In mijn beladen woonplaats krijg je bitterheid er gratis bij

Het was op Jeruzalemdag, afgelopen zondag, dat de oververhitte puber de Palestijnse winkeliers bij mij om de hoek dood wenste.

Israëliërs zondag bij de Klaagmuur. Op Jeruzalemdag wordt de ‘bevrijding’ van Jeruzalem gevierd. Foto Manehem Kahana/AFP

Zijn ogen waren gevuld met fanatisme. Hoe oud zal hij zijn? Veertien? Hij droeg een wit shirt en een gebreid keppeltje, populair bij de kolonistenbeweging. De teksten uit zijn mond logen er niet om: „Dit land is van ons. Dood aan de Palestijnen.” En dat op twee minuten van mijn huis.

Natuurlijk wist ik dat ik in een omstreden gebied was gaan wonen. Na het mondaine Tel Aviv was het tijd voor Jeruzalem, en wel voor de Oude Stad. In deze ommuurde vesting van nog geen vierkante kilometer bevinden zich onder meer de Klaagmuur, de Al-Aqsa-moskee en de Heilig Grafkerk – voor elke monotheïstische wereldreligie wat wils.

Na overheersing door achtereenvolgens Joden, Perzen, Macedoniërs, Romeinen, Byzantijnen, Arabieren, kruisvaarders, Mammelukken, Ottomanen, Britten en Jordaniërs veroverde Israël in 1967 de Oude Stad. Deze ‘bevrijding’ en ‘hereniging’ van Jeruzalem – internationaal spreekt men van een bezetting – wordt jaarlijks gevierd op Jeruzalemdag.

Het was op deze nationale feestdag, afgelopen zondag, dat de oververhitte puber de Palestijnse winkeleigenaren op ‘mijn’ marktje dood wenste. De Palestijnen reageerden gelaten; ze zijn het gewend dat er elk jaar tienduizenden extremisten met Israëlische vlaggen langs hun zaakjes paraderen. Om hun gezang kracht bij te zetten sloegen de betogers met hun vuisten op de rolluiken. De meeste winkels waren al ver van tevoren gesloten en vergrendeld.

Nationalistische vlaggenparade

In de weken voor Jeruzalemdag was de paniek tot grote hoogten opgestuwd: de nationalistische vlaggenparade door de moslimwijk van de Oude Stad zou samenvallen met het begin van de ramadan. Volgens commentatoren kon dat weleens leiden tot grootscheepse ongeregeldheden. Mede daarom waren de Israëlische ordetroepen massaal uitgerukt. Op elke straathoek langs de route – die via de Damascuspoort naar de Klaagmuur leidde – stonden bewapende groepjes agenten en soldaten.

Hele gezinnen stuwden hun kinderwagens voort over de hobbelige keien en trappen van de moslimwijk. Zingend schreden ze door de stad. Soms gearmd in rijen van vier, soms dansend in een kring. Uit een Joodse nederzetting in de moslimwijk schalde een housebeat om de liederen te begeleiden. De meeste liedjes gingen over Jeruzalem, of ze zongen Am Yisrael Chai: ‘De mensen van Israël leven’.

Maar zodra de fanatiekere deelnemers een Palestijn in het zicht kregen, waren hun teksten minder vredelievend. Mohammed is dood, de veroordeelde racist Meir Kahane had gelijk, en omdat met Arabieren geen coëxistentie mogelijk is, moeten ze worden ‘verplaatst’ – waarmee bedoeld wordt dat heel Israël en Palestina aan de Joden toebehoort.

Het triomfalisme was opvallend

De clashes bleven uit. Toen de teksten te provocerend werden, grepen de Israëlische ordetroepen in. De Palestijnse bewoners werden op een afstandje gehouden, achter dranghekken. Af en toe werd de stoet stilgelegd om de Palestijnen door te laten. Voor het broodwinkeltje maande een oudere jongen zijn kleine broertje tot kalmte.

Als kersverse bewoner van de wijk viel mij vooral het triomfalisme op. Normaal krioelt het in deze stegen van de Palestijnen en toeristen. De enkele Jood die zich hier waagt, kijkt in de regel ietwat schichtig om zich heen. En niet ten onrechte: in het voorbije jaar werden precies in deze omgeving enkele Joodse Israëliërs doodgestoken door Palestijnen. Maar nu mochten ze. Jeruzalem is van óns!

In zijn boek Jerusalem. The Biography schrijft de Brits-Joodse historicus Simon Sebag Montefiore dat de stad in de religieus-joodse geschriften als vrouwelijk wordt beschreven: „Altijd een sensuele, levende vrouw, altijd een schoonheid, maar soms een schaamteloze hoer, soms een gewonde prinses wier geliefden haar verraden hebben.”

Ik heb het te accepteren: deze woonplaats is beladen. Je krijgt de bitterheid er gratis bij. Al is het in de ogen van een veertienjarige.

    • Derk
    • Walters