met uitzondering van de VVD maakt elke fractie wel een voorbehoud – of is ronduit tegen. Die kritiek is zowel inhoudelijk als procedureel. In het verdrag met de Canadezen zit ook een arbitragesysteem, dat bij onder meer GroenLinks de angst opwekt van een grenzeloze claimcultuur van grote bedrijven versus nationale overheden. Daarnaast hekelen partijen – de SP voorop – dat Brussel het CETA-verdrag sowieso wil invoeren, ongeacht instemming door nationale parlementen. „Een verdrag via de achterdeur”, zegt SP-Kamerlid Jasper van Dijk. „Dat zien we wel vaker bij Europese besluitvorming: eerst horen we drie keer dat we te vroeg zijn met onze bezwaren om vervolgens te horen dat we te laat zijn.”

    • Philip de Witt Wijnen