OM wil absoluut geen bankiers horen

Hoofdverdachte G. wil vele bankiers als getuigen laten verhoren, het OM voorziet vertraging die niks oplevert.

Het hoofdkantoor van Vestia aan het Kruisplein in Rotterdam. Van hieruit deed kasbeheerder Marcel de V., hoofdverdachte in het strafproces, zaken met internationale bankiers. Foto Walter Herfst

Voor het miljardenschandaal rond woningcorporatie Vestia zat maandag maar één verdachte voor de rechters om zich te verantwoorden: Arjan G. (45), die als bemiddelaar 20 miljoen verdiende aan de risicovolle rentecontracten (derivaten) die Vestia met internationale zakenbanken afsloot.

Die 20 miljoen die Arjan G. stiekem deelde met de kasbeheerder van Vestia, Marcel de V., staat niet in verhouding tot de schade. Toen de rente tijdens de eurocrisis daalde, eisten de banken in 2011 en 2012 meer onderpand van Vestia. Het afkopen van de exotische producten kostte Vestia uiteindelijk 2,7 miljard euro. Andere corporaties die borg stonden, betalen daarvan 700 miljoen euro mee.

Tegenwoordig woont Arjan G. niet meer in een Gooise villa, maar runt hij een bed & breakfast in een Duits bos en klust hij bij als taxichauffeur en poelier. Een onopvallende man met een bos krullen, stoppelbaard en een vaalgroen jasje. De portier van de Rotterdamse rechtbank herkende hem niet en wilde hem eerst niet binnenlaten. Op de gang kreeg hij van zijn advocaat de laatste instructies voor de zitting. „Kijk niet boos. Je hebt geen vijanden, je hebt rechters.”

Maar tegen het eind van de zitting zat Arjan G. „te koken van woede”, volgens zijn advocaat. Bijna al zijn verzoeken om de bankiers te verhoren die de risicovolle derivaten aan de corporatie verkochten, stuitten op verzet van het OM.

Met die verhoren wil Arjan G. aantonen dat de bankiers wísten van het smeergeld dat Arjan G. aan Marcel de V. betaalde, maar dat ze dit uit eigenbelang verzwegen én verhulden. Het waren bovendien de bankiers die de hoogte van de provisie bepaalden die Arjan G. kreeg, zei hij in de rechtbank. Zijn advocaat liet een geluidsopname horen van volgens hem een bankier die Arjan 52.500 euro aanbood voor zijn bemiddeling. „Maak er maar vijftig van”, reageerde Arjan G. lachend.

Maar het OM wil de omvangrijke strafzaak vier jaar na dato niet ingewikkelder maken en vertraging laten oplopen. „We zijn niet bang voor bankiers”, zo verdedigde de officier van justitie zich. Een aantal bankiers is tijdens het strafrechtelijk onderzoek gehoord in het buitenland en dat heeft geen bewijs opgeleverd, zei ze.

Omkoping, oplichting, witwassen

Voor het OM draait de zaak niet om bankiers maar vooral om de corruptie van twee mannen, Arjan G. en Marcel de V., die tegenover Vestia alle provisie die ze verdienden verzwegen. Ze worden beiden vervolgd voor omkoping, oplichting en witwassen. Om te voorkomen dat toch bankiers gehoord moeten worden ging het OM maandag zo ver dat het een deel van de aanklacht introk. Dat deel betrof onder meer een derivatencontract ter waarde van 50 miljoen euro, dat Marcel de V. in 2011 afsloot met de Franse bank Société Générale. Tot grote schrik van de kasbeheerder vermeldde de bank in het contract de bemiddeling door Fifa Finance, het toenmalige bureautje van Arjan G.. Op verzoek van Marcel de V. nam Arjan G. contact op met de bankier – die de verwijzing naar Fifa vervolgens schrapte en een nieuw contract opstuurde. Zo bleef het bestaan van Fifa voor Vestia verborgen.

En er zijn meer aanwijzingen voor de dubieuze rol van de bankiers in de Vestia-zaak. Tijdens de parlementaire enquête verklaarde Arjan G. al dat de baas van Deutsche Bank in Londen hem eens waarschuwde. Als er in „de markt” ooit geruchten zouden opduiken over steekpenningen, dan moest de bank zijn lucratieve handel met Vestia via Fifa stopzetten.

Maar het is de vraag of zich ooit bankiers voor de rechter zullen moeten verantwoorden. De rechter besluit volgende week wie van de ruim vijftig personen die Arjan G. wil laten verhoren, opgeroepen worden. Naast bankiers van Deutsche Bank, City, BNP Paribas, Sociéte Générale en Fortis gaat het bijvoorbeeld ook om oud-minister Liesbeth Spies van Binnenlandse Zaken en de oud-toezichthouders van het Centraal Fonds Volkshuisvesting en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.

Arjan G. erkent dat hij Marcel de V. nooit had moeten betalen en dat hij schuldig is aan omkoping. Maar zijn advocaat bepleitte dat hij niet strafrechtelijk vervolgd moet worden voor belastingfraude. Arjan G. betaalde wel vennootschapsbelasting over zijn winsten, maar niet over de 10 miljoen aan smeergeld die hij gaf aan Marcel de V. Omdat Arjan G. zich in maart 2012 zelf heeft aangegeven bij justitie, is hij een spijtoptant en zou hij onder de fiscale ‘inkeerregeling’ moeten vallen, stelt zijn advocaat. De rechter vindt dat er meer onderzoek nodig is om een oordeel te vellen.

Het OM ziet Arjan G. bepaald niet als spijtoptant. Hij leefde jarenlang goed van zijn riante provisies en heeft ooit geprobeerd om al zijn e-mailcorrespondentie te vernietigen. Hij gaf zichzelf pas aan toen de Vestia-zaak in de media ontplofte en alle alarmen bij Binnenlandse Zaken en in de volkshuisvesting afgingen.

De inhoudelijke behandeling begint volgend jaar.

    • Eppo König