Nederland spil in uitgifte obligaties

De Europese Centrale Bank moest de criteria op grond waarvan het bedrijfsobligaties gaat opkopen aanpassen omdat onevenredig veel obligaties in Nederland uitgegeven bleken te zijn.

Een kwart van alle bedrijfsobligaties die in aanmerking komen voor het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank, komt uit Nederland. Het merendeel daarvan is uitgegeven door buitenlandse multinationals met een Nederlandse financiële holding, die hier om fiscale redenen gevestigd zijn.

De ECB begint vandaag met het opkopen van obligaties van Europese bedrijven, in een poging de economie te stimuleren. Eerder kocht de centrale bank al staatsobligaties, per vandaag wordt dat opkoopprogramma uitgebreid met schuldpapier van bedrijven.

In de praktijk zullen zes centrale banken verspreid over Europa de obligaties gaan inkopen. De op te kopen obligaties logisch verdelen over die zes was ingewikkeld, doordat Nederland zo’n onevenredig deel voor zijn rekening nam.

Door simpelweg uit te gaan van de juridische vestigingsplaats van de financieringsmaatschappij – de ‘country of residence’– bleek een kwart van de ondernemingen die in aanmerking komen voor het opkopen van obligaties opeens Nederlands. Daarom besloot de ECB het criterium aan te vullen met een nieuw begrip: ‘country of risk’. Deze factor kijkt onder meer waar het topmanagement van het concern gevestigd is en aan welke beurs het bedrijf genoteerd is.

De centrale banken van Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië kunnen daardoor toch het schuldpapier van de multinationals opkopen die hun eigen land als ‘country of risk’ hebben, ook al is Nederland de officiële vestigingsplaats van de financieringsmaatschappij. Voor de ondernemingen uit de kleinere EU-landen vervullen de centrale banken van Finland en België deze rol.

Vooral grote Duitse concerns geven via Nederland schuldpapier op de kapitaalmarkt uit. BMW en Volkswagen, Siemens, Deutsche Telekom en Deutsche Post, de Duitse energiebedrijven E.ON en RWE hebben allemaal financieringsmaatschappijen in Nederland. Door deze constructies geeft Nederland na Frankrijk de meeste obligaties uit in Europa.

In de markt wordt verwacht dat de ECB maandelijks voor 5 tot 10 miljard euro aan bedrijfsobligaties zal besteden. Alleen obligaties van bedrijven met een hoge kredietwaardigheid (BBB- of hoger) komen in aanmerking voor het opkoopprogramma. In Nederland gaat het om bedrijven als Shell, Unilever, Akzo, Heineken, DSM, ASML, Aegon, Nationale Nederlanden, KPN, Schiphol, Gasunie en PostNL.

    • Ariëtte Dekker