Rutte, kom de Noord-Koreaanse slaven in Polen te hulp

Noord-Koreanen werken als slaven in de EU. Tolereer dit niet, schrijven Imke van Gardingen en Remco Breuker.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Ons onderzoeksteam bracht vorige week het voorlopige rapport uit over de inzet van Noord-Koreaanse arbeiders in Polen. In het onderzoek wordt onomstotelijk bewezen dat er alleen al in Polen de laatste vijf jaar ruim 2.500 werkvisa zijn verstrekt aan Noord-Koreanen. Zij leven en werken onder totale controle van de Noord- Koreaanse staat, hebben geen bewegingsvrijheid, werken onder levensgevaarlijke omstandigheden en zijn ook in de EU onderworpen aan de ideologische en sociale repressie van het DPRK-regime (Democratic People’s Republic of Korea, de officiële naam van Noord-Korea).

De algemene teneur van de reacties op het rapport was veelzeggend voor de staat van Europa. Eén van de onderzoeksresultaten was het feit dat meerdere Poolse bedrijven die Noord-Koreanen in dienst hebben geld uit EU-ontwikkelingsfondsen ontvangen. Het was dit feit dat de meeste aandacht kreeg. Het is zeker pikant dat de EU Noord-Koreaanse dwangarbeid niet enkel tolereert op haar grondgebied, maar zelfs – weliswaar indirect – financiert. Om dit echter centraal te stellen, terwijl het gaat om schendingen van fundamentele mensenrechten, toont hoezeer Europa in zichzelf gekeerd is.

Misschien kunnen we iets verwachten van Nederland? Tijdens het Europees voorzitterschap heeft Nederland zich ten doel gesteld om decent work op de agenda te zetten. Nu tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap een uitwas van arbeidsuitbuiting wordt aangetoond – van Noord-Koreaanse arbeiders die een regime verrijken waartegen zeer strikte en uitgebreide EU-sancties van kracht zijn – is dit voor Nederland een uitgelezen kans om iets te maken van dit agendapunt. Zeker nu Nederland zich opwerpt als gidsland op het gebied van internationaal recht en mensenrechten.

In ons onderzoek tonen we aan dat Noord-Korea erin slaagt om zijn arbeiders in Europa in te zetten via vernuftige joint ventures, payrollconstructies, contracting, outsourcing en (onder)aanneming. Dit alles met legale werk- en verblijfsvergunningen, contracten en de vereiste beroepscertificaten. Deze weldoordachte constructies doen niet onder voor die van de professionele marktleiders op het gebied van het fabriceren van constructies, waarbij er uiteindelijk zo weinig mogelijk geld gaat naar degene die het werk daadwerkelijk uitvoert. Uit ons onderzoek blijkt dat Noord-Korea in staat is om een papieren werkelijkheid te creëren die voldoende is om de lokale – in dit geval Poolse – arbeidsinspectie tevreden te stellen. Of althans te doen concluderen dat zij niet de nodige instrumenten of bevoegdheden hebben om in te grijpen in een praktijk die niets van doen heeft met de gecreëerde papieren werkelijkheid.

Het is een wereld die de EU goed kent. Er is een papieren werkelijkheid waarin decent work wordt gepropageerd in Europese richtlijnen en waarin ferme taal wordt gesproken over EU-sancties tegen Noord-Korea. En er is een praktijk waarin handhaving uitblijft. Waarin niet wordt gedaan om de betreffende lidstaat aan te spreken op haar verantwoordelijkheid om EU-wetgeving in nationale wetgeving te implementeren en waarin arbeidsinspectiediensten onvoldoende bevoegdheden hebben om de EU-wetgeving naar behoren te handhaven.

Ook de strenge maatregelen die zijn opgenomen in de EU-sancties tegen Noord- Korea voorkomen niet dat er via Europese bankrekeningen geld, verdiend in Europa, wordt overgemaakt naar het regime in Noord-Korea. Dat dit mogelijk is, is niet gelegen in een gebrek aan regelgeving om dit te voorkomen, maar door een gebrek aan naleving van de EU-sancties jegens Noord-Korea. Of wellicht nog erger: door naleving ervan over te laten aan diplomatieke diensten. Hierdoor blijven ook de sancties papieren tijgers die uitwassen als het financieren en tolereren van dwangarbeid en mensenrechtenschendingen laten voortduren.

De kern van het uitblijven van oplossingen is een gebrek aan bereidheid om de zorgvuldig geformuleerde sancties en richtlijnen te handhaven. De oorzaak hiervan kan liggen in een gebrek aan capaciteit of in politieke verdeeldheid. Ons onderzoeksteam heeft echter een zaak voorbereid die niet afhankelijk is van de politieke agenda van VN-leden. Het is simpelweg een kwestie van het toepassen en handhaven van onze eigen EU-richtlijnen en EU-sancties. Dit is een uitgelezen kans voor Nederland om nog tijdens dit voorzitterschap betekenis te geven aan een agenda van historische omvang. Al helemaal omdat Noord-Korea sinds vorige week op de eerste plaats in de Global Slavery Index terecht is gekomen als het land met het hoogste percentage geïnstitutionaliseerde hedendaagse slavernij ter wereld. Maar liefst een op de twintig Noord-Koreanen is een slaaf; een deel van hen woont en werkt in de EU.

Het rapport, de data en de analyses liggen klaar. De situatie is zo ernstig dat handhaving in de EU alleen geen soelaas kan bieden. Heroverweging van de relatie met Noord-Korea moet hoog op de agenda van Brussel komen te staan.

Premier Rutte, waar wacht u nog op?

Wat vooraf ging

Vorige week meldden diverse media, waaronder NRC, dat Poolse bedrijven op grote schaal Noord-Koreaanse dwangarbeiders in dienst hebben.

De Europese Unie ondersteunt enkele van deze bedrijven, zo ontdekte een onderzoeksteam onder leiding van de Leidse hoogleraar Koreastudies Remco Breuker en arbeidsrechtjurist Imke van Gardingen.

De onderzoekers constateren dat ten minste 32 Poolse bedrijven Noord-Koreanen in dienst hebben. Prof. Breuker schat dat er momenteel 400 tot 800 Noord-Koreanen in Polen werken. Zij werken 12 tot 16 uur per dag en hebben slechts één dagdeel per week vrij.

Op wat leefgeld na gaat bijna hun gehele salaris van gemiddeld 800 euro per maand naar de Noord-Koreaanse staat.

De VN suggereerden vorig jaar dat Noord-Korea wereldwijd 50.000 arbeiders naar het buitenland stuurt. Het zou het regime tussen de 1 en 2 miljard dollar opleveren.